Sterke knieën en strakke schoenen maken de bluesman Sterke knieën en strakke schoenen maken de bluesman

Interview met Heavy Trash

, Tekst: Joshua Baumgarten Foto's: Marike Benschop,

Sterke knieën en strakke schoenen maken de bluesman

Interview met Heavy Trash

Tekst: Joshua Baumgarten Foto's: Marike Benschop, ,

Jon Spencer en Matt Verta-Ray, twee van de hardst werkende mannen van de hedendaagse rock’n’roll, speelden vorige week in Patronaat als Heavy Trash hun ‘good time sleaze shake and shimmy old school rockabilly style’. Voor de show, onder het genot van een koud bietje, ondervroeg Joshua van de organisatie Irrational Library de heren over het proces, het spelen en de volharding die een echte bluesman maken.

Interview met Heavy Trash

Jon Spencer en Matt Verta-Ray, twee van de hardst werkende mannen van de hedendaagse rock’n’roll, speelden vorige week in Patronaat als Heavy Trash hun ‘good time sleaze shake and shimmy old school rockabilly style’. Voor de show, onder het genot van een koud bietje, ondervroeg Joshua van de organisatie Irrational Library de heren over het proces, het spelen en de volharding die een echte bluesman maken. Het lijkt erop alsof jullie tijdens deze tour bij de grotere podia vandaan blijven, en juist tevoorschijn komen op bowlingbanen, openingsfeestjes van benzinestations en kleine festivals. Hoe voelt het om op de kleinere podia te spelen? JS ‘Dat is juist leuk. Matt en ik spelen allebei al heel lang in bands en hebben jarenlang getourd, maar het is altijd leuk om op plaatsen te spelen waar je nog nooit geweest bent. Juist als het een ongewone plaats is, en een keer niet de plek die je al tien jaar ziet. Bij die kleinere shows krijg je het gevoel dat de organisatie veel meer geïnvesteerd heeft in de show, en het publiek is veel enthousiaster.’ Heavy Trash brengt een tweede album uit, dat is opgenomen in drie verschillende studio’s in Kopenhagen, Londen en New York, met drie verschillende achtergrondbands. Hoe ging het tussen jullie twee en die andere bands? MVR ‘We hebben lang met die bands getourd voordat we de cd gingen opnemen. Er was dus al een bepaalde chemie tussen ons en die muzikanten, en dat is precies wat we wilden meenemen de studio in.’ JS ‘De shows zijn allemaal verschillend, afhankelijk van met welke groep muzikanten je speelt. Toen we deze plaat aan het opnemen waren, hebben Matt en ik gediscussieerd over welke nummers we wilden opnemen met welke band. We hebben geprobeerd het juiste nummer met de juiste spelers te combineren.’ Is het schrijfproces anders nu jullie als duo werken? MVR ‘Het is samengevloeid tot een techniek, maar meestal jammen we gewoon zonder verbaal te communiceren: we gooien wat akkoorden door elkaar en staan lekker met elkaar te spelen. Een van ons springt achter het drumstel, we nemen het op en we luisteren het terug om de stukken die iets voor ons betekenen eruit te pikken. Die combineren we dan met woorden. Meestal improviseert Jon de teksten ook bij elkaar. We proberen wat uit onze hoofden komt op waarde te schatten, en meestal heeft dat iets fris. Als je ervoor gaat zitten en probeert om de zinnen te laten rijmen of om samenhangende coupletten te schrijven, voelt het te kunstmatig. Ik bewonder Jons vertrouwen in zijn eerste impuls. Wij halen het beste uit wat we hebben, terwijl John gewoonlijk binnenkomt met kant-en-klare teksten. We editen het wel en knippen er wel in als het eenmaal op tape staat, maar het is een nogal organisch proces. Omdat we bijna alles in mijn studio doen, is het opnameproces eigenlijk versmolten met het creatieve proces.’ Bij het opnameproces gebruik je analoge opnameapparatuur en je hebt een hekel aan Pro Tools en andere moderne technologieën. Is dat iets puristisch, iets esthetisch of een kwaliteitskwestie? MVR ‘Het is een combinatie van die drie dingen. Ik houd van hoe ze eruit zien, hoe ze klinken. Het heeft ook met het proces te maken: de beperkte mogelijkheden van een medium geven het juist karakter. In Pro Tools zitten zoveel mogelijkheden, geld en onderzoek, dat je honderd vocale sporen kunt opnemen en een oneindig aantal samples. Maar wat een medium speciaal maakt, is om het te gebruiken totdat zijn mogelijkheden uitgeput zijn: je wilt zijn grenzen opzoeken. Met analoge opnameapparatuur komt het regelmatig voor dat de frequentie langzaam omlaag gaat, waardoor het geluid vervormt, naar mijn mening op een plezierige manier. Ik houd van het fysiek manipuleren van de tapes, het letterlijk knippen en editen. Jullie zijn een op muzikaal gebied een brug tussen het verleden, het heden en de toekomst. Jullie brengen hommages aan artiesten als Charlie Feathers, The Gories, Doo Rag en in het bijzonder iemand als R.L. Burnside. Waar zien jullie jezelf in dat spectrum? Is dat eigenlijk wel iets wat jullie je afvragen? JS ‘Ja, dat maakt wel uit. Ik hoop dat we mensen kunnen interesseren voor iets wat ze nog niet kennen. Op die manier ben ik zelf beïnvloed door de mensen die je noemt. Ik doe niets liever dan geboeid raken door een goede show, of gewoon gefascineerd raken door een plaat, of het nou van vandaag is of van dertig jaar geleden. Ik denk dat de bands waardoor ik het meest gefascineerd ben juist een beetje vreemd zijn. Juist zij raken bij mij een gevoelige snaar. Ik krijg er een kick van om hun muziek uit te pluizen en ervan te houden. Ik hoop dat mensen net zo aangegrepen worden door mijn platen als ik door die van anderen.’ Naar wat voor leuke dingen luisteren jullie nu? MVR ‘Op MySpace heb ik King Khan and BBQ gevonden, dat vond ik geweldig. We spelen een van hun nummers.’ Laatste vraag. Wat maakt iemand een bluesman? JS ‘Sterke knieën en strakke schoenen.’ MVR ‘I got the shoes!’

nu op 3voor12