‘Like a sailor on a big green boat… you can be free and still come home.’ Cameron Winter zingt het alsof zijn kaken dichtgenaaid zijn, haast zonder te articuleren. Het haalt bij de Geese-sceptici het bloed onder de nagels vandaan, deze manier van zingen, zijn ogenschijnlijk afwezige blik erbij. Maar hier in Doornroosje Nijmegen, bij de eerste van twee Nederlandse shows na hun doorbraak met het album Getting Killed, zien we absoluut geen vage zwalker op het podium staan. Cameron Winter blijkt in zijn doodnormale grijze hoodie wel degelijk een van de meest trefzekere zangers van het moment, omgeven door een virtuoze band die precies weet wat–ie doet en waar je ruim een uur ademloos naar kunt staan kijken.
Het is ook bepaald geen betekenisloze zin, ‘you can be free and still come home’, uit ‘Au Pays Du Cocaine’, een van de meer kalme liedjes in het oeuvre van Geese. Het is een van de vele tekenen van de vrijheidsdrang die in zo'n beetje elk liedje van Geese zit. De teksten van de band worden vaak ongrijpbaar genoemd, maar tussen de surrealistische beelden tref je zo nu en dan een zin die iedereen begrijpt. Oh ja, wil je dat ik mijn belastingen betaal? ‘You're gonna have to nail me down!’, zingt Winter bijvoorbeeld in de wonderlijke uithaal die het liedje ‘Taxes’ openbreekt. De vuisten vooraan gaan massaal de lucht in als de band vol achter de frontman gaat staan. Op het spaarzaam verlichte balkon staan mensen met ontroering en bewondering te kijken naar deze band, die niet alleen veel dynamiek in een liedje legt, maar ook nog eens extra in een meeslepende set van vijf kwartier.