“Ik voel dat dit een mooie avond gaat worden”, “we gaan er samen een mooie avond van maken”, “dit is echt een focking mooie avond”: Véras manifesteert zich moeiteloos door een veelbewogen concert vol met technische mankementen en bijzondere onverwachte momenten. Én misschien komt het naast deze zelfvervullende profetieën toch eigenlijk ook gewoon doordat hij en zijn band hele mooie dingen weten neer te zetten.

Calundé

'Naast dat jullie mij niet kennen, kennen jullie sowieso mijn liedjes ook niet'

Zo ook Calundé, die het voorprogramma verzorgt. “Naast dat jullie mij niet kennen, kennen jullie sowieso mijn liedjes ook niet” zegt de frontman - de 22-jarige Cas Erkeland - bescheiden. Als het klopt wat hij zegt, dan is dat best wel jammer, want wat hij maakt is fijn. Namelijk toegankelijke, elektronische muziek met daarin harmonieuze instrumentale aanvullingen. Er zijn allerlei samenwerkingen te bespeuren. Naast dat hij zelf bijvoorbeeld synth en gitaar speelt, speelt hij samen met een andere gitarist, maar ook doordat er af en toe iemand komt joinen op het podium. Zo vertelt hij dat hij een van zijn nummers “samen met [zijn] matties” heeft gemaakt. Na zijn set neemt het publiek klappend “afscheid”, maar we komen er na de pauze achter dat dit niet hoefde - hij speelt namelijk mee met de main act van de avond: Véras. 

Spinvis-ish en kwetsbaarheid

Luidkeelse ontvangst

Als Véras en band het podium betreden, worden ze warm en luidkeels ontvangen. Er zijn overduidelijk genoeg fans aanwezig die zich door het baggerweer hebben begeven om naar de Tolhuistuin te komen. Véras’ stijl kan je vergelijken met die van Spinvis, maar dan tekstueel wellicht toegankelijker voor een jongere demografie, of gewoon voor een grotere groep mensen (even voor de duidelijkheid: niks minder dan ultieme lof voor Spinvis, hallo). Véras’ album Het Niets heeft hij gemaakt in een corona-lockdown, toen hij depressief was, zo deelt hij op kwetsbare doch soort van ongedwongen wijze. De emoties en existentiële overdenkingen die hiermee gepaard gingen, en over zijn strijd met lastige familie relaties, hoor je goed terug in de teksten. 

Verbindende uitlaatklep

Delen van depressieve gedachten en gevoelens met publiek

Het werkt eigenlijk geruststellend dat er gewoon letterlijk wordt gezegd wat voor depressieve gedachten en gevoelens er in hem omgingen. Jonge mensen in het publiek zingen mee met de teksten, waaruit je kan opmaken dat er gerelateerd kan worden met Véras. [Dit is dan ook niet zo gek als je bedenkt dat onderzoek uitwijst dat de helft van de Nederlandse jongeren psychische klachten heeft ervaren naar aanleiding van de genomen maatregelen tijdens de pandemie.] Véras’ muziek lijkt in ieder geval een efficiënte en bovenal verbindende uitlaatklep te zijn voor mensen die vlak voor het podium hard meezingen en -bewegen. Wat ook erg fijn is om te zien, is dat de band en Véras erg hecht lijken te zijn, en zij elkaar goed ondersteunen. 

Samenwerking met onder andere Gotu Jim en Jeanne Rouwendaal (WIES)

Optreden kent veel verrassingen

Dit geldt ook voor de momenten wanneer Gotu Jim en Jeanne Rouwendaal (WIES) hem zo nu en dan komen vergezellen op het podium. Voor zijn album werkte hij namelijk samen met hen, en ook met Ray Fuego en Stefano Keizers. Naast Gotu en Jeanne wordt er ook nog een fan op het podium uitgenodigd, die alle teksten kent én verrassend mooi kan zingen en dansen. 

Lofi-beats, hip-hop invloeden, een dissonant vleugje punk en praatzang

Nummers hebben vaak poëtische en zelfs filmische vertellingen

Naast Véras’ kenmerkende Nederlandse teksten en de overduidelijke lo-fi beats zitten er ook hip-hop invloeden in. Heel soms valt er zelfs een dissonant vleugje punk te bespeuren. Wil er echter een moshpit kunnen ontstaan, waarvan Véras aangeeft dat dat een lifegoal voor hem zou zijn, dan zal dit wellicht nog wel iets aangedikt moeten worden. Misschien moet de megafoon dan nog iets vaker ingezet worden, want dit heeft wel iets guurs/punkerigs. In veel van zijn nummers gebruikt hij overigens zijn karakteristieke praatzang, wat mede voor een melancholische sfeer zorgt. Vooral wanneer dit gecombineerd wordt met het lo-fi kenmerk van een spoken stukje aan het begin van een nummer, zoals aan het begin van het nummer Slaappillen, waar we de stem horen van Veras’ moeder die een voicemail inspreekt - wat ongelofelijk schattig, maar tegelijkertijd ook zwaar beladen is. De nummers hebben vaak poëtische en zelfs filmische vertellingen. Dat laatste is niet heel gek, wanneer je weet dat Véras een achtergrond heeft in cinematografie. Zouden zijn theatrale uitingen op het podium ook hier ergens vandaan komen?  

Technische problemen en onverwachte momenten

Vragenrondje als intermezzo

Middenin het optreden vinden er allerlei technische problemen plaats. Véras gaat hier ongelofelijk relaxed en sportief mee om, en begint aan een gezellig vragenrondje. Na een paar vragen over de plaat en waar deze te krijgen is etc., vraagt iemand of hij Geert (gitarist) zijn plectrum zou mogen hebben. Dat mag. Na er twee te hebben uitgedeeld moet Geert toch ophouden - hij had er maar drie. Nog vele malen grappiger overigens, is het moment wanneer Daniël wordt bedankt voor het mee-produceren aan de plaat Het Niets, en deze midden in het publiek zijn hand vol trots omhoog steekt. Mensen om hem heen klappen en lachen hem toe. Mooi moment. Totdat Véras ineens - in een volledig andere richting - de bewuste, daadwerkelijke, Daniel aanwijst, waarop de ogenschijnlijk trotse glimlach van de fake Daniel verdwijnt en hij een soort van “sorry” lijkt te mompelen.