Waterijs en The Cult

Zwoele show The Cult sluit 013-seizoen lekker af

Bas Verbeek, ,

The Cult, een band die zijn naam enigszins eer aan doet. Echt een grote naam is het nooit geworden, maar de kwalitatieve band met als sterkste factor Ian Astbury is altijd bejubeld door velen. Volle bak dus in een oververhit 013 gisteren. Na gratis waterijs kon een zwoele rockshow niet uitblijven.

Zwoele show The Cult sluit 013-seizoen lekker af

Het seizoen is zo goed als afgelopen, maar nog één keer staat 013 afgeladen vol. Net op een dag dat het snikheet is en de grote zaal daarom verandert in een sauna. En dat niet eens voor een hippe band die net een nieuwe cd uit heeft, maar voor The Cult die al jaren niks nieuws heeft geproduceerd. En dat is helemaal niet erg, want dat betekent niks minder en niks meer dan ouderwets genieten. Natuurlijk overheersen de dertigers en de veertigers. De verzamelde generaties die opgroeiden met The Cult. Samen met nieuwe belangstellenden zorgt dat voor een volle bak en bij de huidige hitte is dat zware kost. Zeker als de band lang op zich laat wachten. Maar gelukkig heeft de band op zijn rider ook gedacht aan het publiek en is er gratis waterijs (raketten) voor iedereen. Een verkoeling voor de hitte losbarst. Want als de band op komt, of vooral Ian Astbury, is daar het verlichtende applaus. Het deuntje dat we tot vervelens aan toe horen als we op de website van rockcafé Little Devil komen (‘Lil’ Devil’ dus), zet de toon voor een strak optreden. Ian Astbury is altijd nog de eyecatcher en de man die de sound van The Cult bepaalt. Vanavond heeft hij zijn best gedaan om de Jim Morrison looks te vermijden. Was hij de afgelopen tijd bijna een kopie van Morrison als zanger in de shows van de herenigde Doors oftewel Riders on The Storm, voorheen bekend als The Doors of the 21st Century; vandaag verbergt hij zijn strakke oogblik in de schaduw van zijn grote bandana. De overeenkomst met de vocalen van zijn grote voorbeeld Morisson zijn er niet minder om. Het geluid, de tamboerijn (waarvan hij er twee in het eerste nummer weet te slopen), de beweging. Natuurlijk moeten we daar wel die jaren tachtig rauwe rockvocalen bij optellen om The Cult te krijgen. En het rechttoe rechtaan AC/DC-geïnspireerde gitaargeluid van Billy Duffy. Maar de twee individuen staan vrij los van elkaar op het podium. De spanningen tussen Astbury en Duffy zijn er altijd nog, backstage eisen ze ieder hun eigen kleedkamer, liefst zo ver mogelijk van elkaar verwijderd. Genoeg gossip. Het optreden doet wat het moet doen: het rockt. Herkenbaarheid voor de meesten; een zwoele Astbury en een genuanceerd energiedoserende band. Nooit die knallende uitschieter, maar ook nooit een vervelende dip. Een volle zaal die instemmend mee staan te knikken en een kleine groep vooraan die tot de verbazing van Astbury ‘iets te enthousiast’ is. Precies die sfeer waarin goed te merken is dat de hitte doordringt in de show. Hitte, maar ook een beetje van de donkere sfeer a la Danzig is altijd nog te voelen in het geluid van The Cult. Exact wat je wilt van een show van deze band. Geen poespas – het podium is op een paar versterkers en drumstel na helemaal leeg – maar rocken. Knietjes knikken, lippen tuiten, en het hoofd op de groove afstemmen. Anderhalf uur lang een heerlijke The Cult. Misschien wel uniek, want de vraag is natuurlijk hoelang Astbury en Duffy nog bij elkaar op het podium willen staan.