Een festival georganiseerd uit idealisme Een festival georganiseerd uit idealisme

WesSUMMERBREEZE, editie nummer twee

, Twan Bakker,

Een festival georganiseerd uit idealisme

WesSUMMERBREEZE, editie nummer twee

Twan Bakker, ,

Komend weekend vindt voor de tweede maal het gratis festival WesSUMMERBREEZE plaats. Stichting Westival organiseert het festival in een groene, bosrijke omgeving in het midden-Limburgse dorpje Wessum. Dit is een uitgelezen gelegenheid om een gesprek aan te gaan met de jonge organisatoren van dit 'groene' festival.

WesSUMMERBREEZE, editie nummer twee

Twee jonger ambiteuze medewerkers van het organisatie-team van de stichting Westival hebben vorm gegeven aan het weSSUMMERBREEZE-festival. Op zondag15 juli kunnen Bas Stienen en Geert Smeets de vruchten plukken van hun werkzaamheden. wesSUMMERBREEZE kent een nog pril bestaan: dit jaar vindt de tweede editie plaats. Het hele initiatief van het festival komt eigenlijk van Bas Stienen. Bas is zelf fervent festivalbezoeker en liep al langer rond met het idee om zelf een festival op te zetten. Uiteraard kun je zoiets niet alleen. Dus verzamelde hij tien eensgezinden / mede-enthousiastelingen om zich heen. Vervolgens werd er een Stichting in het leven geroepen. De elf mensen uit de stichting zitten allemaal in verschillende commissies. De organisatie werkt met vier commissies: Locatie/Infrastructuur, programmering, pr en vrijwilligers. Het voordeel van deze door Bas bedachte constructie is dat iedereen zich heel specifiek op zijn eigen werrkterrein kan richten. Deze commissies vergaderen zelfstandig en nemen zelf beslissingen. Een keer in de maand vindt er een algemene bestuursvergadering plaats. In de meeting wordt dan de voortgang en het financiële plaatje besproken. Als locatie koos de stichting voor 'De Driehoek', een natuurrijk veldje gelegen naast het sportpark in Wessem. "Voor ons was dit de ideale locatie", aldus Geert en Bas. "Op de eerste plaats veel groen in plaats van een kil, beton marktplein. Zeer belangrijk voor de sfeer en de intimiteit". Daarnaast zijn er, mocht het festival ooit groter worden, veel mogelijkheden om uit te breiden. Uiteraard speelt het financiële aspect van het festival ook een grote rol: "Omdat wij dus tegen entree zijn (en voor betaalbare drankprijzen) zijn wij volledig afhankelijk van subsidies en sponsors. Je snapt wel dat dit 'achter je geld aan moeten gaan' het vervelendste is van de hele organisatie. Over het algemeen werken instanties als gemeente en provincie heel goed mee en juichen het initiatief absoluut toe. Alleen is het moeilijk om door die cultuurbezuinigingen voldoende geld te krijgen, laat staan om een buffer op te bouwen. Vorig jaar begonnen wij het festival met een negatief saldo. In zo'n geval zijn we volledig afhankelijk van de drankomzet. Een tegenvaller kan dus fataal zijn voor het voortbestaan. Hoe moeilijk het ook is, de komende jaren proberen wij toch een buffer op te bouwen zodat we een eventuele klap nog financieel kunnen opvangen. Maar helaas hebben wij altijd met dit risico te maken. Dus ook onze sponsors hebben we heel hard nodig." "Op de eerste plaats uit idealisme. Uit liefde voor de muziek en uit respect voor de artiest dus." Reageren de heren op de vraag waarom ze het festival organiseren. "Wij willen een podium bieden aan beginnende bands met eigen werk. Je zal bij ons dus nooit een coverband op het affiche zien staan. Eigen werk is voor ons het belangrijkste facet van de programmering. Wij zijn van mening dat er zoveel goeie bands in de regio zijn die gewoon veel te weinig spelen. Dit heeft vooral te maken met kroegen en zaaltjes die geen risico's willen nemen. Teveel bands met eigen werk zijn gedoemd tot het spelen op talentenjachten. Daar doe je dan twintig minuten je kunstje en that's it. Met alle jury-rompslomp van dien. Een kroegbaas kiest liever voor safe, uitzonderingen daargelaten: zet een top 40-hitmachine op het podium, het bier vloeit en de mensen worden geëntertaind. Wij vinden het dus doodzonde dat er voor coverbands veel mogelijkheden zijn, terwijl het andersom zou moeten zijn. Wij richten ons liever op de nieuwsgierige muziekliefhebber, op zoek naar nieuwe spannende acts. Laat de muziek spreken en de entertainment komt vanzelf. Daarnaast willen wij bands belonen. Omdat ik zelf ook in een band speel, weet ik hoeveel tijd en energie erin gaat zitten. Er is niets mooiers om dat resultaat te etaleren aan het publiek. En daar mag finacieel ook best wel iets tegenover staan. Kortom: door bands een podium te bieden, winnen ze aan zelfvertrouwen. Wij hopen een bepaalde 'drive to go on' los te maken. Daarnaast plaats willen wij de festivalbezoeker prikkelen. Het was voor ons dit jaar een uitdaging om naar verassende acts te zoeken. Er zijn inmiddels vele regionale festivalletjes en wat wij altijd jammer vinden is dat wij veel dezelfde bands tegen komen. Ok, wij hebben ook INFA en Viberider maar je moet ook iets herkenbaars neerzetten. Een act die hun naam al hebben waargemaakt. Maar van Tres-B of New Generation hebben nog maar weinig mensen gehoord denk ik. Wij zien het een beetje als een soort missie om mensen hier op te attenderen. Zo van: Kijk! Deze bands moet je in de gaten houden." Door vooral te zoeken naar bands waar nog maar weinig mensen van gehoord hebben, probeert de organisatie het festival origineel te houden. "We kijken dus naar acts die nog niet op bijvoorbeeld Molenrock, Ell-Nino of Tispelpop hebben gespeeld. Om het rockgenre een beetje te vermijden hebben we bijvoorbeeld Tres-B gecontractreerd. Zij spelen in de stijl van PJ Harvey en Björk. Maar vraag wie Tres-B is en iedereen trekt verbaasd zijn schouders op." Met INFA stappen Bas en Geert bewust af van bovengenoemd ideaal. "Uit de reacties op onze line-up blijkt dat meer dan de helft van de bands onbekend is bij het publiek. Dat is voor ons de uitdaging; mensen iets onbekends voorgeschotelen, maar wel zo dat ze achteraf versteld staan van een onbekende, maar ijzersterke programmering. Daarom hebben we ons niet alleen op Limburg gefocust, maar ook op Brabant. Terwijl Limburg zich meer op rock orienteert, zijn ze in Brabant veel meer bezig met andere stijlen en genres. Een band als Gravy is hier een goed voorbeeld van. Ze maken een ultieme mix van dance, funk, rock, blues, soul en jazz. Op de Funktransplant na, kom je zoiets in Limburg niet tegen." "We zoeken ook vooral naar bands die voor ons gevoel heel veel potentie hebben om uit te groeien tot (inter)nationale acts.", vertellen Bas en Geert verder. "Woost en 2nd Place Driver zijn hier goede voorbeelden van. Laatst genoemde band heeft al een Essent Award en een platendeal op zak. Woost wordt in de pers al genoemd als "beste Nederlandse exportproduct van de melancholische gitaarrock". Moke is de tweede band met een Essent Award en is eigenlijk al een nationale act. Het binnenhalen van deze band was eigenlijk een kwestie van timing en heel veel geluk. Ik zag ze enkele maanden geleden spelen in een platenzaakje in Tilburg. In feite is het gewoon britrock. En aangezien de omstandigheden momenteel heel gunstig zijn voor britrockbands had ik het gevoel dat het binnen korte tijdwel eens heel hard zou kunnen gaan met Moke. En inderdaad, na enkele weken weken zaten ze al bij De Wereld Draait Door, werd een nummer gebruikt als Championsleague-tune, schopte Shoreland het tot album van de week bij 3fm. En nu staan ze dus op Lowlands." Al vroeg in het jaar maakt de organisatie een 'long-list'. Deze bestaat uit ongeveer 35 bands. Na verloop van tijd houden we er ongeveer 15 over waarvan ze er uiteindelijk acht kiezen. Van een leien dakje gaat dit vrijwel nooit. Wat begint als een normaal gesprek over muziek, mondt meestal uit in een verhitte discussie: "Over smaak valt zeker te twisten..." "Natuurlijk willen wij ook gewoon een gezellig feestje organiseren, zonder entree, met betaalbare drankprijzen en goeie muziek!"

nu op 3voor12