James Blackshaw; virtuoos vals is óók vals

Afgepeigerde gitarist zit zichzelf in de weg

Marc van der Geest | Foto’s: Luiza Popa ,

In de concertreeks ‘Daydreaming’ programmeert het Paard van Troje in samenwerking met Dag In De Branding muzikanten uit het schemergebied tussen pop, klassiek en avant-garde. Op 6 oktober was het de beurt aan James Blackshaw. Deze nog jonge, Londense muzikant heeft inmiddels een respectabele discografie opgebouwd. Deze namiddag betrad hij het podium met uitsluitend een twaalfsnarige gitaar. En een slaaptekort.

Het optreden trekt redelijk veel bekijks: de kleine zaal zit aardig vol met publiek, dat gemiddeld wél twee keer zo oud is als de ‘normale’ Paard-bezoeker. De verlegen ogende Brit mompelt drie woorden, stemt zijn gitaar en zet zijn eerste compositie in. Meteen doet hij de titel van de concertreeks eer aan. Met onnavolgbaar tokkelspel weeft Blackshaw minstens drie melodieën door elkaar heen, terwijl zijn lange nagels een subtiele, rinkelende percussie verzorgen. Tegelijkertijd verlies hij zich niet in virtuoos gepiel, en is hij niet te beroerd om te mooiste stukjes muziek vaker terug te laten komen. De missie lijkt glansrijk te slagen: de toehoorders worden getrakteerd op een perfecte soundtrack voor een dromerige herfstmiddag.
 
Tijdens het stemmen voor het tweede nummer (twaalf snaren lang) laat Blackshaw weten een heftige dag achter de rug te hebben - zijn vader is gisteren getrouwd en hij moest dientengevolge om zeven uur ‘s ochtends nog naar Nederland vliegen. Vandaar dat ‘ie wat langer doet over het stemmen. Geeft niks. Wat wel geeft: het stemmen lukt niet erg. Dat hij er een paar minuten voor nodig heeft, soit. Maar al snel in het tweede nummer wordt duidelijk dat het niet helemaal gelukt is. Doodzonde. Blackshaw speelt nog even virtuoos, je hoort dat de melodieën die ‘ie speelt schitterend zouden zijn - als het niet vals was.
 

De rest van het optreden zit er weinig anders op dan hopen dat hij zich herpakt. Tevergeefs. Blackshaw lijkt steeds nerveuzer te worden, maakt foutjes, verontschuldigt zich, stemt halverwege nummers zijn gitaar bij, maar het lukt hem niet. Nummer na nummer slaat dood door een of twee slecht gestemde snaren. Pas halverwege het voorlaatste nummer slaagt de gitarist erin zijn instrument weer zuiver te krijgen. Een deel van het publiek heeft dat moment helaas niet afgewacht. In het laatste nummer laat Blackshaw nog één keer horen waarom dit concert méér dan de moeite waard had kunnen zijn, als hij het gevecht tegen de vermoeidheid niet had verloren. Of zijn trots opzij had gezet en een stemapparaat had gebruikt. En zo verlaat je de zaal na een optreden van een krap uur, met de teleurstellende gedachte dat iemand met zulke technische, muzikale en compositorische kwaliteiten zo’n onbevredigende en bij vlagen pijnlijke bijdrage heeft geleverd aan de Daydreaming-concerten.