Parkhof Open Air: deel I Parkhof Open Air: deel I

Het is nooit saai in het Alkmaarse Victoriepark

Parkhof Open Air: deel I

Het is nooit saai in het Alkmaarse Victoriepark

Het Alkmaarse Parkhof stijgt eenmaal per jaar boven zichzelf uit. Dan verspreidt de zo kenmerkende Do It Yourself-mentaliteit zich vanuit het punkhol over het gehele omliggende Victoriepark. Parkhof Open Air telt liefst vier podia, waar ruim anderhalf duizend bezoekers, inclusief 3VOOR12/Noord-Holland, gemoedelijk tussen dwalen. Zij zien onder andere 'Industrial Glam Rock' en een gevangenisband.

Het is nooit saai in het Alkmaarse Victoriepark

Het Alkmaarse Parkhof stijgt eenmaal per jaar boven zichzelf uit. Dan verspreidt de zo kenmerkende Do It Yourself-mentaliteit zich vanuit het punkhol over het gehele omliggende Victoriepark. Parkhof Open Air telt liefst vier podia, waar ruim anderhalf duizend bezoekers, inclusief 3VOOR12/Noord-Holland, gemoedelijk tussen dwalen. Zij zien onder andere 'Industrial Glam Rock' en een gevangenisband. Na een door regen geteisterde week straalt op 07-07-’07 voorzichtig een zonnetje. Dat treft, want van de vier podia van Parkhof Open Air zijn er drie in de open lucht. Het electronic-podium is dit jaar binnen; aan de kop van de grasveldjes in het park zijn opgebouwd de Mainstage, Legio Regio Stage en het Sonic/Loudroom stage, waarbij de line-up van het laatste podium wordt verzorgd door de labels Sonic Rendezvous en Sicco Undertow. Een uur later dan gepland wordt het festival geopend door de Alkmaarders van Outerspace Overdose. Zelf noemen zij hun muziek: 'Next Generation Industrial Glam Rock', oftewel een typische gothicband die wel erg goed heeft opgelet bij Marilyn Manson. Outerspace Overdose bestaat uit een ouderwetse drumcomputer, de baslijnen van de voormalig bassist op tape, een zanger, een gitarist en een toetsenist die af en toe nog een handje richting de theremin wappert. Hoewel de liefhebbers van het genre zichtbaar blij zijn met het theatrale optreden, maakt het bij de wat nuchtere toeschouwers geen grote indruk. Op de Legio Regio Stage trekt Monsieur Plastique de verhouding tussen inhoud en performance nog meer uit zijn verband. Tot in het belachelijke. Een bewuste keuze, want deze eenmansact is niets meer dan een grap. Een gecultiveerde homoseksueel die met wat beats van een tape over mode-ontwerpers zingt. Of eerder schreeuwt, want zijn stemgeluid is niet om aan te horen. Monsieur Plastique doet het voor de aandacht en slaagt daarin, gezien het enigszins geneerde glimlachen van het publiek. Dan pakt Remones de zaken toch anders aan. Aftikken en gaan, is het credo van deze Alkmaarse Ramones-coverband. Veel kan er natuurlijk misgaan met het spelen van de doodsimpele punknummers. Als de hoofdjes voor de Mainstage heen en weer gaan, is de missie voor Remones al geslaagd. Disturbance blijkt op het podium aan de overzijde ook aan punk te doen, maar wel op een traditionelere manier. Met, uiteraard, eigen nummers en een hanenkam. Daarnaast is het geluid van de band rauwer en verrassender. De leden van Disturbance blijken dan ook uitstekede muzikanten. Heifer, ondertussen bezig op het Sonic/Loudroom-podium, laat zich iets minder makkelijk in een hoekje stoppen. Denk in de richting van Tool, Helmet en System of the Down. De band heeft er de kwaliteit voor: Heifer speelt foutloos hard, strak en afwisselend. Enige minpunt is de zanger die het schorre brullen en fluisteren goed onder de knie heeft, maar het zingen helaas niet, dat teveel in geschreeuw verzandt. Zijn performance, een plakkaat verf op z'n hoofd en wijd open gesperde ogen, maakt een hoop goed. Hij vertelt dat de band eigenlijk bezig is met een kleine ‘prisontour’ in Duitsland. En dat hij zich nu heeft voorgenomen om nooit in de gevangenis terecht te komen. De gevangenen schijnen tijdens de optredens op hun dijen slaand op de stoelen hebben gezeten. Ze mochten namelijk niet opstaan. Ondanks dat Heifer natuurlijk niet de smaak is van alle delinquenten, vonden ze het allemaal fantastisch, aldus de muzikanten. Terug naar de vrijheid. Op de Mainstage staat het uit Los Angeles afkomstige Nebula. Nebula is een afsplitsing van de stonerband Fu Manchu en speelt meer psychedelische sixties rock dan stoner. Het geluid staat voor dit genre niet optimaal afgesteld: te harde bas en te zachte zang. En dat terwijl de zanger best een fijne schorre stem heeft. De drie doorgewinterde muzikanten geven blijk van een uitstekende instrumentbeheersing. Wellicht dat dat ook de reden is dat de ellenlange nummers bol staan van de solo’s. Terug naar het Sonic/Loudroom-podium voor 69 Charger. Deze Eindhovenaren komen wat laat aan en hebben maar vijf minuten om op te bouwen. Tijdens de set heeft dit lange pauzes tussen de nummers om het materiaal stemmen ttot gevolg. Dat doet overigens geen afbreuk aan de stevige garage-rock 'n roll. Strak, snel en lekker. Minstens zo makkelijk te verteren is de powerfolk van Quality Export. Ierse tradiotionals in een hoog tempo doen het altijd goed, zo blijkt ook hier. Het is duidelijk dat Jaya the Cat een van de publiekstrekkers is. Ineens staat het voor het podium vol met reggaefans. Net als het publiek lijken de bandleden er ook zin in te hebben. Ze spelen enthousiast en als ze al door hun setlist zijn, volgen er nog extra nummers. Dan komt ironisch genoeg ook de zwakte van de band bloot te liggen. Het geluid van Jaya the Cat, een mengelmoes van ska, reggea en punk, is goed en strak, maar na een uur beginnen de nummers toch wel erg op elkaar te lijken. Gevolg: de minder grote fans lopen weg. Tekstuele bijdragen van: Jochem Boom, Maikel Ineke en Hiske Pronker.

Nu op 3voor12