Dat er op het gebied van levendigheid - of hoe je het ook wilt noemen - een nieuwe wind waait op het Stadhuis, zal de meesten niet ontgaan zijn. Meer 24-uurs vergunningen, de terugkeer van de nachtbus, en een burgemeester die zich uberhaupt laat zien na twaalven. Het initiatiefvoorstel borduurt daarop voort en voegt, wat 3voor12 Rotterdam betreft, met een poppodium en een permanent festivalterrein er een paar interessante elementen aan toe. Als we het voorstel doornemen zien we concrete en minder concrete zaken. Vooral het festivalterrein lijkt op dit moment nog toekomstmuziek. Er worden een paar locaties geopperd zoals Attractiepark Rotterdam en Zestienhoven, maar het gaat vooral over de randvoorwaarden die nodig zijn om zo’n terrein mogelijk te maken.
En daar wordt het interessant. Wat we in het Rotterdams Nachtplan en Beleidsvisie Pop 2019-2030 namelijk terugzien, is een gemeente die vermaak (expressie? reuring? plezier?) meer en meer als een voorwaarde voor een wereldstad lijkt te zien. Voorheen was het alsof Opstelten en Aboutaleb af en toe vanaf hun balkon richting het Stadhuisplein keken met de verzuchting ‘daar moeten we ook nog wat mee’ Levendigheid als een veiligheidsprobleem, niet als een fundamenteel onderdeel van wat een stad een stad maakt. Maassen: ‘Het scheelt dat er in de raad, het college, en onder ambtenaren nu steeds meer een generatie zit die het belang van een levendige stad zélf beleeft. Als je alleen maar kunt wonen, wat voor stad ben je dan?’ Ze benadrukt: ‘Een slaapstad die hoog op allerlei lijstjes komt vanwege de interessante architectuur, maar waar het ‘s avonds uitgestorven is.’