SuBmarine 2016 dompelt bezoekers onder in de underground SuBmarine 2016 dompelt bezoekers onder in de underground

Eerste editie aan Binckhorsthaven bij vlagen geslaagd

, Tekst: Frank de Jong | Foto's: Peter Balkema

SuBmarine 2016 dompelt bezoekers onder in de underground

Eerste editie aan Binckhorsthaven bij vlagen geslaagd

Tekst: Frank de Jong | Foto's: Peter Balkema ,

Eerder dit jaar werd bekendgemaakt dat Plein Open en Besturingsfest dit jaar niet zou worden georganiseerd maar dat er een volledig nieuw festival boven zou komen drijven. De organisatoren van deze festivals besloten om samen met Kompaan het SuBmarine festival op te zetten. Aan de Binckhorsthaven was er de hele dag aandacht voor bijzondere genres en artiesten. Dit resulteerde in een aardige eerste editie met een gezellige (underground) huiskamersfeer.

Voordat Icarius het Torpedo podium opent komt de drummer Martin van der Wijk van de groep op een heus vlot aangevaren. Even later doopt de gehele band het buitenpodium om in een metalcore tent. De mannen spelen gevoelige metal. Denk Killswitch Engage en As I Lay Dying. En SuBmarine is nu echt van start gegaan. Van een menigte is nog geen sprake, slechts een handvol festivalgangers lopen rond. Het is te merken dat SuBmarine in de vroege uren nog wat opstarttijd nodig heeft. Na verloop van tijd wordt het steeds drukker.

Het Torpedo podium is eigenlijk het enige podium dat een diverse programmering kent. Het gaat van metal naar vrolijke uptempo psychedelische indie. Tussendoor is er zelfs tijd voor een echte platendraaier (DJM) en de afsluiter Flamingods laat het publiek ongecompliceerd dansen. Het is simpel en zeer eentonig, maar dansbaar als de malle. Bij dit podium is vooral de act Cockney’s World Of Elastic Snakes een hoogtepunt. Zanger Cockney is een feest om naar te kijken. Hij gooit een weggooicamera het publiek in, gaat tijdens een psychedelisch tussenstuk op de grond liggen en danst alsof zijn leven ervan afhangt. Tof! 

In de Kompaan bar is het podium Periscoop te vinden. Letterlijk, je moet twee keer kijken voordat je het podium daadwerkelijk ziet. Bovenaan het publiek is namelijk een balustrade gereserveerd voor de artiesten. Natuurlijk is de Kompaan bar ook geopend. De frisse Kompaan speciaalbiertjes breken met de verwachting van festivalpils. Het is een verademing dat er nog festivals bestaan waar iets anders dan lauwe waterpils wordt geschonken. SuBmarine kan de stempel bierfestival best opplakken.

De balustrade schept wat afstand tussen het publiek en de muzikanten. Dat komt vooral door de artiesten die hier mogen draaien. Van duistere ambienttechno tot vrijzinnige bliepjes. Hier kan je het allemaal meemaken onder het genot van een Kameraad of een Vrijbuiter. De enige uitzondering is Dooxs. Dit duo maakt dancemuziek met vocalen à la Låpsley en Tears and Marble. Hier is de afstand snijdend, want er worden niet alleen platen gedraaid. De dames roepen de menigte op om dichterbij te komen, maar dat is eigenlijk niet te doen zonder nekkramp.

Een heel ander spectrum van muziek wordt bespeeld in de Kajuit. Dit podium is opgezet door Fluister, een initiatief dat intense luistermuziek belooft. De Kajuit is misschien wel een van de vreemdste locaties voor een podium. Juist omdat het er zo gewoon is. Het is namelijk in de lobby van een hotel. De locatie past bij de kamerpopmuzikanten, maar breekt met de festivalsfeer door de afstand. Eer je er bent is de artiest die speelt alweer afgelopen. De locatie oogt knus en de aandacht vanuit het publiek is meer dan aanwezig. Echter de nietsvermoedende toeristen die rustig een kamer willen boeken zorgen voor onnodige afleiding. Tijd om weer terug te gaan naar de ‘echte’ festivallocatie.

Buiten is voornamelijk gezelligheid. Er is een terras, een paar boten (natuurlijk) en er zijn een aantal beklede banken waar men op kan gaan zitten. Het oogt vriendelijk en je voelt je direct thuis. Aan twee kanten van de haven zijn twee podia te vinden. Aan één kant heb je de Propeller (buiten) en de Machinekamer (binnen). Deze kant vertegenwoordigt de hardere genres. De flinke meute metalheads zijn hier het gehele festival te vinden.

De grote vraag aan deze kant van de haven is waarom er een DJ geprogrammeerd staat voordat de bands in de Machinekamer van start gaan. Black Civic draait dance voor een meute metalheads die blijkbaar liever een potje noise (Red Dwarf – Propeller) willen horen dan de klanken van Black Civic. Het grootste gedeelte van het publiek staat namelijk buiten. Vermoedelijk uit protest. The Howl Ensemble die na Black Civic staat is de eerste echte band in de Machinekamer en trekt gelijk al aardig wat publiek. Kans is groot dat dit komt door de experimentele bak post-rock herrie die toch wat beter past bij het metalminnende publiek. 

Even later speelt de hardcore band GetSome! In de propeller dat een bescheiden moshpit als gevolg heeft. Zelfs aan de andere kant van de haven is het gitaargeweld te horen. De muziek is eigenlijk niet bijzonder, maar klinkt prima. Hetzelfde is te zeggen van Toner Low in de Machinekamer. Erg eentonig, zelfs voor stonerdoom. Maar er valt wel te zeggen dat er wel animo is voor dit soort artiesten. Na afloop van Toner Low schreeuwt een uitzinnige fan: ‘Dit was echt seks. Dit was echt seks voor mij.’ Er is duidelijk aandacht besteed om underground genres als ambient, post-rock, gelaagde pop en hardcore samen te brengen op één festival. Je hoort deze stijlen zo weinig dat het eigenlijk niet eens zo erg is dat de echte hoogtepunten op het festival wegblijven.

SuBmarine doet denken aan de keren dat Langweiligkeit bij de Pip werd georganiseerd. Alleen is dit festival net wat schoner en worden er andere bijzondere muziekstijlen uitgelicht. Er is tevens plek voor wat kunstachtige uitingen, maar is niet overdreven aanwezig. Zo is er een bijzonder structuur dat met de titel Industriële Kerst door het leven gaat. De verbrande kerstboom en de bijpassende generator roepen meer vragen op dan antwoorden. Net als de in het midden van het festivalterrein gelegen toren waar je de locatie kan bekijken met een verrekijker. Het is fascinerend en draagt bij aan de sfeer. 

Nadat de stonede klanken van Toner Low zijn uitgeklonken wordt de Machinekamer snel omgebouwd voor de nachtprogrammering. Iets dat op Plein Open nooit kon op het Spuiplein, daarvoor moest vaak worden afgereisd naar de Grote Markt of een andere locatie. Echter het duurt even voordat de afsluitende DJ’s (Oomboi Lauw, Dirty Agga Crew en BRZ vs. Stije) op publiek kunnen rekenen. De festivalgangers zitten namelijk door het lekkere weer liever op het terras buiten aan de haven.

De programmering op de eerste editie van SuBmarine was enorm breed, maar bood daarom weinig diepgang. Gelukkig werd dit grotendeels goedgemaakt door de uitstekende "voel je thuis-sfeer" dat het festival ademde. Volgend jaar een echte duikboot?

nu op 3voor12