Vooruit met de geit bij The Pigeon Detectives Vooruit met de geit bij The Pigeon Detectives

Strippen tot de kern en terug

, Frank Veldkamp en Peisam Tsang | Foto’s: Peisam Tsang

Vooruit met de geit bij The Pigeon Detectives

Strippen tot de kern en terug

Frank Veldkamp en Peisam Tsang | Foto’s: Peisam Tsang ,

The Pigeon Detectives zijn weliswaar ouder geworden, maar hebben de streken nog niet verloren. Na een periode van drie jaar heeft de band zichzelf hervonden en staat opnieuw op de podia met tomeloos veel energie. 3VOOR12 Den Haag sprak op Walk the Line met zanger Matt Bowman en gitarist Oliver Main. Uiteraard wordt er veel gepraat over de nieuwe plaat ‘Up, Guards And At 'Em!’

Strippen tot de kern en terug

The Pigeon Detectives zijn weliswaar ouder geworden, maar hebben de streken nog niet verloren. Na een periode van drie jaar heeft de band zichzelf hervonden en staat opnieuw op de podia met tomeloos veel energie. 3VOOR12 Den Haag sprak op Walk the Line met zanger Matt Bowman en gitarist Oliver Main. Uiteraard wordt er veel gepraat over de nieuwe plaat ‘Up, Guards And At 'Em!’

Bezinning
“Waarom een nieuw album zo lang op zich liet wachten? We hadden tijd nodig om weer tot onszelf te komen.” Aan het woord is de energieke krullenbol Matt: “Ons tweede album kwam vlak na de eerste uit en daarna waren we drie jaar lang onafgebroken aan het touren voor beide albums. Tot we op een punt aankwamen om maandenlang na te denken: wie zijn we ook alweer en wat betekent de band nog voor ons?”

Vooruitstrevende producer
Oliver, de timide jongen van het stel: “Daarna konden we ons pas richten op dit derde album. We hebben bewust veel tijd gestoken in het kiezen van een producer. We wilden namelijk een jong en aanstormend iemand die zichzelf nog niet bewezen had. We wilden geen grote naam of een conservatief werkend persoon die met een formule werkt en op knopjes drukt om met de muziek een bepaalde weg in te slaan. Dat is te makkelijk. We wilden juist een experimentele benadering in de studio. En dat vonden we in Justin Gerrish (hij heeft onder andere gewerkt met The Strokes, Vampire Weekend en Glasvegas als engineer). We zijn de eerste band die hij produceert. We hebben hem carte blanche gegeven, we wilden zijn ideeën op onze nummers laten schijnen. Zo hadden we al complete nummers geschreven, terwijl er aan een aantal nog een hoop werd gesleuteld.”

Strippen
Matt: “We hebben Gerrish vijftien tracks op gitaar gegeven, hij heeft ze allemaal gestript tot de kern en weer van voor af aan opgebouwd. Een totaal andere ervaring dan bij de vorige albums, toen we wel precies voor ogen hadden hoe het ging klinken. Ook hebben we op instrumenten gespeeld, die we nog nooit hadden gezien.” Oliver meteen enthousiast: “Een Marxophone bijvoorbeeld, een soort van fretloze sitar in de vorm van een mini vleugel. Op elkaar tikkende hamertjes zorgen voor een metaal geluid. Zoals Coldplay in het nummer ‘Life in technicolor’, daarin kan je het goed horen. Onze man had in de studio diverse vintage instrumenten. Die plukten we van de muur om erop te spelen. En hielden er meteen op als we te horen kregen dat het bijvoorbeeld 20.000 dollar waard was. Dan pakten we maar snel wat anders.” Matt: “Normaliter zijn we echt met z’n vijven, maar in die twee maanden was onze producer onze zesde bandlid. We zijn altijd al heel sterk geweest in onze ideeën en onze mening wat betreft muziek, maar we lieten Gerrish unaniem binnen en dat voelde heel goed. Bovendien woont hij in New York en hij wist alle hotspots.”

New York, New York
Bij het noemen van de stad New York verschijnt er een grote glimlach op beide gezichten. Matt: “Het opnemen had in twee weken gekund, maar we hadden ons label verteld dat we twee maanden nodig hadden in New York. Zo konden we daar ook even bijkomen. Juist in zo’n grote stad, geen last van stress en drukte, konden we ons heel goed focussen op de opnames. Het haalde het beste in ons naar boven. We houden van feesten en zijn echte nachtvogels! Zo konden we bij wijze van opnemen van twaalf tot negen in de ochtend en daarna was er nog steeds wat te doen. Voor ons vorig album hadden we ons afgezonderd op een boerderij in niemandsland. We sliepen, aten en leefden in de studio, dat was te intensief. We deden er van alles aan om maar niet op te nemen. In New York gebeurde dat als vanzelf, met als resultaat een mooi product.”

Up, Guards And euhhh...?
De naam van het album is wel lastig te onthouden. Matt: “Up, Guards And At 'Em! is een bekende quote van Duke of Wellington. Het is een soort van oorlogsyell. Als de troepen zich moeten klaarmaken in de loopgraven, dan wordt dat vaak geroepen. We vonden het wel een positieve connotatie. In Engeland klaagt iedereen steeds dat de gitaarmuziek dood is, omdat er alleen maar artiesten als Rihanna en Britney Spears in de hitlijsten staan. Wij vinden dat als je jezelf met gitaarmuziek bezig wilt houden, je dat gewoon moet doen! Niet wachten totdat de scene verandert. Borst naar voren en vooruit met de geit! De vergelijking gaat niet helemaal op, maar de mensen thuis in Engeland snappen precies wat we ermee willen zeggen en zijn erg blij met de titel.”

De nachtegaal zingt en de duif koert
Ondeugend als Matt is: “We gaan ons richten op het Europese publiek, want daar gebeurt het. Niet in Engeland, daar speelden we vijftien shows en we kregen maar één BH naar ons toegeworpen. Jaren geleden hier in Den Haag (tijdens The Music In My Head) kregen we er wel vijftien.”

“Nee hoor,” grapt hij, “ondertussen is dat allemaal veranderd, wij zijn ook ouder geworden en ons publiek misschien ook.” Oliver: “We zullen de herinneringen maar houden, niet de trofeeën.” Matt: “Vertel dat maar niet aan onze vriendinnetjes. Ik denk graag dat het allemaal komt door onze optredens. Dat we het publiek zo in vervoering brengen dat ze gaan razen. We geven honderd procent van ons energie en als het dan heet en kleverig wordt, dat is rock and roll. Als de meiden daar ook nog eens opgewonden van worden, dan is dat maar zo.”

Nu op 3voor12