Eurosonic Noorderslag: als bij toeval bands vinden die zeer de moeite waard zijn

De hectiek van Eurosonic Noorderslag is raar genoeg een belangrijk onderdeel van haar charme

Ennio Wolsink ,

Het is ronduit onmogelijk om alle bands te zien: je moet kiezen. Hoe voorbereid je ook denkt erheen te gaan, de meeste bands die je zult zien ben je toevallig tegengekomen, maar zullen zeker niet tegenvallen. Een terugblik op de eerste festivaldag van vanuit het perspectief van de argeloze bezoeker

De hectiek van Eurosonic Noorderslag is raar genoeg een belangrijk onderdeel van haar charme

De vraag die bij Eurosonic – sinds dit jaar officieel Eurosonic Noorderslag genoemd – wel eens te binnen schiet is: hoe redt de gewone muziekliefhebber zich? Zij kunnen niet zoals de pers of de talentscouts met hun collega's afspreken om de werklast te verdelen. Het festival is één grote showcase voor en door de professionals, maar het merendeel van het publiek is dat niet. En die kunnen door het overweldigende aanbod gemakkelijk overdonderd raken.
 
“Ja, ik ga misschien nog naar Vera, even bij Firefox kijken, of nee, dat duurt nog maar een kwartier en je moet ook nog in de rij staan...”
 
Als bij toeval stuit je op bands die de moeite waard zijn. Eigenlijk op weg naar Simplon om de van pianist tot electro-producer verworden Jon Hopkins te ervaren, hoor je terwijl je over de Grote Markt naar je fiets loopt een wel heel bijzonder bandje. In een van buiten uitziend onwaarschijnlijk klein houten gebouwtje staan op de planken drie rockers van alweer een generatie terug die even loeihard laten horen hoe het dak eraf moet. Sharko heten ze, en met hen denk je met weemoed terug aan een tijdperk waarin The Police en nog eerder Pink Floyd de dienst uitmaakten.
 
Je blijft luisteren ook al was je vast voornemens Jon Hopkins mee te pakken: de Myspace had je al overtuigd, nu nog live meemaken. Je hebt mazzel: de show loopt 10 minuten uit en er is ruim genoeg tijd om een ware kunstenaar een keyboard bol van de effecten te zien bespelen op een manier dat er geen twijfel over heerst: natuurlijk kan je merken dat deze man aan het Royal College of Music in Londen heeft gestudeerd.
 
Veel tijd om je tweede biertje te drinken en de volgende stap te bepalen is er niet: zZz speelt nu, en daarvoor moet je als de wiedeweerga naar de benedenzaal van Simplon. Dat deze band een hoge publiekswaardering heeft kan je merken aan het feit dat je wel de zaal in komt maar kan vergeten om er ooit nog uit te komen. Hier staan dicht op elkaar gepakt honderden mensen, vervoerd door de genialiteit van deze Nederlandse jongens met zulk een internationale allure. Hun stijl is lastig te benoemen, daar het gaat van vrolijk naar melancholisch, van keihard naar dromerig. In ieder geval zeer de moeite waard.
 
Lang kan je hier niet bij stil staan: er zijn zoveel bands te zien en zo weinig tijd! Je wordt al gedreven: zonder omwegen en met voorbedachte rade bevind je je al snel bij de Stedelijke Muziekschool, om je door de blije, nietszeggende nummers zoals “Ladies Can't Drive” van de zes Belgen van Malibu Stacy te laten vermaken. De energie en zelfspot spat er vanaf. Een mooi hoogtepunt van de avond.
 
De rest van de nacht zwalk je door de stad, qua muziek helemaal verzadigd. Je vermoeide lichaam schreeuwt om eten, een comfortabele zitplaats en rust. Uiteindelijk vind je via de Febo de Shadrak, waar de ongecompliceerde rauwe tonen van Dÿse en de verschrikkelijk slechte geluidskwaliteit je naar boven jagen. Daar slagen de jongelui van The Dirty Shambles er met hun gerevitaliseerde rock 'n roll in voor jou een mooi einde aan de avond te breien. De nacht is nog lang niet voorbij maar je spaart je krachten, want Eurosonic Noorderslag duurt nog minstens twee dagen...