Press Button Start Show

Cd-recensie van VENcE's debuutalbum

Tekst: Donald van Tol ,

Volgens No Guts No Glory, de onlangs gepresenteerde popvisie van de Gemeente Groningen, kenmerkt de stad zich door een breed georiënteerde lokale scene. VENcE is één van de acts die aan het Groningse muziekpalet een geheel eigen kleur toevoegt.

Cd-recensie van VENcE's debuutalbum

Volgens No Guts No Glory, de onlangs gepresenteerde popvisie van de Gemeente Groningen, kenmerkt de stad zich door een breed georiënteerde lokale scene. VENcE is één van de acts die aan het Groningse muziekpalet een geheel eigen kleur toevoegt.

In 2007 was het drie vrouw en twee man sterke VENcE voor het eerst te horen op de EP The Beggar’s Butler. En nu is er het eerste volledige album Press Button Start Show, waarop hun kenmerkende geluid zich verder ontwikkelt. Dat geluid is met piano, drums, viool, cello, accordeon en (regelmatig meerstemmige) zang, geheel akoestisch. Maar wie op basis van die bezetting zoetgevooisde folk nummertjes verwacht, komt bedrogen uit. Alleen het nummer Kathleen gaat in die richting, en dat is een van de mindere tracks.

VENcE is beter in zijn vel waar de emoties donker zijn en de nummers zich kunnen ontpoppen tot meeslepende composities vol dynamiek. Mulholland Drive bijvoorbeeld, begint klein. Een akoestische gitaar, een prachtig schurende cello (Sebastiaan Wiering) en de verhalende zang van Jos de Vries. Op aangeven van de tekst klinken steeds meer instrumenten tot het refrein zich aandient en de song voort rolt met een melodie als van een zeemanslied. Of The Gravity of Soul, dat bij het intro even doet denken aan The Cure’s Lullaby, maar vervolgens alle kanten opstuift. Vence is niet vies van bombast en zet haar instrumenten graag in om het grote gebaar kracht bij te zetten.

The Devil Inn leunt op een moddervette cello groove en daarover een gierende viool (Mariken Hoving). In het zwierige On The Count Of Nine krijgt een deinende accordeon (Laura Iwema) een extra zetje van de klarinet van gast-muzikante Esther De Boer. In Gypsmamapokagirl gaan alle registers open en zijn gastmuzikanten Obed Brinkman (trombone) en Dirk-Jan Heinstra (sax) de slagroom op de VENcE-pudding. Aangevuurd door het strak roffelende drumwerk van Lielian Tan bereikt de plaat haar hoogtepunt in een nummer dat live ongetwijfeld elk publiek omtovert tot een kolkende massa. Nou maar hopen dat de organisatie van het jaarlijkse Take Root festival in de Groningse Oosterpoort niet zit te slapen. VENcE is er helemaal klaar voor.