Zoals elke maand kan er in de Vorstin in Hilversum weer genoten worden van drie bands van Nederlandse bodem. Op 16 februari is het de beurt aan the Hazzah, Yasmine en Iguana Death Cult. Met een gratis drankje en biologisch patatje kan je er de hele avond lekker tegenaan.

The Hazzah

Met hun fuzzed-out garage/surfrock opent The Hazzah de avond. Het eerst wat opvalt is de aparte verschijning van zanger en bassist Edo Storm. Met zijn grote bril en coltrui in zijn broek lijkt hij meer op het liefdeskind van Buddy Holly en Steve Jobs. Ook de moves van de frontman vallen op. Ze lijken op de herkenbare rocksterrenposes: de armen worden als een windmolen rondgezwaaid, de bas wordt als een gevangen vis in de lucht gehouden, heupen wiegen heen en weer, sprongetjes worden gemaakt en hij gaat door de knieën. Toch ziet het eruit alsof hij zichzelf niet heel serieus neemt in de moves die hij maakt. Zijn kunde op de basgitaar is echter wel serieus te nemen. Zijn zware tonen komen goed tussen de andere instrumenten door. Meestal gaan de baslijnen goed gepaard met de drums, maar soms voegt Edo met wat melodieuze riedeltjes smaak toe aan de gitaar en het keyboard. Daarnaast komt het niet vaak voor dat de zanger ook basgitaar speelt. De twee gitaristen van de band, Pepijn Kops en Sten Kasman, wisselen vaak als leadgitarist. Sten is naast gitarist ook de toetsenist op de transistor orgel van de Haagse band. Het is past halverwege de set, bij hun nummer Not Getting Older, dat Sten zijn gitaar er daadwerkelijk bij pakt. Naast de nummers van hun debuut-EP XEX covert de band ook Sitting on my Sofa van the Kinks.

 

Yasmine

De avond vóór Patat Met stonden de heren van Yasmine nog in het voorprogramma van Kensington in Paradiso. Nu staat het drietal van het Conservatorium van Amsterdam met hun garagepop in de Vorstin. De band heeft de meest afwijkende sound van de drie bands op het programma. Het is ongetwijfeld luid, maar er zijn veel poppy melodieën in verwerkt. Bassist Eszl de Vois wordt omringd door een halve maan van effectpedalen. Zanger en gitarist Kevin van Moorsel gebruikt naast zijn verzameling pedalen ook zijn hele gitaar: van de tremolo tot de snaren boven de topkam. Ook de onderwerpen van de nummers wijken af. Het nummer Happy Balloon People gaat over een seriemoordenaar die zijn slachtoffers vilt en hun huid opblaast tot ballonnen. De onverwachte drumfills van Dan Huijser gaan goed samen met de zang van Kevin, die zingt als een psychotische killer. Na afsloop verontschuldigt Kevin zich: “We doen niet alleen maar enge dingen. Vanaf nu is het lief en fijn en mooi.” Yasmine zet hierna hun laatste single Tiny Bubbles van hun debuut-EP Honey in, die slim in contrast staat met Happy Balloon People. Een van de laatste nummers die Yasmine speelt is hun nieuwste nummer Touch Me, waarin Kevin zingt over domme dingen die hij in het verleden heeft gedaan en waardoor hij heel eenzaam werd. De eenzame gitaarriedel waarmee hij opent geeft zijn eenzaamheid weer. De drukke bas en drums die daarop volgen vormen een muzikaal antwoord op de vragen die de zanger in de tekst zingt. De muziek van Yasmine is goed doordacht.

Iguana Death Cult

Het is de Rotterdamse band Iguana Death Cult die deze editie van patat Met afsluit. Het is deze avond precies een jaar geleden dat hun eerste album uitkwam, The First Stirrings of Hideous Insect Life. Sindsdien bouwt het viertal met hun mix van garagerock met vleugjes punk en psychedelische surfrock lekker aan de weg. De beer van een frontman Jeroen Reek voegt de punkvibe toe met zijn ruige stemgeluid en raggende gitaarspel. Gelukkig is het niet alleen maar geschreeuw, bij de zachtere, poppy nummers voegt gitarist Tobias Opschoor een tweede stem toe. Daarnaast is Tobias, met een flinke lading reverb en andere effecten op zijn gitaar, verantwoordelijk voor de typische surfrocksound met psychedelica. Het eerste nummer wat de jongens spellen heeft dan ook een veelvoorkomend drumintro wat je vaak hoort in de surfrock, die wordt opgevolgd door Tobias’ gitaarspel. Iguana Death Cult is veruit de meest energieke band van de avond, wat voor het handjevol moshers goed uitkomt. De nummers volgen elkaar namelijk is hoog tempo op en Jeroen besteedt niet veel tijd aan praten tegen het publiek. Daarnaast hebben de laatste twee harde nummers veel lange instrumentale stukken waar het kleine groepje wildebrassen hun vingers bij af kan likken. Een paar biertje en zakken patat moeten het zelfs ontgelden in al het geweld.