Patrick de Cock's muzikale DNA werd gevormd door Aphex Twin en Sonic Youth Patrick de Cock's muzikale DNA werd gevormd door Aphex Twin en Sonic Youth

Programmeur Victorie blijft zijn muzikale grenzen verleggen

, Frank Wagemaker

Patrick de Cock's muzikale DNA werd gevormd door Aphex Twin en Sonic Youth

Programmeur Victorie blijft zijn muzikale grenzen verleggen

Frank Wagemaker ,

In deze nieuwe rubriek kijken we in de platenkast van nauw betrokkenen bij de alternatieve popcultuur in Noord-Holland. De definitieve nieuwbouw van Victorie is een mooie aanleiding om Patrick de Cock uit te horen over zijn muzikale DNA. Al vanaf het begin is hij programmeur van het Alkmaarse poppodium. Nu nog in het absolute hart van de stad, over een paar jaar aan de Pettemerstraat.

Aphex Twin – Classics (1994)
'Een compilatie van twee eerder uitgebrachte EP’s. Voor mij de instapplaat van techno, acid, ambient en breakbeat. Hij zocht binnen electronica de muzikale grenzen op. Bracht verschillende stijlen bij elkaar. Dat is precies waar ik naar op zoek ben, experimenten met bizarre geluiden. Aphex Twin is nog altijd actueel. Ik luister er nog steeds naar, vooral openingstrack Didgeridoo is superieur.'

Orchestre Poly Rythmo de Cotonou – Echos Hypnotiques (2009)
'Van het label Analog Africa. Als je vage shit wil horen, moet je daar een plaat van kopen. Het heeft meerdere ritmes en is psychedelisch, wat ik geweldig vind. Er zit funk in, swing en vooral veel spanning. Nieuwe geluiden zijn voor mij belangrijk. In de westerse muziek heb ik al veel gehoord. Door te backpacken ben ik in aanraking gekomen met andere stijlen binnen de wereldmuziek. Je ontmoet locals die je introduceren in andere scenes. Bijvoorbeeld in Peru met chicha en cumbia. Muziek die door Afrikaanse slaven werd meegebracht naar Zuid-Amerika.'

My Dying Bryde – Turn Loose the Swans (1993)
‘Britse doommetal met gotische invloeden. Het langzame en logge geluid spreekt me aan. Voor mij het instapalbum van metal en andere hardere stijlen. Vanuit Turn Loose the Swans ontdekte ik meer binnen het genre. Het was de tijd dat ik platenbeurzen bezocht. Daar vond je wel de obscuurdere dingen die de lokale platenboer niet had.’

Underworld – Second Toughest in the Infants (1996)
‘Een instant klassieker. In die tijd was je een alto, houser of gabber. Ik was een alto die op Lowlands 1995 de Bravotent binnenliep waar Underworld stond te pompen. Holy shit, dacht ik. De crossover van rock en techno was nieuw voor mij. Underworld bracht mij voor het eerst dance met een live-gevoel.’

Hoochie Coochie Men (2001)
‘Een compilatie van allerlei Amerikaanse bluesmuzikanten, zoals Robert Johnson, Leadbelly en Muddy Waters. Opnames nog van voor de oorlog. Essentieel in de muzikale evolutie. Het is de footprint van later uitgebrachte rootsmuziek in de VS: bluegrass, country, blues en soul. De gitaarmuziek van nu is onder andere begonnen bij deze pioniers. Klinkt prachtig en authentiek.’

Trans Am – Red Line (2000)
'Dit vind ik geniaal. Elke track heeft zijn eigen signatuur, maar vormt samen wel een coherent geheel. Het gaat van links naar rechts alle kanten op, heeft geen vaste kaders. Het is krautrock. Een mix van electronica en rock.’

Sonic Youth – Goo (1990)
‘Ik zat op mijn dertiende op gitaarles in Boxmeer. Stond ik in de naastgelegen bibliotheek door de bakken met cd’s snuffelen. Leende ik op een gegeven moment een oudere cd van Sonic Youth, geen idee meer welke het was. Wel dat ik het goed vond. Sonic Youth stond in 1991 in Rotterdam op Ein Abend In Wien (voorloper Lowlands). Samen met bijvoorbeeld The Smashing Pumpkins en Nirvana. Het werd uitgezonden op de radio. Ik het optreden opnemen op een cassetterecorder, kon ik die lekkere gitaarnoise terugluisteren. Het gaf een punk- en rockgevoel. Beste nummer? Dirty Boots.’

Mano Negra – King of Bongo (1991)
‘Mijn vrienden gingen naar een Mano Negra-concert in Doornroosje Nijmegen, maar ik mocht niet van mijn ouders. Ik was nog te jong. Op de camping in Frankrijk maakte ik Franse vrienden met deze muziek. De Patchanka-sound - een mix van latin, hiphop, ska, reggae, punk en rock - had een energie die ik daarvoor nog niet kende. Mano Negra, met frontman Manu Chao, maakte eigen keuzes en stond daar volledig achter.’

Joy Division – Closer (1980)
‘Hier luister ik nog altijd naar op vinyl. Op de platenspeler in een speciaal ingetimmerde kast met mooie apparatuur. Na wat ruilen van cassettebandjes op de mavo kreeg ik op een B-kantje Warsaw te horen, de voorloper van Joy Division. De harmonieën - ik luister vooral naar harmonieën, ben geen technische luisteraar - en waveklanken raken me nog steeds. Wij organiseren SWAF-avonden in de Victorie waar deze muziek wordt gedraaid.’

Tindersticks – The Second Tindersticks Album (1995)
‘Hoe vaak ik deze gasten live heb gezien? Misschien wel veertig keer. Door mij ontdekt bij MTV’s 120 Minutes. Dat programma was een inspiratiebron, net als Leidsekade Live! en VPRO’s Onrust. Tindersticks was in Engeland het tegengeluid van Britpop, het verschil tussen ingetogenheid en branie. De donkerbruine stem van Stuart Staples en simpele akkoorden maken het goed. Eigenlijk houd ik gewoon van mooie liedjes.’

Benieuwd naar de tien albums van Patrick de Cock? Ga er rustig voor zitten en luister naar de tien songs op deze playlist op Spotify.

nu op 3voor12