Out of the Ordinary mogen we inmiddels voorzichtig een traditie noemen. In 2026 is de derde editie van dit indiefestival in de Nobel en Scheltema, dat bezoekers tussen de twintig en zeventig trekt. Met acts als Mood Bored, Kaat van Stralen en de Britse punkrock van SNAYX en Heavy Lungs belooft het weer een mooi feestje te worden. “Straks komen er bands die zo hard gaan dat jullie verwondingen gaan oplopen - hopelijk niet te erg”, belooft de leadzanger van Droom Dit ons bij het openingsconcert.

Droom Dit

Poëtisch timbre

De zeskoppige groep Droom Dit, of Domi Rodt, als we de bassdrum mogen geloven, mag deze editie openen in de Grote Zaal van de Nobel. De band, gevormd rondom zanger Sam de Laat, speelt Nederlandstalige muziek die je zou kunnen scharen onder termen als indie- of synthpop. Synths zijn er zeker: alledrie de achtergrondzangeressen zijn voorzien van allerlei knoppen voor hun neus. Voeg daarbij een gitaar, af en toe een basgitaar en drums, en je hebt je podium vol. Door hun hele set heen brengt Droom Dit allerlei contrasten aan, niet alleen in dynamiek, maar ook tussen het scherpe staccato van de drum tegenover de lange lijnen in de zang. De nummers bouwen op, vallen stil, donderen dan een climax in.

De Laat, die constant wisselt tussen zang en spoken word, weet met zijn geenszins storende gesticulaties ook visueel de band samen te brengen. Hij hoopt dat we de rest van de dag verwondingen op mogen lopen, maar nu nog even niet. Soms wisselt de hoofdzang even om, en komt een achtergrondzangeres naar voren, zoals bij 'Mijn Liefde Lekt' en 'Mijn Huid Doet Pijn'; beide nummers met een poëtisch timbre dat aan Wende raakt. Wanneer de opening van 'Speurtocht Zonder Schat' een aantal keer niet lukt, toch de nachtmerrie van elke band, zijn ze flexibel en zetten ze gewoon het volgende nummer 'Meteoor' in. De set eindigt opzwepend, en zelfs de eerste moshpit van de dag is een feit. Hopelijk nog steeds zonder verwondingen.

(Yavne van der Raaf)

Grote Geelstaart

Sterke verhalen en synthesizers

In een zee van bandshirts en Adidas vesten vallen de mannen van Grote Geelstaart misschien een beetje uit de toon. Met hun witte blouses en stropdassen zouden ze op het eerste oog zo van Minerva af kunnen komen, maar gelukkig is niets wat het lijkt.

Bij het inmiddels volle Scheltema vliegen de verschillende time signatures het publiek om de oren. Ze hebben het er soms wat moeilijk mee zo vroeg op de avond, maar voor de band zelf is dit absoluut kinderspel. Dit soort heavy gitaargeluiden, gemixt met wilde synths en vocalen met dikke effecten zouden zeker niet misstaan op een festival zoals Roadburn.

Grote Geelstaart doet denken aan het dorpsgek in het hoekje van de plaatselijke stamkroeg. Zo eentje die urenlang de sterkste verhalen blijft vertellen. Je gelooft er misschien geen hol van, het is niet altijd even goed te verstaan en het is misschien een beetje beangstigend, maar toch blijf je aandachtig luisteren.

In ‘Spookrijden’ is het moeilijk om weg te kijken van de dialoog die zanger Luuk Bosma schreeuwend met wilde gebaren aan het houden is. Dit slaat totaal om in een epische muzikale intermissie, die zich ontpopt tot een hypnotiserend basgeluid en eindeloos lijkende melodie. Bij Grote Geelstaart komen dit soort harde afwisselingen tussen muzikale bombardementen en manische dialogen vaak terug.

Hun experimentele muziek is vooral gecontroleerde chaos, die ook te vinden zijn bij shows van Lightning Bolt en het eerdere werk van Black Country, New Road. Ook wordt er regelmatig gewisseld tussen instrumenten binnen de band: soms twee drummers, soms een synthesizer, maar zonder uitzondering altijd hard.

(Renée Kortenoever)

The Klittens

Lichte kost

The Klittens betreden de stage in kostschooluniformen, en de volledig vrouwelijke formatie moet het even weer in de vingers krijgen (er valt ook een bandlid in vandaag). ‘Manic Dixi Dream Girl’, één van hun eerste hits, is ingetogen en dartel, en die vibe houdt de nummers daarna stand. Het optreden voelt ironisch onderkoeld op een Britse wijze. ‘Their House’ fileert de huizencrisis, maar het dak gaat er nog niet af. Volledig kwalijk kan je het ze niet nemen, men is druk bezig met een nieuw album. Dissonante fuzz genereert wat meer buzz wanneer verse track ‘Have A Heart’ de dame achter de drums doet roepzingen.

Vorsende blikken uit de zaal wanneer dezelfde drummer naar voren komt en slechts met stokjes tegen elkaar tikt tijdens ‘One Night’, een ouder nummer dat de band in een nieuw jasje heeft gestoken. De zangeres komt inmiddels aardig op gang qua capriolen, maar de overige bandleden staan er wat stijfjes bij. Naarmate het einde van de setlist nadert, herpakken ze hun ruggengraat en rammelende rauwheid. Het stemwerk is helderder, samenzang is beter afgesteld, en de (post)punk invloeden komen eindelijk boven water. Met een “Free Palestine” verlaat het vijftal het podium. Al met al iets te schuchter.

(Bas Kleijweg)

Mood Bored

Midzomernachtdroom

Tussen de heavy hitters van John Coffey, Heavy Lungs en SNAYX vind je op de vroege avond in de Grote Zaal een oase aan rust en vibes van het puurste soort. Mood Bored uit Tilburg is hier om je even weg te laten dromen en je frustraties bij weg te laten dansen. “Leiden, we gaan er vanavond een feestje van maken!”.

Dit trio brengt catchy indiepop, gemixt met shoegaze- invloeden, vol met teksten, die vooral voor de nog zoekende twintiger ontzettend herkenbaar zijn. Geen verrassing dus dat vooral de jongsten in het publiek het hardst mee zingen.

Zangeres en bassist Myrthe Driesenaar draagt een nummer op aan vervelende mannen. Waaronder dus ook gitarist, Daan Stuyven, die midden in het nummer heel stoer op de bassdrum van drummer Timo de Wit probeert te springen, maar blijft haken en nog net niet op zijn bek gaat. “Ja, moet je ook niet zo stoer doen.. Grapje!” zegt Driesenaar droog, om daarna weer moeiteloos verder te spelen.

‘Wet Faced and Ugly’ en ‘Easy Going’ zouden perfect bij een coming of age film uit de 90’s passen. Kat Stratford van ‘Ten Things I Hate About You’ zou ze ongetwijfeld helemaal grijs draaien.

Bij de muziek van Mood Bored kan je niet anders dan een beetje heimwee krijgen naar zwoele zomeravonden, waar je met een heerlijk biertje aan het strand zit of een roadtrip maakt met je maten. Heimwee naar de zomer is in januari allicht niet zo vreemd, maar het bewijst in ieder geval dat dit trio perfect is voor het aankomende festivalseizoen.

(Renée Kortenoever)

Kaat Van Stralen

Het laatste woord

Kaat Van Stralen zag ik eerder deze maand bij Eurosonic in een volle VERA, en van dichter bij ziet het er toch allemaal wat lieflijker uit dan voorheen. Nummers volgen veelal de structuur van spoken word spitsvuur en blèrende breakdowns van de vertrouwde gitaar-drums-bas combinatie. Het onderwerp is vrouwenrecht-voor-z’n-raap, met een focus op het krankzinnige keurslijf vol tegenstellingen dat de moderne meid krijgt aangemeten. De mannelijk blik moet even bedwongen worden tijdens ‘Aerobics’ en het publiek snapt de strekking als ze meedoen met de fitness moves van Van Stralen. Grappig is dat op een gegeven punt ook (on)ethische non-monogamie er in de lyrics van langs krijgt, waar we meer gewend zijn dat feminisme ageert tegen de lekken van het hetero huwelijksbootje.

Over structuren gesproken die wel eens afgebroken mogen worden, het is een verademing wanneer ‘Taal Is God’ wordt ingezet en er bijna funky/jazzy sfeer ontstaat. Kaat bezingt beschouwend de verborgen waarde van woorden en hoe die verdraaid kunnen worden. Het zeldzame liefdeslied waarbij de drummer overgaat op een gitaar is dan weer iets te gematigd. EP-titeltrack ‘Vieze Vlinder’ verrast qua instrumentale zwoelheid, en de laatste stop ‘Stop Met Wenen’ is een lekker geflipt lied waarin mannen voor de verandering worden neergezet als emotioneel bekrompen.

Over bekrompen emoties gesproken: de foodbar heeft dit jaar weer veel gerechten met woordspelingen op de line-up (aan L.A. Sagne hoefde niets veranderd te worden), maar er mist de voordeelmenu optie uit vorige edities. De plaatjes bij de stand van de Plato zijn dan weer wel een pluspunt om tussendoor even te ontspannen.

(Bas Kleijweg)

Oproer

Unheimisch

Je kunt er natuurlijk wel van uitgaan verrast te worden bij een festival dat Out of the Ordinary heet, en Oproer is een van die verrassingen. De bandnaam suggereert Nederlandstalig tumult, maar Oproer serveert ons Engelstalige synthpop, gelardeerd met knipogen naar de getoupeerde kant van de jaren tachtig. Het vijftal Vlamingen omschrijft zichzelf als "dansbaar, obscuur, extatisch en herkenbaar", wat een onverwachte, maar rake opsomming is. Het dansbare en extatische wordt al vrij snel duidelijk, maar hoe verder we de set in komen, hoe duisterder de muziek soms wordt. En de zaal: de lichten lijken steeds verder gedimd, met af en toe een flits. Vooral tijdens 'Rosaline', dat begint in onheilspellende synthakkoorden, maar af en toe neigt naar rubato stonerrock met rake klappen op de drums, helpt het licht mee om de grimmigere sfeer te vertalen naar het publiek.

Het nummer is als een ritmisch gedicht, waarin gespeeld wordt met stiltes, witregels en ademhaling, en valt op binnen de rest van de set, die meer binnen het "ordinaire" valt. Toch weet Oproer los te breken van generieke patronen, via de soms unheimische, langgerekte sound uit de synth en dissonante gitaarriffs. De drums en bas zijn een dusdanig stabiel blok, dat je ze bijna over het hoofd zou zien. 

(Yavne van der Raaf)

Heavy Lungs

"All Gas No Brakes"

Als er één ding is wat je bij dit viertal altijd zal kunnen verwachten, is dat ze altijd alles, en dan ook de volle honderd procent zullen geven. “All Gas No Brakes’ is niet voor niets een van hun bekendste nummers, en ook vanavond rammen ze met een rap tempo door de setlist.

Een gitarist gewapend met een joekel van een pedalboard, een bassist die geen moment stil staat en een knettergekke drummer. Heavy Lungs heeft alle ingrediënten voor een heftige set gevuld met heerlijk chaotische noiserock en veel dansbare momenten waar je je de pleuris bij zweet. Frontman Danny Nedelko, danst alsof z’n leven ervan af hangt, en duikt meerdere malen het publiek in en springt vervolgens op de bar om daar zijn teksten verder te brullen. Je kan zeggen wat je wil, maar saai zijn deze Britten absoluut niet.

Deze mannen uit het muzikale Bristol zijn niet vies van wat geouwehoer. Hun in een bokser outfit gehulde drummer, George Harratt, zingt luidkeels het vunzige ‘Milkshake’ van Kelis. Dit valt zo goed in de smaak dat iemand in het publiek cash aan de frontman geeft, die het . vervolgens in zijn eigen broekzak steekt. “Hey, he’s stealing my money!” schreeuwt Harratt “I made you famous, baby,” aldus ‘Mr Famous’.

Als klap op de vuurpijl nodigt Nedelko het publiek uit om het podium op te springen, wat leidt tot een mini-moshpit tussen de bandleden. High risks, high stakes, want een enthousiaste man valt zo gracieus als een olifant achterover en komt op een versterker terecht. Niet dat dat het tempo ook maar een beetje tegenhoudt. Deze doorgewinterde muzikanten rammen braaf door terwijl hun frontman de worm doet op de vloer van de zaal.

(Renée Kortenoever)

Roufaida

Moderne Sheherazade

Een podium vol knopjes en voorgeprogrammeerd instrumentarium vinden we in Scheltema bij Roufaida. Haar set opent met een pulsering, als een hartslag, waarna ze ons meteen verbaast met haar dijk van een stem. Kraakhelder, loepzuiver, af en toe met een Arabisch snikje in haar notenwisselingen. De Arabische invloeden zitten niet alleen in haar stem, maar ook in de samples van strijkers die soms in de muziek worden gevoegd. Het instrumentarium dat zij en haar twee bandleden bespelen is fascinerend, en niet altijd even herkenbaar, zoals de driesnarige, fretloze gitaarachtigen die ze bespeelt. Meebewegen gaat automatisch - de muziek is verfrissend ritmisch.

Roufaida zingt niet alleen in het Engels, maar in bijvoorbeeld 'Llah M3ak' ook in het Marokkaans-Arabisch. Het maakt de zaal niet uit: ze maakt de muziek tot een universele taal die we spreken met elkaar, ook al snappen we niks van de tekst. Alsnog voel je de urgentie die in haar muziek zit. De tijd duwt hard op de mensheid, vertelt ze; het is het onderwerp van haar recentste plaat. Haar engagement voelt puur, ook wanneer ze het publiek oproept naar een Haagse rechtszitting te komen over Palestijnen met een Nederlands visum. Roufaida is een soort moderne Sheherazade, naar wie we willen blijven luisteren.

(Yavne van der Raaf)

L.A. Sagne

Vollgaspunk

L.A. Sagne? Dat is female-fronted noisepunk uit Amsterdam. De band klinkt gefrustreerd, maar is niet politiek geladen – dit is woede over een baan die je niet wilt terwijl je liever muziek wilt maken, of over de verstikkende verwachtingen rond vrouwelijkheid. De energieke, boos geschreeuwde zang van Tara Wilts doet qua stemhoogte denken aan die van de superbe sludgeband Rats & Daggers.

L.A. Sagne laat zien waarom ze bij de 12 van 3voor12 zitten: gehard op ESNS en Best Kept Secret weten ze hun energie al gauw over te brengen op de zaal. ‘I Can’ wordt massaal meegemosht en gedanst, of beter gezegd: bewogen, want in de Kleine Zaal staan we inmiddels als sardientjes in blik op elkaar. Alleen het meezingen gebeurt nog niet echt.

De podiumbelichting is het eerste kwartier schaars en rood als in een doka, daarna wordt het helderder en witter.

Gitarist Lazlo Rogier treedt eerst op in een Timo Prinsachtig hemd, en al snel alleen in jockstrap, Red Hot Chili Peppers style. De zaal fluit plagerig: "Doe eens wat anders aan!" en "Wat vindt je moeder ervan?” Lazlo antwoordt: "Die weet het nog niet." De bassist staat er in een felroze trainingspak. Wat casualness betreft hebben ze wel wat van Wodan Boys.

Jimi’s Wilhelmus
Hun opkomstnummer ‘Rhinestone Cowboy‘ is gelijk het laatste rustmoment in de set. In zowel het tempo waarin de songs elkaar opvolgen als de snelheid binnen de nummers is dit Vollgaspunk. Wie na Heavy Lungs nog energie overheeft, kan die hier eruit springen.

Het sethoogtepunt komt in ‘Euh’ Daarin speelt Lazlo, zijn gitaar op zijn hoofd, als tussenstukje een distorted ‘Wilhelmus’. Een duidelijker ode aan de Hendrixversie van ‘The Star-Spangled Banner’ zul je niet krijgen. Vanavond spelen ze met 'Rampage' en 'I'm A Girl' twee nummers die we gaan terughoren op hun aankomende album ‘Good Company’; op 27 maart 2026 is de release.

(Rogier van Nierop)

SNAYX

Moshmeesters

SNAYX (zeg: "snakes") komt op met een knipoog: een track met filmcitaten over slangen uit bijvoorbeeld Transformers en natuurlijk: “I’ve had it with these mothafucking snakes on this mothafucking plane!” Dat vliegtuig sluit mooi aan bij de intrigerende zelfomschrijving van hun geluid: “The sound of a Boeing 747 powered by bass and Buckfast tonic wine“.

Het trio heeft een lekker energiek Oi!-begin met ‘Work’, een ‘Firestarter’-achtige ode aan hun wortels van deze working class Brits. Hun nummers zijn opgebouwd rondom de bas - er is live niet eens een gitaar. Bassist Ollie Horner is een Flea-achtige showman die veel rondloopt, en karatekicks sur place maakt. Drumster Lainey zorgt voor de diesel en de energie. De zang van Charlie Herridge is regelmatig bijna rap.

Battle (of the bands)
Nu er twee Britse punkbands na elkaar in de Grote Zaal staan, zijn ze goed te vergelijken. Waar Heavy Lungs postpunkinvloeden heeft, is SNAYX elektronischer en rauwer. In plaats daarvan kent het invloeden van grime (rap en een beat als backing track), The Prodigy (al is hun ‘Breathe’-cover heel anders, een hardrockversie), de zang van The Arctic Monkeys en poppunk.

SNAYX spoort de zaal aan: "Let's fucking party!" De Nobel is vaak een mosh-woestijn, maar SNAYX krijgt het voor elkaar. Tijdens ‘Go With You‘ leidt Charlie er eentje in die van podium tot de lichttechnicus reikt.

In de moshpit tijdens 'Body Language' gaat een man hard onderuit. De band - ruwe bolsters met een blanke pit – legt de show stil om te kijken of hij oké is. Hij staat zichtbaar duizelig en leunt op vrienden, die hem onder applaus de zaal uit begeleiden. De zanger stelt ons gerust: "He's okay!" maar voegt er meteen aan toe: "Look after each other!"

Droom Dit: dit is de karmapolitie voor jullie inleiding, doe open.

(Rogier van Nierop)

BUG

Beesten bij BUG

Met een tinnitus- veroorzakende ambient sound als intro stapt BUG het podium op. Met een gitarist inclusief ‘corpsepaint’ en een spookachtige DJ is het geen verrassing dat veel mensen nieuwsgierig zijn naar wat deze act zal brengen.

Eerlijk is eerlijk: het is een beetje inkomen voor het publiek. Rap en techno zijn waarschijnlijk niet de meest beluisterde genres onder de aanwezigen, maar al snel is het volk voor het podium flink in beweging. De gitarist vliegt meerdere malen door het publiek. Ook BUG springt meerdere malen het publiek in en roept iedereen op om terug te keren naar hun meest primitieve staat en hun “mensenjas” uit te doen. Bij deze set is er geen tekort aan beesten.

BUG zorgt vanavond voor dat ene gore underground- rave- moment dat op dit festival nog ontbreekt en op de zaterdagavond is dit zeker niet onwelkom, Vooral ‘SAUS O.S.’ - met zijn constant dreunende bas, die heel Scheltema laat schudden, gaat ontzettend lekker.

Het kersverse ‘Bok’ zou je prima kunnen beschrijven als een hevige koortsdroom met samples die je de stuipen op het lijf jagen. Een show van BUG doet denken aan KNEECAP, maar dan vermengd met de esthetiek en chaos van de live shows van bijvoorbeeld Machine Girl en KABOUTERTJE PUTLUCHT.

Schatje
Ondanks zijn ruige uiterlijk is BUG toch wel een schatje. “Wie wilt er een slokje van mijn sap?” vraagt hij en steekt een flinke fles Salmari uit naar het publiek. Gratis drank? Daar zeggen de dorstige mensen bij Out of the Ordinary absoluut geen nee tegen.

Opvallend is de afwezigheid van Youngrubbi. Veel van de nummers van BUG zijn in collab met deze Rotterdamse rapper, maar BUG redt zich vanavond prima. Gelukkig gaan ze binnenkort weer samen op tour en zullen ze met hun ‘IK MOET KAPOT’ tour een groot deel van Nederland onveilig gaan maken.

(Renée Kortenoever)

TAPE TOY

Variatie

De set van TAPE TOY zit interessant in elkaar. Het openingsnummer 'Mess' is relatief relaxed, waarna 'Ctrl' – een regelrecht punknummer – het tempo opschroeft. Live is het eerste kwartier een echte rockshow, misschien ook door het late tijdstip en de omringende bands.

Op de plaat zijn er meer invloeden van hiphop en grungepop, en die komen daarna naar boven. Met 'Anyone, Anything' komt er een meer poppy geluid met een mundaneiaanse hiphopsample aan het einde. Het nog ongereleaste ‘Snip’ keer terug naar de poppunk van het begin, maar verrast door te openen als een Irish traditional.

‘Phone Call’ is dan weer pure indierock die begint en eindigt met breekbare zang, een rustmomentje in de set. Richting het einde neemt poppunk steeds meer de overhand, met top-good old 'Sick Sick Sick." Tijdens het slotnummer gaan alle vijf de bandleden volledig los, spelend in gebogen en knielende poses.

Vijf, ja, want de vierpersoonsformatie heeft vandaag de soloënde Plonki terug als gasttoetsenist, gitarist en percussionist met shaker.

De Amsterdammers presenteren een gevarieerd palet aan stijlen en een zorgvuldige opgebouwde set. Daarbij spelen ze, zoals zangeres Roos van Tuil het samenvat, “heel veel nieuwe en heel veel oude shit”. Dat doen ze in de aanloop naar een nieuw album dat in september uitkomt. De enige kleine teleurstelling: 'Kid', hun laatste single en absolute banger, ontbreekt vanavond.

(Rogier van Nierop)

John Coffey

Podiumbeestenboel

John Coffey is een oppepper aan het einde van een volledige werkdag aan feesten. Slaggitaar wordt slachtgitaar, de brullende zangers vernachelen hun stembanden al bijna in de eerste helft en het tij van de pit gaat mee met de drumpartijen. De jubelende hardcoreherrie heeft bijzonder brulbare teksten, blijkt uit de reacties in de zaal. De muzikanten dansen door middel van getikte tics, en het zal het publiek worst wezen als de tracks soms eenheidsworst zijn. De drenkelingen in het midden van de mosh gooien duivelshoorns omhoog alsof ze bang zijn te sneuvelen in de stampede (in tegenstelling tot SNAYX verloopt het gedram hier wel soepel). Er hoeft maar één keer gecheckt te worden om iemand z’n ledematen nog heeft, en de vent springt meteen weer het gebeuk om Val-halla binnen te mogen komen.

De formatie is aan het schrijven geslagen, wat betekent dat we proefkonijn mogen zijn voor nieuw materiaal, waaronder een beukende track die aangekondigd wordt als ballad. Je zou bijna de Reclame Code Commissie bellen. Wanneer de frontman te lang lult, speelt de snaarsectie er doorheen totdat-ie gaat zingen. Het moet gezegd worden dat bij de wat experimenteler uitstapjes de toeschouwers iets te gesloten zijn. Het derde deel van de set is weer op vertrouwder en harder terrein en we mogen ook nog even een verjaardagslied zingen voor twee van de bandleden. In wat waarschijnlijk een nachtmerrie is voor de beveiliging, worden tijdens de finale fans het podium opgehesen met als eis dat ze er alleen af mogen als ze óf springen óf crowdsurfen. In tegenstelling tot de pit hebben hier de compactere vrouwen het duidelijke voordeel. Thuis besef ik dat ik de hele tijd vol in de boxen heb gestaan, maar het was het helemaal waard. Tinnitus? Genieten it is!

(Bas Kleijweg)