Popronde 2016: van rammelende rock tot borrelhapjessoul in het centrum van Tilburg Popronde 2016: van rammelende rock tot borrelhapjessoul in het centrum van Tilburg

Een dwarsdoorsnede van de avond

, Maarten de Waal, Laura Veldhoen, Laurien de Feijter, Mathijs van Eeten en Bas van Duren

Popronde 2016: van rammelende rock tot borrelhapjessoul in het centrum van Tilburg

Een dwarsdoorsnede van de avond

Maarten de Waal, Laura Veldhoen, Laurien de Feijter, Mathijs van Eeten en Bas van Duren ,

Het wordt vaste prik: in oktober wordt het weer buiten guurder, maar de Popronde maakt ons wel weer warm! Met een line-up die ruim 30 optredens telt, vindt iedereen wel iets van zijn gading deze vrijdagavond. Liefhebbers van onder andere garagerock, retrobluespop, hippe indie, chaotische ambient en zwoele soul kunnen vanavond hun hart ophalen op meer dan 20 verschillende locaties in het centrum van Tilburg.

Magnetic Spacemen

Magnetic Spacemen

De aftrap van het overvolle avondlijke Poprondeprogramma vindt traditiegetrouw plaats in Sounds en wordt dit jaar verzorgd door de piepjonge “opgefokte garagerockband” Magnetic Spacemen uit Overijssel. Wanneer we ons rond half acht bij de sympathieke platenzaak vervoegen, staat het er al aardig vol, maar de band blijkt helaas nog te ontbreken. Die komt luttele minuten later aan gescheurd in een autootje (men had vast gestaan in de file), en moet dan heel snel de spulletjes uitladen en zich gereed maken voor de show, die ze voor deze gelegenheid dan maar akoestisch doen. Een moedig besluit voor een gezelschap dat het normaal gesproken toch zeker ook van volume moet hebben, maar frontman Sam betoont zich een geboren podiumdier en weet zelfs in deze bescheiden setting het enthousiasme van het publiek op te wekken, dat bij de cover Friday On My Mind van The Easybeats ook nog tot een zekere vocale inbreng bewogen kan worden. Als je dat in deze omstandigheden voor elkaar weet te krijgen, heb je overtuigend bewezen op de planken thuis te horen. (MdW)

Jeangu Macrooy

Jeanque Macrooy

Waar de herfst al lang is neergedaald over de rest van Tilburg, lijkt het in restaurant Havana gewoon weer even zomer tussen het wrakhout en de cocktails. De avond zou wel eens gezellig en exotisch kunnen worden met Surinaamse singer-songwriter Jeangu Macrooy, zou je op eerste gezicht denken. Hij bracht dit voorjaar de veelbelovende EP Brave Enough uit en werd meteen bekroond als 3FM Serious Talent. Maar gezellig is anders: het is een eerlijke, tikkeltje confronterende plaat, waarop Macrooy niet schroomt de duistere kanten van het verleden aan te halen. Ja, de slavernij wordt bezongen, maar ook eigen moeilijke momenten zet hij om in lichtelijk onheilspellende klanken. Macrooy weet daar precies de balans te vinden. Helaas komt hij in Havana wat minder uit de verf, met alleen een versterkte gitaar, maar het is nog steeds knap wat hij neerzet. Zijn warme, hoge stem en vaak wat ruwe gitaarwerk klinken een beetje als Jeff Buckley, maar de muziek valt het beste te vergelijken met die van bijvoorbeeld Michael Kiwanuka. Macrooy lijkt verlegen en haalt niet alle hoge noten, maar dwingt je op een of andere manier toch om te blijven luisteren. Daarom is het extra jammer dat hij voortijdig verdwijnt om thee te gaan drinken. (MvE)

Glice

Glice

De minst poppy act op het affiche van deze Tilburgse Popronde is waarschijnlijk wel Glice, een duo dat zich in de zaal van de Hall of Fame ophoudt aan weerszijden van een tafel vol elektronica. Bijna onmerkbaar beginnen ze aan hun set, maar al snel wordt een handjevol belangstellenden omstuwd door machtige geluidsgolven die de luisteraar onweerstaanbaar meesleuren naar het donkere hart van zijn eigen bestaan. Deze gevaarlijke ontdekkingsreis naar de meest intieme krochten van de ziel, die overigens zeker ook haar lichtere momenten kent, is uiteraard niet aan iedereen besteed, maar de doorzetter wordt aan het eind beloond met een apotheose van chaotische geluiden en maniakale zang, die de aanwezigen schoon gewassen en gelouterd achterlaat. Niet het meest populaire optreden van deze avond, maar waarschijnlijk wel het meest indrukwekkende. (MdW)

PALMSY

Palmsy

Wie niet enthousiast wordt van PALMSY is heel zuur, een echte indierockhater of allebei tegelijk. PALMSY, onthoud die naam, want als deze jongens (pas tweedejaars studenten aan de Herman Brood Academie) zo doorgaan, breken ze door binnen geringe tijd. Om een idee te geven: de muziek klinkt als een mash-up van The Strokes en Two Door Cinema Club. Binnen Nederland is PALMSY goed te vergelijken met bands als Taymir en The Elementary Pinguins. Liedjes die er uitspringen zijn er nog niet en wat PALMSY typeert is ook moeilijk te zeggen. De band moet waarschijnlijk nog even werken aan die onderscheidende factor, maar wat niveau betreft zit het wel goed. In Café Joris blijken de bandleden perfect op elkaar te zijn ingespeeld. Het enthousiasme en het oprechte plezier spatten van het podium af. De liedjes werken aanstekelijk op de heupen en benen van het publiek en ze doen vergeten hoe druilerig het weer buiten is. Het is een optreden met snelheid en nonchalante riffjes en loopjes (vooral gitarist Gilles van Wees speelt fantastisch), afgewisseld met wat tragere Britrock. Het werkt verkwikkend. Laat dat eerste album dus maar komen! (MvE) 

PYN

PYN

PYN, een compacte band met een dansbare hint. Vanavond staan ze in Studio waar het gebrabbel van mensen nog altijd overheerst. PYN maakt elektronische indie beïnvloed door een 80’s popsound. Zangeres Pien Breeuwsma heeft iets weg van de Zweedse Robyn, maar haar stemgeluid doet eerder denken aan dat van Lana del Rey. Het optreden zit strak in elkaar, maar tussen de nummers door is er duidelijk te horen dat de mensen die niet voor het optreden kwamen lekker door blijven tetteren. Was het zo middelmatig dan? Nee, zeker niet. PYN weet wat ze doet, de nummers zijn lekker en dansbaar. Er komen nog enkele covers voorbij, maar de voorkeur gaat uit naar hun eigen repertoire. Voor de fans van de single Rider is de liveversie zeker een traktatie, net als PYN zelf trouwens. (LdF)

The Apologist

The Apologist

Het uit Amersfoort afkomstige The Apologist opent het bal op het door Never Mind The Hype gehoste podium in Little Devil, en eenieder die enigszins bekend is met e-zine en locatie weet dan dat het er niet te rustig aan toe zal gaan. Dat luid musiceren echter wel degelijk gepaard kan gaan met catchy hooks en overzichtelijke songstructuur, wordt door deze al niet meer zo jonge rockers uit het midden des lands nog maar eens aangetoond. Een genot voor iedere rockliefhebber die onbekommerd wil meedeinen op een aaneenschakeling van nieuwe maar toch vertrouwd klinkende songs, die de meer energieke toeschouwer volop gelegenheid bieden tot het strekken van benen en armen. Dat slag mensen blijkt vanavond ruimschoots in dit gezellige zaaltje aanwezig, dus de stemming zit er goed in, en meer hoeven we eigenlijk ook niet te zien om dit etablissement met een tevreden gevoel te verlaten. (MdW)

NankoSoul

Nankosoul

De zevenkoppige Arnhemse band NankoSoul speelt drie kwartier lang funky soulpop in het biodynamische RAW (vol met vega-bitterballen, steigerhouten meubels en een 'Berlijns sfeertje'). Het publiek: dikvoormekaar dertigersvolk dat gemoedelijk de vrijdagavondbiertjes wegtikt. Zij worden trouwens vrijwel met rust gelaten tijdens het optreden; interactie met het publiek is er nauwelijks. Het gaat om de muziek, lijkt NankoSoul te willen zeggen. Met als onvermijdelijk gevolg dat zelfs het barpersoneel van RAW niet weet 'welke band er nu eigenlijk staat te spelen'. En dat is best jammer, want muzikaal is er niets aan de act op te merken. Het is catchy, bijna Stevie Wonder-achtige soul met een hoofdletter S.

Dat zou je op het eerste gezicht niet verwachten; Nanko oogt übercool in zijn aanstellerige paillettenjasje, maar zijn stemgeluid klinkt volwassen, oprecht en zonder poespas. Samen met de twee enthousiaste 'wooha-dansmeisjes' steekt hij wel wat af tegen de rest van zijn band; die missen Nanko's sjeu en zwier en zijn te zeer in zichzelf gekeerd om 'samen' een soulvolle act neer te zetten. Het eindoordeel? De onderlinge chemie om het publiek mee te krijgen ontbreekt. Hoewel de bandleden individueel werkelijk alles geven, lukt het eigenlijk niet om het publiek mee te krijgen. Goed beschouwd toch meer een achtergrondact, voor bij de warme borrelhapjes. (LV)

Rilan & the Bombardiers

Rilan & The Bombardiers

Rilan & The Bombardiers bestaat uit vier heel verschillende hippe verschijningen uit Haarlem. Zonnebrillen, hippe blousjes en een redelijke afro van de zanger. Met wat voor muzikale brei zullen zij komen aanzetten? Sommigen zullen al bekend zijn met het popnummer Walking On Fire, juist deze mensen zullen verrast zijn bij het horen van de rest van hun set. Rilan & The Bombadiers is soul, pop en rock. De nummers steken zeker goed in elkaar, maar het overkoepelende concept is soms nog net iets te ver te zoeken. Ze zijn instrumentaal sterk, met name de bassist en gitarist tonen dit tijdens de nodige solo’s. Rilan’s vocalen zijn snijdend strak en brengt het soulgehalte tien niveaus hoger. De band valt goed in de smaak bij de gezellig volle Cul de Sac, zo te zien. En ook bij ons. (LdF)

MOOON

Mooon

Dit drietal uit het pittoreske Aarle-Rixtel (“een half uur, nee een uur fietsen vanuit Eindhoven”, aldus de frontman) zagen we al eens eerder in de Hall of Fame en wist ons toen moeiteloos te bekoren met zijn door indrukwekkende gitaarpartijen opgesierde retrobluesrock. Ondertussen zijn de jongens al ietsje ouder, maar jongens zijn het gebleven, en de liefde voor de eeuwig aansprekende bluestoonladder blijkt ook nog ongeblust. Vele al of niet van het platteland afkomstige jongelieden steken hun voorkeur voor dit type klanken niet langer onder stoelen of banken, en de toch niet te krap bemeten ruimte in de Hall zit dan ook vol uitbundig dansende jongens en meisjes, precies zo rockend als hun ouders ooit voor hen. Wanneer we uiteindelijk na het laatste nummer buiten staan, blijkt er zowaar bijna een uur te zijn verstreken, maar zo hebben we dat niet gevoeld. Gaat zo door, jongelingen! (MdW)

Nana Adjoa

Nana Adjoa

Bij het horen van de naam Nana Adjoa gaan de gedachten misschien uit naar wereldse muziek uit Afrika. Dat is maar ten dele waar: de polyritmiek zit stevig verankerd in de muziek van Grote Prijs-finaliste Adjoa en haar band. Nog meer tapt de frontvrouw uit het vaatje van nineties dreampop met uitstekend verzorgde samenzang, welgeplaatste keyboard stabs en knap gitaarspel dat normaliter lastig te combineren is met de vrije zang die eroverheen gaat. Het gevaar dat op de loer ligt bij Nana Adjoa is dat de liedjes op een bepaald punt gezapig dreigen te worden door de wat lage tempo's. Dat weet het vijftal zelf gelukkig ook, want net op tijd wordt een uptempo nummer ingezet die de voetjes doet meetikken. De toch al hoge gunfactor wordt dan nog eens opgevoerd als TLC's Waterfalls wordt gecoverd met een versie die redelijk trouw blijft aan het origineel, maar met de nodige reverb wordt het allemaal nét even wat dromeriger. (BvD)

NGHTSHFT

NGHTSHFT

'Feest gegarandeerd!', beloofde de driekoppige elektroband NGHTSHFT ons in het Popronde-programmaboekje. Maar het zo goed als uitgestorven Havana zit daar helemaal niet op te wachten. Na het eerste nummer hebben zo'n vijf man de biezen al gepakt om hun gesprek buiten voort te zetten, omdat ze elkaar niet meer konden verstaan onder het elektrogeweld. NGHTSHFT laat zich echter niet uit het veld laten slaan. Alle drie hebben ze het charisma van een leeuwenkoning, de kop van een topmodel en de swag van een stretched ferrari met een lasergunkoepel on top. Zelfs voor drie man en een paardenkop stampt de Amsterdamse formatie elektrobeats alsof het stoeptegels zijn. En niks geen voorspelbaar 'rip-off elektroniemendalletjes', maar catchy, en bij vlagen belachelijk lekker eigen materiaal vol verrassingen. Het geluid van de band zwiept heen en weer tussen Depeche Mode-achtig materiaal en dubstep, en van vrolijke synthpop tot avant-garde. NGHTSHFT heeft het in zich om flamboyant een zaal te flamberen. Ze verdienen gewoon een betere locatie: een zaaltje, met dansvolk. (LV)

BARTEK

BARTEK

In Studio begint het Amsterdamse BARTEK aan een lange warming-up. Het geluid staat nog niet goed afgesteld en de bandleden komen wat onverschillig over. Op het affiche van Popronde wordt BARTEK vergeleken met punkband FIDLAR, maar wie voor die compromisloze podiumenergie komt, komt van een koude kermis thuis. Wat is het; depressie, een kater of hoort deze overdreven nonchalance bij de stijl van BARTEK? Toch begint er op een gegeven moment een vlammetje te branden tijdens de log denderende ritmepartijen aan het begin van de set. Vanaf het moment dat de nieuwe single Beach het publiek in wordt geslingerd en ook de bassist David Stapel zangpartijen voor zijn rekening neemt, breken de sluizen en wordt Studio overstroomt met vuige garagepunk. Het concert eindigt met een voorhoede van moshende fans (één van hen wordt op handen gedragen) en een hoop mensen die niet weten wat ze overkomt. BARTEK is een prima kelderbandje en de single Beach smaakt naar meer, maar tijdens Popronde Tilburg heeft BARTEK zijn kans om te glanzen gemist. (MvE) 

Backgammon

Backgammon

Backgammon timmert aardig aan de weg sinds ze de finale van de Grote Prijs van Nederland haalden en de indierockers van Backgammon het jaar begonnen in de grote zaal van Paradiso. Sindsdien vliegt de band van hot naar her. Op deze vrijdag in Tilburg weet Backgammon Cul de Sac met gemak te vullen. Of ten minste, na een tijdje, als nieuwsgierig uitgaansvolk verregend komt binnendruppelen.

Of dat terecht is? Het is logisch dat de klassiek-aandoende krachtpatserklanken bij een groot publiek inslaan als een Backgambom: het is luisterrock bij uitstek. Wie hun single Gun in the Yard luistert, begrijpt het meteen. Backgammon voelt namelijk meteen vertrouwd; het viertal heeft duidelijk inspiratie opgedaan bij klassieke rockhelden als Neil Young en Bob Dylan. Bij vlagen klinkt het wat industrieel, met hier en daar een Interpol-gitaartje. En ondanks dat er natuurlijk meer bandjes zijn zoals Backgammon, wordt het optreden geen moment saai. Backgammon speelt goed en vol overgave. De zanger Thijs van der Meulen is een soort Tom Petty, zowel qua sound als qua uitstraling. Die indruk gaat helaas in overdrive bij het slotnummer, als de rest van de band van het podium afstapt. Thijs 'Tom Petty'  zwaait zijn publiek uit met een stemmige, plechtig gezongen ballade terwijl hij zichzelf begeleidt met een mondharmonica. Hoe dat klinkt? Zoals de nacht waar hij zijn publiek in stuurt: miezerig. (LV)

nu op 3voor12