Smooth Jazz Apocalypse beleeft spetterende wereldpremière in Paradox Smooth Jazz Apocalypse beleeft spetterende wereldpremière in Paradox

Zevental jonge honden weet te overtuigen met energieke set

, Maarten de Waal

Smooth Jazz Apocalypse beleeft spetterende wereldpremière in Paradox

Zevental jonge honden weet te overtuigen met energieke set

Maarten de Waal ,

Ook als je nog geen noot van Smooth Jazz Apocalypse, het nieuwe ensemble rond de jonge en nu al tot in de sterrenhemel geprezen gitarist Reinier Baas, dat deze woensdagavond zijn cd-presentatie geeft, hebt gehoord, kun je reeds enkele zaken omtrent zijn persoon en bijbehorende muziek raden op grond van wat in het oog springende extramuzikale gegevens. Allereerst valt op dat hij een bijzonder talent heeft voor het verzinnen van hilarische bandnamen - voor hij zijn kwintet met twee muzikanten uitbreidde, noemde hij zijn gezelschap The More Socially Relevant Jazz Music Ensemble, welker tweede werkje de al even uitgebreide en omschrijvende titel 'Mostly Improvised Instrumental Indie Music' draagt. Uit die titel en de namen van zijn bands kunnen we tevens afleiden dat Reinier niet zo'n jongen is die vindt dat vroeger alles beter was, dat met name jazz na de oorlog nooit meer helemaal is geweest wat het zijn moet, maar juist aansluiting zoekt bij hedendaagse alternatieve muziekstromingen om de jazztraditie vitaal te houden. Tot slot zien we op zijn website dat hij zich graag associeert met de groten der aarde: ons huidige koningspaar, de wereldkampioen darts, de houder van het Guinness-record boeren & scheten laten en meer van dat soort types.

Reinier Baas (Paradox 2014)

Wat leert ons nu dit alles? Dat Reinier, what's in a name, een echt Baasje is, die er krachtig voor waakt een gebrek aan zelfvertrouwen uit te stralen. Een kerel vol bravoure die de wereld wil veroveren, om te beginnen op muzikaal gebied, en daarbij tegelijkertijd een gezonde dosis zelfspot aan de dag weet te leggen (voordat hij zijn band voorstelt, merkt hij op “het draait natuurlijk allemaal om mij, maar...”). De hamvraag blijft dan: Pakt dit alles gunstig uit voor de muziek? Natuurlijk doet het dat, waarde lezer of lezeres. Reinier heeft er zin in en heeft een groep mensen om zich heen verzameld die al evenzeer gedreven zijn om hun kwaliteiten te tonen, wat leidt tot spannende en afwisselende nummers waar eenieder, en niet alleen het bandopperhoofd, ruim de gelegenheid krijgt om er, althans op muzikaal vlak, uit te laten komen wat er in zit.

OK, de eerste set begint wel met een uitgebreide gitaarsolo van de maestro himself, maar al snel krijgen ook andere bandleden volop de ruimte, waarbij zeker ook de toevoegingen (door Reinier toch wat laatdunkend omschreven als appendices, ofwel (al dan niet wormvormige) aanhangsels) zich niet onbetuigd laten: Joris Roelofs op dat onvolprezen jazzinstrument, de basklarinet, toont een diepe liefde voor avant-gardistische uitspattingen, terwijl de vertrouwde Harmen Fraanje (in dit gezelschap eigenlijk een oude rot) weer de nodige staaltjes fonkelend-impressionistisch vreemd dromerig pianospel laat horen. Overigens dragen deze nieuwe bandleden ook zelf composities bij: Joris komt met het verrassende 'Hippocampus', terwijl Fraanje een duit in het zakje doet met 'Ballad' en 'Ameris'. Waarmee niet gezegd is dat de 'oude' leden van Baas' ensemble voor hen onder doen: ieder krijgt zijn glansmoment toebedeeld, zoals het hoort (de enige die er misschien wat bekaaid vanaf komt, is de toch ook zeer verdienstelijke maar geheel aan de achterzijde van het podium geposteerde bassist, maar ach, dat is misschien meer in het algemeen de tragiek van de bespelers van dit instrument – niemand schijnt te ze op te merken, terwijl elke muzikant weet dat hun bijdrage aan het geheel cruciaal is).

Hoe dan ook, de eerste set vliegt voorbij, en in de tweede set doet men er energietechnisch nog een schepje bovenop, met nummers die voor het merendeel een behoorlijke blues- en rockinvloed verraden. Ook de songtitels van Reinier verdienen overigens een pluim: ze bestaan, anders dan zijn band- en albumtitels, veelal slechts uit één woord, dat echter een grote associatieve ruimte opent (zo 'Squalor', 'Gregarious' (ook daarom zo geschikt, omdat niemand - op één aanwezige na - eigenlijk weet wat het precies is) en het voor zichzelf sprekende 'Stuiter'). Men stopt naar onze zin echter wel erg snel nu (voor ons gevoel had men nog maar een half uurtje gespeeld), geeft nog wel een toegift, maar houdt het toch reeds voor elven voor gezien. Maar wat betekent het wanneer men vindt dat een band te vroeg stopt? Precies, dat men zich geamuseerd heeft. We kijken nu al uit naar een eventueel volgend treffen.

nu op 3voor12