Veel bekende gezichten op eerste Local Heroes-dag van 2009 Veel bekende gezichten op eerste Local Heroes-dag van 2009

Marlon Penn onbetwiste topper op gevarieerd bandjesfestijn

, Kim Kabbedijk en Robin Geurts

Veel bekende gezichten op eerste Local Heroes-dag van 2009

Marlon Penn onbetwiste topper op gevarieerd bandjesfestijn

Kim Kabbedijk en Robin Geurts ,

Op de pop-rock-editie van Local Heroes was dit weekend een duidelijke stijging in kwaliteit waar te nemen in vergelijking met vorig jaar. Met inmiddels toch vrij ervaren namen als Landmark 105, The Mekanik en Marlon Penn op het programma kon dat ook haast niet anders. Ook deze keer was het wel weer een hele zit om alles van begin tot eind mee te maken.

Marlon Penn onbetwiste topper op gevarieerd bandjesfestijn

Op de pop-rock-editie van Local Heroes was dit weekend een duidelijke stijging in kwaliteit waar te nemen in vergelijking met vorig jaar. Met inmiddels toch vrij ervaren namen als Landmark 105, The Mekanik en Marlon Penn op het programma kon dat ook haast niet anders. Het concept was hetzelfde als in 2008: optredens in de Kleine Zaal van 013 en akoestische sessies van dezelfde bands in het café. Ook deze keer was het weer een hele zit om het jaarlijkse lokale bandjesfestijn van Roxxity helemaal mee te maken. Velen kwamen om hun favoriet te zien en vertrokken toen weer, maar wie wel bleef hangen kan niet anders dan tevreden gestemd zijn over de toekomst van de popmuziek in Tilburg en omstreken. Toch een aarzelend voorstel voor Roxxity en 013: volgende keer misschien twee avonden achter elkaar in plaats van één hele dag?

PLENTY PANTHER
Local Heroes trapt rustig maar veelbelovend af met Plenty Panther, een Eindhovense rockband die het qua geluid houdt tussen een vriendelijkere versie van The Apers en een iets rauwer Di-Rect. Pop-punk op zijn meest toegankelijkst en lekker enthousiast gebracht. Met meerstemmige refreintjes proberen ze zich te onderscheiden van de vele acts die zich al in dit segment begeven. Jammer is wel dat het vervangen van een versterker die het niet lekker doet nogal lang duurt. De rest van de band probeert niet om het publiek af te leiden met een improvisatie of iets dergelijks, waardoor de aandacht helemaal weg is als er eenmaal een oplossing is gevonden. De zelfverzekerdheid waarmee Plenty Panther aan het optreden begon, zakt daarna ook een beetje in; zonde, want er zit duidelijk veel potentieel in deze groep. Tijdens hun akoestische set ging het met minder horten en stoten, zo kwamen de harmonietjes er ook iets beter naar voren. (RG)

THE SHEEP
Bij deze wild gelokte mannen druipen de jaren '60 van het podium af. Met een paar rake akkoorden op de Hammond, stampende drums en een rauwe gitaarsound zet dit trio een stevige sound neer. Zo robuust dat er af en toe wel wat behoefte ontstaat aan wat nuance. Het muzikale geweld is heerlijk hard, maar wanneer er meer gespeeld zou worden met verschil in dynamiek zouden de nummers een heel stuk beter uitkomen. Dit is goed te merken tijdens de akoestische set in de foyer. De liedjes zijn hier noodgedwongen uitgekleed en lijken hierdoor sterker te worden. Ook de stem van de zanger komt hier een stuk beter tot zijn recht omdat hij niet meer tegen een berg aan geluid op staat te schreeuwen. (KK)

LOMAX
Deze band is eigenlijk een doorstart van sk;rl, een groep Tilburgse mathrockers die in 2005 de knuppel in het hoenderhok gooide. Met drie oud-leden van die band in de gelederen zal Lomax nogal bekend in de oren klinken voor de fans van toen. Lomax scoort op techniek en muzikaliteit: de band is ontzettend strak en goed op elkaar ingespeeld. Echo's van mathrock- en metalhelden als Mastodon en 65daysofstatic klinken door in de complexe, ultrazware nummers van het viertal. Veel progressieve bands van dit kaliber kent Tilburg niet en alleen daarom moet Lomax al omarmd worden. Het enige smet op het blazoen van Lomax is de stem van de zanger. Uit een eerdere recensie op 3VOOR12/Den Bosch is op te maken dat zijn vocalen 'venijnig en tergend' horen te klinken. Voeg daar gerust 'vals' aan toe, in ieder geval tijdens deze momentopname. Als het conceptueel zo bedoeld is, dan is de compromisloze manier waarop hij zijn teksten brengt behoorlijk afleidend van het instrumentaal erg sterke werk van Lomax. (RG)

LANDMARK 105
Met een naam die verwijst naar de plek waar Janis Joplin is overleden, is gelijk duidelijk waar de ambities van deze band liggen. Met een rauwe maar warme stem doet zangeres Liesbet goed haar best om over te komen als een echte rock-chick. Dit doet erg denken aan een mix van Miss Montreal, Stevie Ann en Ilse Delange. Popmuziek met rock en americana-invloeden, prettig om naar te luisteren maar met een gebrek aan een “eigen gezicht”. Akoestisch houdt Landmark 105 zich goed staande en het gekibbel op het podium tussen de zangeres en de drummer op cajon is erg vermakelijk. Maar iets nieuws en verfrissends? Nee, dat gebeurt niet wanneer Landmark 105 op het podium staat. (KK)

BACKSPIN
Dit was echt niet te doen, ben ik bang. Backspin mikt op een soort allegaartje van Pearl Jam, Incubus en Creed: POProck met de emotie op de voorgrond. De band speelt echter best slordig en wordt niet geholpen door een pathetische frontman die voor het ultra-grote gebaar gaat. Bijvoorbeeld: met de armen zwaaien, terwijl er in de zaal vrijwel niemand op Backspin staat te wachten. Ook leuk: op je knieën vallen en smekend kijken als je zingt over "falling down on my knees". Na twee nummers trekken we ons terug in het café, om iets later even een blik binnen te werpen en te constateren dat het niet beter is geworden. (RG)

THE MEKANIK
Wat maakt The Mekanik toch heerlijke muziek! Dansbare synth-rock en een zanger met een stem waar je u tegen zegt. Tekstueel is het soms wat voorspelbaar maar de slimme, catchy melodieën en strakke drums maken heel veel goed. Na een optreden van deze band ziet de wereld er gelijk een stuk beter uit. Wel is duidelijk dat de conventionele bezetting van The Mekanik het fijnste is. Tijdens de akoestische set komen de liedjes een stuk minder krachtig over. Niet ieder liedje is geschikt voor een akoestische uitvoering, al ben je nog zo'n goede band. (KK)

HELLISPHEAR
Nu-metal schijnt nog te leven, wat pijnlijk moet zijn voor een genre dat bij geboorte al hersendood was. Ho-ho-ho! Maar serieus, Hellisphear dus, dat zowel visueel als muzikaal sterk doet denken aan Green Lizard, met meer rap erin verwerkt. Eigenlijk is er weinig aan te merken op de band: wie door het volume heen weet te luisteren, hoort dat het allemaal prima in elkaar zit en Hellisphear staat duidelijk met veel lol op het podium. Het is enigszins raar dat er hier zo'n snoeiharde band staat terwijl de metal-versie van Local Heroes binnenkort plaats vindt in Little Devil. Vreemd, maar wel verfrissend om tussen alle pop-rock een band met ballen te zien. En nu snel overstappen op hardcore/deathmetal/grindnoiseterror of iets dergelijks, want nu-metal kan écht niet meer! (RG)

MARLON PENN
Wat een geluk dat deze man niet in het hoge noorden (Groningen) is blijven hangen en afgezakt is naar Tilburg. Anders hadden we misschien nog nooit van hem en zijn muziek gehoord. Die gedachte is afschuwelijk. Penn durft risico te nemen met zijn liedjes die niet standaard van structuur zijn en teksten waarin hij zich zowel kritisch als kwetsbaar opstelt. Een duidelijke rode lijn is er niet gelijk te ontdekken in zijn optreden: hij wisselt stijlen soepel af, van groot en hard gespeelde rock 'n roll tot kleine breekbare liedjes. Maar door zijn unieke manier van spelen en zingen vormen de liedjes samen toch een eenheid. (KK)

nu op 3voor12