Tilburgse helden zijn niet allemaal Wolverine’s Tilburgse helden zijn niet allemaal Wolverine’s

Grote kwaliteitsverschillen op gevarieerd Local Heroes

, Ferdinand Vleugel en Wouter Jaspers,

Tilburgse helden zijn niet allemaal Wolverine’s

Grote kwaliteitsverschillen op gevarieerd Local Heroes

Ferdinand Vleugel en Wouter Jaspers, ,

Met optredens van tien bands kregen muziekliefhebbers gisteren in Paradox een gevarieerd aanbod voorgeschoteld: het aanbod zwabberde vrolijk heen en weer van (stoner) rock tot dance, Nederpop en hiphop. Een paar relatief nieuwe groepen en vooral veel ‘oudgedienden’ speelden in het knusse jazzpodiumpje op het Local Heroes festival van Roxxity.

Grote kwaliteitsverschillen op gevarieerd Local Heroes

Als één ding duidelijk in het oog sprong op het Local Heroes festival in Paradox, is het wel dat over ‘de Tilburgse muziekscene’ als geheel weinig te zeggen valt. Behalve dan dat die volop leeft. Roxxity nodigde een nogal gemêleerd gezelschap uit en de bezoekers konden constateren dat ook de kwaliteit erg verschilt. BRADLEY’S CIRCUS Bradley’s Circus is een wat dissonante opener op een festival dat verder vooral gedomineerd wordt door rockbands. De gitarist bespeelt een jaloersmakende vintage Gibson, maar de aandacht wordt toch vooral opgeëist door zangeres Mattanja Joy Bradley: sexy en smaakvol gekleed in een zwarte avondjurk staat ze zelfverzekerd op het podium. Om bij de muziek te blijven: ze is niet alleen mooi, maar ook nog eens gewapend met een prachtige stem. Sensueel, krachtig en bij vlagen rauw. Bradley’s Circus maakt naar eigen zeggen “contemporary roots music”, wat zoveel blijkt te betekenen als stevige blues met een twist of rock&roll. De solo’s komen van de eveneens formidabele mondharmonicaspeelster. Na een snel beginnummer pakt de zangeres er een krukje en een akoestische gitaar bij om een uitstapje naar de country te maken. De bottleneck komt er ook nog aan te pas, zij het helaas maar mondjesmaat. Dit is dan ook geen band voor de liefhebber van wat puntigere rock&roll. Echt vet of venijnig wordt het nergens. Wel een band die je in gedachten grote tenten op dorpsfeesten helemaal plat ziet spelen. (FV) …AND MARTIN ON DRUMS En dan is het tijd voor …and Martin on drums. En ze spelen niet onverdienstelijk! Voorheen kregen ze op deze website veel lof over hun performance en inzet en dat zijn ook dit maal de punten waarop ze absoluut uitblinken. Deze band geloof je gewoon als ze iets spelen.. Het is puur, eerlijk en verrassend vervreemdend. Met hun dromerige sound, harde uithalen en emotionele zang deinen veel mensen mee op de wereld die ze creëren, een goede zaak want het is allemaal niet zo normaal wat ze maken. Pure postrock. Met invloeden van Mogwai, Explosoins in the sky en een vleugje Godspeed mag je dan ook wel wat verwachten. Muzikaal staat alles als een huis, maar het is jammer dat de zang er hier en daar wat naast zit. Op pure overtuigingskracht komt het toch allemaal goed. De zang is vandaag dan wel wat mager, maar desondanks overtuigd de band zonder problemen. En daar gaat het om! (WFJ) WIEB Wieb maakt muziek om op te neuken. Nouja, neuken…. Laten we het vrijen noemen, of nee:, nog zoetsappiger: knuffelen. Seksen op Wieb komt neer op gevoelig op en neer gaan in een standaard standje. Verwacht geen hitsige vrouwen die van genot tegen het dak opkrullen, maar seks vol lange slagen. Knuffelseks op knuffelrock. En daar is helemaal niets mis mee. Iedere man heeft een gevoelige kant, maar hopelijk uit niet iedere man die zoals Wieb het doet: door middel van cliché op cliché op cliché te stapelen. En als je denkt dat ze alle clichés inmiddels wel gehad hebben, weten ze gewoon weer een nieuwe te introduceren! En dan heb ik het niet eens over de teksten, maar ook over de muziek, de breaks, de presentatie en het tempo dat nergens verandert. Wieb maakt Nederlandstalige Geitenwollensokkenrock, engelenrock, aureooltjesrock, Backstreetboypowerrock, mét accordeon. Ideale schoonzonen dus, die alleen kunnen zingen over gevoelens. En ook daar is natuurlijk niets mis mee, zeker niet als je niet verder kijkt dan je neus lang is. Een tip aan iedereen die wél klaar wil komen tijdens de seks; verwissel na Wieb gewoon de cd in je speler, dan blijf je niet oeverloos aanklooien. (WFJ) DAN WELL Dan Well kun je een ‘ruige liedjesband’ noemen: een groep die in de eerste plaatrs prima rocknummers schrijft en er dan als het ware scherpe punten opschroeft. Melodieuze nummers eindigen met gespace en na een warme, sfeervolle intro volgt gerust een grungy gitaarriff. Een technisch hoogstandje is het niet, maar het adagium ‘less is more’ is hier zeker geldig. Dan Well verstaat de kunst om soms maar met twee akkoorden een vette, doorstampende riff aan te houden. Vooral de felle drummer doet het geheel bijzonder krachtig klinken, even denk je aan de Stooges. Hoewel, zanger Jason de Laat is toch duidelijk van de ‘90’s-rock-school: Schor, maar toch ook zuiver. En net zo maakt Dan Well leuke liedjes, maar zijn ze toch ruig. En ze leveren ook deze keer een prima optreden af. (FV) LOST IN SANITY De dames (en heren inmiddels) van Lost in Sanity zijn alweer een tijdje geleden aan hun tweede jeugd begonnen en dat gaat ze goed af. Zangeres Patricia Boehm heeft om haar vrouwelijke stoerheid te benadrukken vandaag voor een kogelvrij vest gekozen, wat collega Jesper Davits de volgende ingeving geeft: “Bulletproof Pussy, zo zouden ze moeten heten!” Misschien een suggestie…don’t shoot the messenger! Het heeft wel wat, die twee inmiddels iets oudere meiden die “I’m bad, I’m nasty” brullen. Dat trouwens meteen doet denken aan “I love rock & roll”. De goed gespeelde feelgood-rock van LIS is voortdurend herkenbaar, zonder dat je er precies de vinger op kunt leggen. Spelen ze nou iets van Alanis? The Cranberries? Jimmy Page? AC/DC? Nee, echt jatwerk is het niet. Je zou kunnen zeggen dat ze een heel tijdperk coveren. Nou ja, alles is in zekere zin plagiaat. Iets nieuws maak je door bestaande dingen zodanig om te gooien dat niemand het meer herkent, maar dat heeft LIS maar half gedaan. Het is de makkelijke weg, maar het werkt: het publiek is enthousiast. (FV) TIMMIETEX [Hiphopmodus aan] Timmietex is masterrrr, de shizzlewizzle, de bomb. [Hiphopmodus uit]. Ahum, Timmietex is bovenal zeer vermakelijk. Maar wie hij als rapper werkelijk is, geen idee! Meent hij het nou? Is wat hij doet wel serieus bedoeld? Is hij een clown? Waar is z’n clownsneus? Allemaal vragen die hij oproept tijdens zijn optreden. Veel grappen en grollen die met een strakke flow het publiek in worden gespuugd volgen en het is stiekem nog best goed ook. Het is verstaanbaar (wat al heel wat is bij hiphop) en het gaat niet om zijn ego, maar om de liedjes die hij te brengen heeft. En dat doet ie prima. Waar de eerste nummers vooral lijken op een vreemde gimmick op alles wat met hiphop te maken heeft, gaat hij na drie nummers de serieuze kant op en laat een stukje van zichzelf zien door te rappen over zijn ADHD en de obstakels die hij daarmee allemaal heeft moeten overwinnen. Eerlijke jongen dus, die Timmietex. Maar wat doet die back-up rapper erbij? Alles wat Timmie te melden heeft, wordt door hem ondergesneeuwd. Jammer, want zonder hem kan hij het ook af. Zeer leuke act tussen de rock ‘n’ rollbands.Nu nog een tropisch bloesje en we hebben in Tilburg een toppertje onder de hiphoppers. (WFJ) JEROEN HAMELINK “Liquid Iris-zanger Jeroen Hamelink probeert het weer.” Dat was de titel van een stuk dat op 5 mei van dit jaar werd gepubliceerd op deze website. Vandaag was het niet veel anders. Zonder band staat de jonge Jeroen voor een goed gevulde Paradox en het was aandoenlijk om te zien. Als surpriseact verwacht je dat er ook iets komen gaat, maar het bleef bij een gezapig optreden. De nummers (drie in totaal) waren saai, eentonig en voegden totaal niets toe aan de avond. Okay, zijn stem is apart en hoog, maar na een tijdje heb je het ook wel gehad. Het geheel mist overredingskracht en dat is gewoon jammer, want Jeroen kan echt wel spelen! Hij heeft het in ieder geval weer eens geprobeerd… (WFJ) ONE INCH MEN “One Inch men is back” is het openingsnummer van de stoners van One Inch Men. Dat lijkt een beetje misplaatst, de band is juist niet van de Tilburgse podia te slaan. En als je dan geen nieuwe nummers maakt, dan kent iedereen het op den duur wel. De zanger ziet daar de humor van in en verwijst nog maar eens naar de gratis cd’s “voor die twee mensen die ‘m nog niet hebben.” Maar herhaling of niet, het blijft moddervet. Met hun snelle metalriffs, afgewisseld met goedgeplaatste grooves, rammen de mannen hun bijzonder strakke set er doorheen. Ondanks de Kyuss-geïnspireerde bandnaam is het geen pure ‘woesteinmuziek’, maar eerder een kolos van een trein die door de kale vlaktes heendendert. De zanger klinkt nog steeds zoals die van Alice in Chains. Of dat een goed punt is hangt er dus maar vanaf wat je van die band vindt…De bassist van Wieb duwt er in elk geval zijn oren bij dicht. Vast geen Alice in Chains-fan.(FV) LIFE AGAINST US Vervolgens is het de vraag of het door de alcohol komt of door een bovengemiddeld aantal liefhebbers van het genre, maar bij de vrij jonge skaband Life Against Us lijkt het publiek ineens ontdaan van zijn onzichtbare ketens. De band speelt een bescheiden mix van ska, reggae en hier en daar een stevig rockakkoordje. Een geijkte formule, die garant staat voor een feestje. Eerlijk is eerlijk, met de presentatie is niks mis. Het is energiek en vrolijk, zoals, tsja….daar heb je het weer: alle andere skabands. De zanger maakt dat simplisme weinig uit. “Als de boer nie kent watte nie vreet, maakt da toch ook nie uit?”, roept hij uit. Ze scoren er in elk geval een paar BH’s van de gewillige deernes voor het podium mee. Of was dat afgesproken werk? (FV) A NUMBER ONE Cool as Kim Deal schuifelt de bassiste van AnumberOne over het podium, terloops nog wat woorden in de microfoon schreeuwend. En hoe het klinkt? Als rock ‘n’ roll! Staan hier dan de echte Local Heroes van Tilburg? Jammer genoeg niet. Hoe dan ook. het publiek danst en swingt op de emorock van A#1. De presentatie is erg overtuigend, de bezieling volop aanwezig, maar er zijn wel wat dingen die gemist worden. Als we kijken naar de nummers kunnen we alleen zeggen dat het goed in elkaar zit, er is nagedacht over de composities en het samenspel tussen gitarist en bassiste is perfect. De hele band an sich is erg strak en goed op elkaar ingespeeld, maar naarmate de nummers elkaar opvolgen komt wel de sleur erin. Het lijkt allemaal een beetje op elkaar en de liedjes weten muzikaal niet honderd procent te overtuigen. Is het het gemis van een extra gitarist die meespeelt? Is het de dag, het podium, het publiek? Geen idee. Het is lekkere rock ‘n’ roll, niets meer, niets minder. Gewoon lekkere rock ‘n’ roll. (WFJ) RAVENGLASS Ik heb diep respect voor Ravenglass. Echt waar. Er is toch niets beters dan optreden alsof de wereld je niets kan maken? Er is toch niets beter dan vet maling hebben aan wat mensen van je denken? Met als stylinginstelling “Het is geen ramp, ik kom van het kamp” staan ze met plezier op het podium. En dat is goed om te zien. Ravenglass speelt zoals ze het zelf stellen vette breakbeat met 'heartfelt vocals.' Dat klinkt goed, maar of het ook echt uitpakt in deze live-situatie? Na een moeizame start spelen de twee heren en twee dames hun liedjes en ik als recensent heb geen idee wat ik erover moet zeggen. Is dit goed? Is dit slecht? Ik vond het vooral zéér vervreemdend. Wat moeten ze gedacht hebben toen ze deze muziek gingen maken? “Hoe meer over de top, hoe beter?” Dat zou best kunnen. Over de top is het zeker, niet alleen als het gaat over de pakjes en gevlechte kapsels, maar ook als het gaat over de muziek. Diepe vette lagen over elkaar geborduurd, de drums uit een laptop, de gitaar uit een gitaar (met veel effecten) en de conga’s, tja, uit de conga’s, maar hadden ze dit beter niet helemaal uit een laptop kunnen halen? Dan zou het strak geweest zijn en dan zou ik als recensent me ook niet afgevraagd hebben wat die conga’s er in godsvredenaam doen… Er was geen enkele toevoeging van de percussioniste te horen… Obelix zou zeggen: Vreemde band, dat Ravenglass… (WFJ)

Nu op 3voor12