Het is even onwennig om weer bij Lijm & Cultuur te zijn. Normaal staan de poppetjes hier als op elkaar, bij een groot feest als Ohm festival. Vanavond een leeg terrein en wie niet even om de hoek kijkt, zou uit verwarring omdraaien en weer naar huis fietsen. Binnen brandt het licht gelukkig wel en worden bezoekers mondjesmaat binnengelaten. Als bevroren in de tijd kunnen we hier straks weer het entertainment van voor die crisis ervaren - we noemen het woord maar niet meer. De over het podium razende bands vormen een schril contrast met het stilstaande publiek. Het heden tegenover het verleden. En wij, wij kunnen alleen maar in onze handjes wrijven dat Lijm & Cultuur, Stichting Pop Promotie Delft en Delfts Collectief hun eigen gedesinfecteerde handen ineen hebben geslagen om het spektakel van vanavond mogelijk te maken.

ORDR!

Ordr! begint met een synthesizer-loop met een naar 1984 of V for Vendetta neigende speech sample, die de rilling op je armen zet. Een stevige groove vormt de basis voor haunting gitaarklanken. Hier en daar doet de sound aan Interpol denken.

Vooral de bassist lijkt er zin in te hebben; hij beweegt gretig over het podium waar de 1,5 meter dat toelaat. Het is tekenend voor de avond, waarbij beide bands als ontketende honden te keer gaan. 

Oké we dwalen af, terug naar de band. Meerdere gesampelde toespraken passeren de revue, soms als interlude of intro, soms als onderdeel van een nummer. Onder andere de fake facts van die oranje clown aan de overkant van de oceaan zijn te horen, als ook het inmiddels klassieke ‘OR-DEEUUHRR’ van John Bercrow. Zou hij die uitspraak bedacht hebben na het zien van deze band?

Dancing to the Stereo’ is de track die het meeste bijblijft. Te vinden op de EP ‘Back to te Start’ en zeer geschikt om mee te blèren door het hoge gehalte aan ‘oehs’ en ‘yeahs’. Het doet een beetje verlangen naar een zomer zonder zorgen, waar we nog wel naar festivals konden en elkaars zweet konden proeven in een veel te drukke menigte.

In plaats daarvan zitten we op stoeltjes, een stuk uit elkaar. Het is fijn om weer muziek te ervaren, maar zittend voelt dat toch wat raar. Het gebrek aan beweging probeer ik te compenseren met overdreven head-bangen, wat waarschijnlijk de oorzaak is van mijn nekklachten de volgende ochtend. Of is dat toch te wijten aan dat eeuwige thuiswerken?

Ten Times a Million

Na de pauze is het de beurt aan Ten Times a Million. De band moest last-minute zonder gitarist Alex spelen vanwege reisrestricties tussen Duitsland en Nederland. Gelukkig werd toetsenist (en broer van de drummer) Menno ingeschakeld. Dat het broertjes waren deed zich zelf ook al wel voorspellen, door dezelfde halflange blonde haren die in het gezicht hangen. De toevoeging van toetsen en de semi-akoestische insteek waarmee de band speelde, zorgde ondanks de fysieke afstand voor een intieme sfeer in de zaal. Dit werd versterkt door de enorme energie die de frontman Martin Duve ten tonele brengt. Diezelfde frontman - met Duitse roots -  krijgt de lachers op zijn hand als hij uitlegt waarom zijn Nederlands niet zo goed is: ‘’ik ben een Tukker.’’

De band speelt vandaag ook een aantal eigen interpretaties van bestaande nummers.

In een van hun eigen tracks wordt de melodie van ‘My Friend - Groove Armada’ gequote. Ook komen ‘I’m gonna make it with chu - Queens of the Stone Age’ en ‘With Every Heartbeat - Robyn’ komen voorbij, beide in een eigen jasje. Mooie akkoorden en een erg emotionele performance bij die laatste geven me kippenvel.

Ook de eigen nummers komen goed uit de verf. Er wordt met veel dynamiek gespeeld. De band heeft een rijk arsenaal aan smaken. ‘When the Lights Go Out’ doet zelfs het publiek even meezingen, al is ook dit nummer eigenlijk bedoeld om flink op te springen.