Haagse Stadspartij: "Den Haag als nummer één popstad? Dat moet je niet willen"

Popmuziek is geen wedstrijd

Jens van Pieterson ,

Op woensdag 19 maart vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats en op woensdag 5 maart vond in het Haags Pop Centrum het Haags Popdebat plaats. Vertegenwoordigers van de verschillende partijen gingen met elkaar in debat over actuele zaken op het gebied van popmuziek. Voorafgaand aan de verkiezingen interviewt 3voor12 Den Haag de verschillende deelnemers aan het popdebat. Dit keer is het de beurt aan Peter Bos van de Haagse Stadspartij.

Peter Bos (1959) staat op plek nummer zes op de kandidatenlijst van de Haagse Stadspartij en is al jaren als fractiemedewerker betrokken bij het reilen en zeilen van de lokale partij. “De gemeente zou veel vaker dingen samen met bewoners moeten organiseren. Dat mis ik heel erg in Den Haag.”

Bos was betrokken bij de geboorte van de Haagse Stadspartij toen deze werd opgericht door actievoerders die betrokken waren bij De Blauwe Aanslag en andere actiegroepen. Volgens Bos, die naar eigen zeggen “geen speciale voorkeur heeft” voor een bepaald muziekgenre, is het gedachtegoed waar de actievoerders in die tijd door werden gedreven wel van invloed geweest op wat hij vandaag de dag luistert. “Toen ik een jaar of 18 was en ik muziek begon te luisteren was het in eerste instantie Herman Brood en veel symfonische rock. Later begon ik ook punk en new wave leuk te vinden. Tegenwoordig luister ik veel naar wereldmuziek en folk. Haagse bands die ik waardeer zijn Hallo Venray, Sven Hammond Soul, Dyzack en Templo Diez.”
 
Volgens de in Zoetermeer geboren Bos, die in de jaren ‘80 naar Den Haag verhuisde, zijn kleine podia en broedplaatsen al jarenlang een ondergeschoven kindje in Den Haag. “Er worden enorm veel regels en veiligheidseisen gesteld aan kleine zaaltjes.” En dat moet anders, vindt zowel Bos als de Haagse Stadspartij. ‘’Leg de verantwoordelijkheid over de veiligheid bij de mensen zelf, of zorg voor een subsidieregeling voor geluidsisolatie.” Ook zet Bos zich in voor het behoud van culturele broedplaatsen zoals Maakhaven en FAST.
 
Ondanks alles is Bos wel van mening dat Den Haag niet de grootste popstad van Nederland hoeft te worden. “Den Haag is een echte popstad, maar er zijn meer steden die het goed doen, zoals Amsterdam en Groningen. We moeten er geenwedstrijd van maken, dat is city marketing-flauwekul. Het gaat er om dat de inwoners van Den Haag plezier beleven aan Haagse popmuziek en dat er een goede infrastructuur is op het gebied van popmuziek.”