Weet je nog de allereerste keer dat je je eigen nummers in een orkestrale setting hoorde?
“Mijn eerste album had al prachtige strijkarrangementen van de beroemde arrangeur, songwriter en producer Van Dyke Parks, maar de eerste keer dat ik zelf met een strijkerssectie in de studio stond, was bij Capitol Records in Los Angeles. Dat moment vergeet ik nooit. Bovendien stond ik letterlijk in dezelfde ruimte waar Judy Garland, Frank Sinatra en Nat King Cole hun muziek hadden opgenomen.”
En live? Ik kan me voorstellen dat het heel anders is wanneer je bij de repetitie voor een liveconcert een volledig orkest je eigen liedjes hoort spelen.
“Ik ben al gek van opera sinds ik een jaar of twaalf was, dus ik voelde me altijd al aangetrokken tot dat geluid, was er wel op voorbereid. Een verrassing was het dus niet. Wat me wel opviel, is hoe stil het kan zijn. Een groot orkest kan zó subtiel spelen. Die verfijning en dynamiek, al die klankkleuren: geweldig.”
Kun je zeggen dat je veel eigen nummers dus hebt geschreven met een orkest in gedachten?
“Ik wilde vooral liedjes schrijven die op veel manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Mijn moeder was een geweldige songwriter; mijn vader is dat nog steeds. Het ethos van de McGarrigles en de Wainwrights is dat een lied zowel met een orkest als helemaal solo moet kunnen bestaan. Dat doe ik nu ook veel: ik speel óf met orkesten óf solo. Mijn akkoordenschema’s zijn van nature vrij orkestraal.”
Is het wel eens gebeurd dat een nummer voor jou een nieuwe betekenis kreeg door een andere bewerking?
“Liedjes krijgen sowieso andere betekenissen zodra ze geproduceerd worden. Ze gaan andere aspecten van je leven weerspiegelen, op het moment zelf of pas later. Maar de meest ingrijpende ervaring had ik toen ik mijn eerste opera componeerde. Bij een opera raak je zó ondergedompeld in alles, de personages, de muziek, de orkestratie, dat je jezelf bijna verliest in het proces. In die periode was mijn moeder heel erg ziek, ze lag vaak in het ziekenhuis. Ik stortte me volledig op die opera, eigenlijk om niet te hoeven nadenken over wat er verder in mijn leven gebeurde. Toen ik de muziek voor het eerst door het orkest hoorde, was ik verbijsterd door hoe emotioneel het was. Ik merkte hoeveel gevoelens ik erin had verwerkt, verdeeld over al die instrumenten en melodieën. Dat is iets bijzonders aan werken met orkesten: je raakt zó overweldigd dat je even kunt ontsnappen aan de realiteit, jezelf kunt verliezen in de muziek. Je gevoelens worden overgedragen aan andere mensen en instrumenten.”
Waarom kan juist een orkest dat zo overbrengen?
“Het symfonieorkest is een van de grootste creaties van de westerse beschaving. Muzikaal niet te evenaren. Ik geloof echt dat musici die de ene dag Sibelius spelen, iets van die geest met zich meedragen wanneer ze de volgende dag mijn nummers spelen. Alles raakt met elkaar verweven: componisten, tijdperken, stijlen. Er spelen allerlei onzichtbare geesten mee.”