Langs mistige, ietwat verlaten grachten en door schimmige stegen schalden afgelopen woensdag klanken elke keer dat er een kroegdeur opende. Het is de week van Blue Monday, en dat kan maar één ding betekenen: de Leidse Blues- en Jazzweek. Het hoogtepunt zoals elk jaar: de kroegentocht op de woensdag. Verspreid door Leiden speelden, in verscheidene formaties, bands in de hoop ons januari-gemoed goed te doen. Spoiler: het lukte. Hierbij enkele fragmenten van de kroegentocht die 3voor12 Leiden liep.

Maarten Combrink Quintet

Jazz- en Wijncafé de Twee Spieghels

Tijdens een rondje jazzkroegentocht mag De Twee Spieghels uiteraard niet ontbreken. Naast dat het een centraal punt in de stad is, en daarmee een epicentrum van de tocht, kunnen we er ook kwaliteit én kwantiteit vinden met het Maarten Combrink Quintet. Nu is Maarten Combrinks trombone al niet het subtielste instrument van formaat, maar op het kleine podium vergezellen een tweede trombonist, gitarist, drummer én contrabassist hem. Combrink is inmiddels vooral bekend als solo-trombonist van het Metropole Orkest.Binnenkort brengt hij met zijn kwintet een eerste album uit, waar zijn composities op zullen staan. Toch is het vijftal niet vies van een klassieke jazzstandard. Hun versie van 'Someday My Prince Will Come', bekend van Sneeuwwitje, in jazz het bekendst van Miles Davis, geeft ons alle ruimte om te dromen van die arriverende prinsen. Of ze nou ter paard komen, op een omafiets met kinderzitje of gewoon te voet, deze jazzwals laat het café breder lijken in plaats van alleen maar diep. Tussen het dromen door valt de benijdenswaardige adem van Combrink op, waarmee hij ellenlange fraseringen kan maken in zijn solo's. Het staccato in de drums maakt de soepele wals qua karakter wellicht iets stugger, maar hey, jazz is soms net als al die prinsen: dat witte paard is niet noodzakelijk.

Het nummer 'Sippin' at Bells', niet alleen bekend geworden maar ook geschreven door de ons welbekende Miles, is van oorsprong een ode aan een bar - het bewustzijn slaat in dat er nog meer kroegen vanavond voorzien zijn van muzikale omlijsting. Uiteraard, je mist altijd meer dan je meemaakt, maar mogen we nog even hier blijven, daar waar solo afgewisseld wordt met solo, waar we allemaal die zelfde taal lijken te spreken?

Jazzton Hulsebosch Band

Jantje van Leiden

Oké, vooruit, we lopen een hoekje om, naar Jantje van Leiden. De kroeg lijkt nog leeg, veel te leeg voor dit kaliber muziek. What's in the name: saxofonist Jazzton Hulsebosch ademt jazz. In een romantisch piano-intro herkennen we 'There Will Never Be Another You' - wat een traktatie. Ja, er zullen meer avonden zoals deze zijn, er zijn meer kroegen om naartoe te gaan, meer bandjes om te bekijken, maar er is even niks als deze versie van deze standard. De opbouw, de opzwependheid, de verdikking in de piano-akkoorden à la Oscar Peterson, en uiteindelijk de zang van Hulsebosch, met een even onschuldig klinkende warmte als die van Chet Baker; de kroeg raakt voller met gelonkt publiek in dikke winterjassen. Toetsenist Max gaat perfect mee in de de oplopende lijn die Hulsebosch speelt op zijn altsaxofoon, maar draait alle modulaties zo rond dat we weer terugkomen in het oorspronkelijke akkoordenschema. Drummer Django ruilt zijn kwasten in voor stokken, wisselt weer tijdens de contrabassolo van Marcus. De piano fonkelt lichtjes door het gepluk heen, gevolgd door weer een saxsolo waarin het hele bereik van de nimmer struikelende alt wordt geëtaleerd. Ze vervolgen met 'Softly as in a Morning Sunrise' - oh, weer al zo romantisch en vol verlangen - met een modernere drive in de drums, waardoor het een soort remix van Gramatik lijkt te worden. Ook de toetsenist heeft een knopje omgezet waardoor zijn geluid van klassiek piano naar meer funky is veranderd. In de drums wordt rete-adequaat gereageerd op de hemiolen die door de rest van de band de maten opbreken, Django speelt elke maat energiek, maar met kleine variaties in zijn slag. Als jazz een taal is, maken deze mannen elkaars zinnen af.

Jazzpills Without Prescription

Lokaliteit de Apotheek

Op naar de volgende kroeg die langer is dan 'ie breed is: Lokaliteit de Apotheek. Hier hopen we toch op een wat medicinalere manier van de januari-blues af te komen, dus het is fijn dat we voor Jazzpills Without Prescription geen doktersbriefje nodig hebben. Door een amper functionerende mengtafel en de lange vorm van het café is het geluid vrij beroerd, maar de sfeer is er zeker niet minder om. Het vijftal - tenorsaxofoon, trompet, toetsen, bas en drums - serveert jazz die je ook zonder glas water in kan nemen. De standards op de setlist zijn ook voor beginnende jazzafficionado's als een toegankelijk kauwtablet; denk aan een 'All Of Me', 'Sunny' of 'The Way You Look Tonight'. Welk nummer ze ook spelen, alle zijn voorzien van een fikse groove. In de pauze besluiten we toch weer de kou te betreden; buiten is het eigenlijk te koud, binnen te druk. "Drummen is gewoon een beetje ritmisch slaan," zegt een voorbijganger - hij slaat op zich de spijker op de kop, maar wel scheef.

The Legmen

Hotel Rumour

Een hoek verder, onder de trappen van de Burcht, horen we een klarinet schreien uit Grand Café de Burcht. Je zou bijna niet zeggen dat een deur verder, bij Hotel Rumour, een wat kleiner formaat band staat: The Legmen. De ambiance binnen is compleet jazzy, met flikkerend kaarslicht, glimmende spiegels, een symmetrische bar met een granito blad. Het trio, bestaande uit gitaar (plus zang), contrabas en drums, wisselt tussen varianten van blues en jazz, met nummers als bijvoorbeeld 'I'm In The Market For You', 'Ain't Misbehavin'' of Fats Domino's 'Blueberry Hill'. Soms verandert de walking bass naar een solo-instrument, in de drums wordt gevarieerd met stokken en kwasten, de gitaar wisselt ook van solo naar begeleiding. In de zaak is het eigenlijk vrij rustig, wat jammer is. De band fungeert meer als achtergrondmuziek boven het rumoer van de enkele gesprekken, en krijgt daarbij minder applaus dan ze verdienen.