Hexnut rockt in Paradox zonder gitaren

Ensemble dwingt respect af door virtuositeit en creativiteit

Daan de Vries ,

Binnen het project “Avontuurlijke Muziek” verblijdde Hexnut woensdagavond de Paradox met een verrassende en spannende show, waarin veel ruimte was voor experiment. Bij vlagen dreigde de band (met name bij de stukken uit eigen werk) enigszins uit de bocht te vliegen, maar al met al wisten de muzikanten respect af te dwingen door hun enorme virtuositeit en creativiteit.

Ensemble dwingt respect af door virtuositeit en creativiteit

Binnen het project “Avontuurlijke Muziek” verblijdde Hexnut woensdagavond de Paradox met een verrassende en spannende show, waarin veel ruimte was voor experiment. Bij vlagen dreigde de band (met name bij de stukken uit eigen werk) enigszins uit de bocht te vliegen, maar al met al wisten de muzikanten respect af te dwingen door hun enorme virtuositeit en creativiteit.

NIEUWE STIJL
Zeggen dat de muziek van Hexnut moeilijk in een hokje is te plaatsen, is niet alleen een lelijk cliché, maar ook een understatement waarmee de band danig tekort wordt gedaan. Hexnut is, naar eigen zeggen, een ensemble van vijf solisten dat muziek speelt in een geheel nieuwe stijl. De muziek bestaat uit een mix van modern-klassieke muziek en jazz, met veel ruimte voor improvisatie. Daarnaast zijn ook invloeden uit onder meer techno, Balkanmuziek en ‘cartoon music’ geïncorporeerd in het spel. De muzikale bezetting van Hexnut is enigszins atypisch. Naast piano en dwarsfluit maken ook harpsichord, ‘basfluit’ en een ouderwetse Casio synthesizer hun opwachting. Met dit instrumentarium speelt Hexnut zowel stukken van eigen hand als bewerkingen van nummers uit de meest uiteenlopende genres: van jaren '80 hardrock tot electronica. Toegankelijk? Niet echt. Pretentieus? Misschien wel. Hexnut maakt de pretenties echter helemaal waar.

MOEILIJK
Het optreden in Paradox, die gevuld is met een dertigtal geïnteresseerden, is onderverdeeld in twee sets die elk zo'n drie kwartier duren. In beide sets worden zowel covers als eigen composities gespeeld. Met name in de eerste set zijn deze eigen composities zo nu en dan moeilijk te volgen. Ook dreigen ze hier en daar te lang uitgespeeld te worden. Met zijn covers slaat Hexnut echter keihard terug. De muzikanten tonen onweerlegbaar aan dat zij beschikken over een ongelooflijke flexibiliteit aan stijlen, onder meer door de eerste set af te sluiten met geslaagde bewerkingen van een tweetal technonummers.

KIPPENVEL
Niets ten nadele van het eerste deel van het optreden, maar tijdens de tweede set laat Hexnut zijn ware spierballen zien. De tweede set opent donker met enkele composities van eigen werk. Een van de hoogtepunten is het derde nummer, waarin vocaliste Stephie Buttrich uitblinkt met een gedreven performance. Gedragen door de opzwepende muziek van haar bandleden citeert ze stukken uit de bijbel en post-moderne literatuur. Qua sfeer kun je denken aan het wat meer literaire werk van Nick Cave, maar dan met een muzikale aankleding die veel en veel complexer is. Kippenvel tot en met. Ook een absurdistische uitvoering van Besa Me Mucho, waarin elke muzikant een woord zingt, weet het publiek te raken. Hexnut sluit af met een cover van Steve Vai. “Fuck yourself with a rubber hose”, spuwt Buttrich in de microfoon. Gezien het bovenstaande oogt dit wellicht als stijlbreuk. Het is tekenend voor het vakmanschap van Hexnut dat het ensemble er volledig mee weg komt. Sterker nog: dit klopt gewoon. Hexnut heeft geen gitaren nodig om te rocken; dat blijkt wel uit een geniale uitvoering van een van Vai's gitaarsolo's door de fluitiste. Dat Hexnut weinig concessies doet aan haar publiek en nu en dan iets te ver doordraaft, kan nauwelijks als verwijt worden aangemerkt. Zelfs in zijn moeilijk te volgen momenten blijft Hexnut intrigerend. Een overrompelende prestatie.