Dagboek Cecile Morel bij Writersweek in Londen Dagboek Cecile Morel bij Writersweek in Londen

Hele stukken van mijn zo liefdevol samengestelde tekst worden geschrapt

, Cecile Morel,

Dagboek Cecile Morel bij Writersweek in Londen

Hele stukken van mijn zo liefdevol samengestelde tekst worden geschrapt

Cecile Morel, ,

De Haagse zangeres Cecile Morel hield voor 3VOOR12/Den Haag een dagboek bij tijdens haar bezoek aan Londen. Tijdens de internationale Writersweek kreeg zij professionele hulp bij het componeren van nieuwe songs.Veel van haar eigen ideetjes worden dismissed als zijnde 'geen goed Engels'. "Ik zwijg beledigd want ik weet honderd procent zeker dat het wel goed is."

Hele stukken van mijn zo liefdevol samengestelde tekst worden geschrapt

Dit is niet mijn eerste keer in London. Doorgaans hang ik hier de toerist uit, maar deze keer ben ik hier voor een hoger doel. Namelijk om een hit te schrijven tijdens de Writersweek. In totaal 28 songschrijvers, zowel professioneel als beginnend, zijn door GMW Entertainment samengebracht in de Terminal Studio’s. Een blik op de website van de studio leert mij wie mij zoal zijn voorgegaan. En dat is niet mis! Deborah Harry en Kim Wilde bijvoorbeeld, hebben deze studio al eens van binnen gezien. Het zal mij benieuwen of ik bij zoveel beroemdheid nog wel iets op papier krijg. Maar momenteel hoef ik me daar geen zorgen om te maken want ik zit namelijk heerlijk te smikkelen in één van de duurdere restaurants van London. Mijn disgenoten zijn William Haighton, één van de directeuren van GMW en zijn vrouw, zangeres Erikah Karst. Links van mij Allan Eshuijs, componist voor het laatste Hind-album en backing vocalist voor talloze artiesten zoals Ruth Jacott en Trijntje Oosterhuis. Rechts van mij Glen Corneille, orkestleider van Alessandro Safina. Het moet nu al niet veel gekker worden! Gelukkig is daar ook mede-Hagenees Eric Schurman. Hij is onlangs door GMW in dienst genomen. Daarvoor speelde hij in bands als Tuesday Child, Suburbs en Snake Charming. Haighton kent hem nog uit zijn tijd als directeur van het Haagse VAN Records. William bestelt wat exotische gerechten voor ons en babbelt er lustig op los: "Brian Eno en John Leckie komen van de week nog langs." En "onlangs hebben we nog een bezoek gebracht aan Diane Warren". Ik zit met mijn oren te klapperen zeker als ik hoor dat GMW alle tien de liedjes voor het Engelse Pop Idol mag leveren. Maar ik laat niets merken. ’s Nachts kan ik niet slapen. De wolkjes Brian Eno en Diane Warren drijven boven mijn bed. Wat wordt er morgen van mij verwacht? Nick Whitecross, spirituele evenknie Terwijl ik mijn zangoefeningen sta te doen wordt er op de deur van mijn hotelkamer geklopt. Het is Eric Schurman die me komt waarschuwen dat de Morris Minor van William voor de deur staat. Op naar de studio! William heeft als gewoonte zijn frustratie over het Londense verkeer op plat-Haagse wijze te uiten en moedigt ons aan om dit ook te doen. De scheldwoorden zijn niet van de lucht. Bij aankomst wordt ik met een warme kus begroet door Ged Malone en Martin Hanlin, de G en de M van GMW. Ze kennen zelfs al mijn naam. Na een kopje koffie en een sigaret (niet voor mij! Ik leef op aspirine en vitaminepillen) is het tijd om de diverse ruimtes in te gaan. Ik sta ingedeeld met Nick en George, twee leden van de band Kissing The Pink. Eric gaat met zangeres Do de studio in. Bij wijze van groet valt Nick Whitecross me dramatisch in de armen. "Oh, Cecile". Dat breekt het ijs. Hij vertelt dat hij van tevoren wat heeft gemediteerd omdat hij het moeilijk vindt om met nieuwe mensen te schrijven. Voor mij geldt dat natuurlijk ook en ik beken dat ik van tevoren wat aan yoga heb gedaan. Meteen zitten we in een conversatie over reïncarnatie en meer van dat moois. George Stewart is te druk om zich over het bovennatuurlijke te verbazen. Hij kampt met een computerprobleem. Als dit opgelost is mengt hij zich in de conversatie. Waar zou ik over willen schrijven? Omdat ik nog wat moe ben van de reis met hindernissen van de dag daarvoor kies ik voor één van mijn oudere teksten; "Going places". De tekst handelt namelijk, oh ironie, over iemand die helemaal nergens naar toe gaat. Daar hebben Nick en George wel oren naar. Niet dat ze in een midlifecrises zitten, maar ze gaan toch wel een stuk minder uit dan vroeger. Ze bekijken mijn tekst. "Dat woord is niet goed op die plaats. En dit hier is niet zoals wij, Engelsen, het zouden verwoorden." Help, wat gebeurd hier? Hele stukken van mijn zo liefdevol samengestelde tekst worden geschrapt. Er rest niets anders dan de controle uit handen te geven, slik. Vergeleken bij deze mensen ben ik een lichtgewicht. Een paar maanden geleden zaten ze hier nog met Candy Dulfer. Niet dat ik haar CD in mijn kast heb staan, maar goed het is toch Candy, weet je wel. Ik besluit ze te vertrouwen. Helemaal als ze zeggen dat mijn stem in de lagere regionen op Karen Carpenter lijkt. Ah, Karen, haar eetprobleem nooit begrepen, maar haar easy-listening crooning des te meer. Wie weet gaat dit toch een heel leuke kant op. En inderdaad, mijn up-tempo sing-a-long is na hun make-over een knusse ballad. Wel wat zoet, maar hey, ze zijn dan ook een stuk hitgevoeliger dan ik. Overbodig bij Kevin en Owen Vanochtend heb ik geen tijd voor zangoefeningen want ik heb een afspraak met Sasha Dupont, superster in Denemarken. Ze zit al in de eetzaal van het Colombia Hotel op me te wachten. Ik vraag haar hoe ze de Writersweek tot nu toe heeft ervaren. Ze blijkt net als ik met een egoprobleem te worstelen. "I’m used to being the domineering one", zegt ze. Geconfronteerd met een schrijfpartner die nog meer de overhand had kon ze niet anders dan zich schikken in een meer ondergeschikte rol. Toen ze dat uiteindelijk deed brachten ze het lied tot een goed einde. Gelukkig, ik ben niet de enige. In Room 4 sta ik oog in oog met Kevin Hunter, de man die met Sheryl Crow en Trish Murphy heeft gewerkt. Nu het moment daar is kom ik tot de conclusie dat hij veel introverter is dan ik had gedacht. Ook Owen Parker (Gloria Estefan, Cher, Peter Green) is niet erg uitbundig vergeleken met de jongens van de dag daarvoor. In elk geval zal het bedachtzame thema wat ik voor deze sessie in petto heb wel bij deze heren aansluiten. Het nummer dat ik wil schrijven gaat over mijn zus die 17 is en net op kamers is gaan wonen. Het doet me erg denken aan de tijd dat ik aan mijn 'echte' leven ging beginnen. In het lied wil ik een brug slaan tussen heden en verleden. Kevin begint te schrijven terwijl ik hem van nog meer informatie voorzie. Onderwijl heeft Owen een 12-snarige gitaar erbij gepakt en begint wat akkoorden aan te slaan. "Laten we het Fleetwood Mac-achtig aanpakken", zegt Kevin. "Ja, en dan geven we het bij het mid-eight gedeelte een REM-draai", zegt Owen. "Ja, ja", zeg ik enthousiast. "Ik ben gek op Fleetwood Mac en REM". Kevin geeft nauwelijks merkbaar aan me te hebben gehoord. Ook Owen zit in zijn eigen wereld. Ze communiceren met elkaar middels steekwoorden. Dit is vast het juiste moment om even naar het toilet te gaan. Bij terugkomst kan ik de studiodeur niet meer open krijgen ondanks het intypen van de juiste code. Ik bons op de deur. Geen antwoordt. Typical. Buitengesloten door mijn schrijfpartners. Zouden ze het lied zonder mij af willen ronden? Als ik uiteindelijk de deur open wrik blijkt mijn zorg ongegrond. Kevin heeft tot in detail mijn ideetjes in een tekst verwerkt. Tjeetje, dit is echt een professional. In minder dan een uur is het nummer klaar. Mag dit wel? Ik ben gewend dat kunst een beetje pijn moet doen. Urenlang schaven totdat perfectie bereikt is, dat werk. Het is bijna een shock om te ontdekken dat het ook anders kan. Presto, weer een liedje! De toonhoogte van de song ligt eigenlijk niet zo lekker. Maar dit is de uitgelezen gelegenheid om eens iets nieuws te proberen. Dus ik zeg niks tegen Owen en besluit iedereen inclusief mezelf te verrassen. Het kost me een tijdje eer ik de juiste mood heb gevonden, maar als mijn vocal dan uiteindelijk op de band staat is iedereen tevreden. "Jullie hadden deze song misschien wel zonder mij kunnen schrijven", zeg ik tegen Kevin. "Integendeel", stelt hij mij gerust. "It was a good collaboration." Jez Coad, mijn redder in nood Op de deur van Room 3 hangt een papiertje met de tekst: 'This is a no-ballad-zone'. Lijkt me goed, want ik zit te springen om een up-tempo stuk. "Laten we een gemeen liedje schrijven", roep ik dan ook. Mijn schrijfpartners kijken me verbaasd aan. "Dat vinden we helemaal niet bij je passen." Dan kennen ze me toch slecht. Onder dit teddybeerachtige uiterlijk zit een monster 'that’s dying to come out'. Ik pak mijn notitieboekje erbij en laat het opzetje zien waar ik thuis mee in de weer ben geweest. "Hier heb je te veel rijmwoorden gebruikt", zegt Erikah. Ik kan me voorstellen dat het niet goed is om de luisteraar met te veel informatie om de oren te slaan. Toch heb ik veel plezier beleefd aan het puzzelen van deze dichtvorm. Maar okay, in de prul ermee. We spuien wat ideetjes, waarvan de meeste dismissed worden als zijnde 'geen goed Engels'. Ik zwijg beledigd want ik weet honderd procent zeker dat het wel goed is. Maar als ik zie wat Erikah heeft geschreven besluit ik haar onmiddellijk te vergeven. This is quite catchy! Toch blijft het allemaal teveel in de mushy liefdesliedjessfeer zitten. Ik zie dat absoluut niet gebeuren. Nee, een pittig, opruiend stuk moet het worden. Tenslotte ben ik de klant hier. Ik bid in stilte voor een native speaker. Deze komt in de vorm van producer Jez Coad (Simple Minds). Jez ziet het idee onmiddellijk zitten. "Dan gooien we wat woorden zoals 'sod off' enzo erin." "Ja, ja!", roep ik enthousiast. Dit zijn precies de termen waarin ik me graag uitdruk. Zeker als ik weer eens lastig gevallen wordt op straat. Want dat is waar het nummer over gaat. Het draagt de titel 'I can do without'. Wat mij betreft een surefire hit. Als Allen en Erikah even weg zijn voor een rookpauze grijp ik mijn kans. "Is dit goed Engels?", vraag ik aan Jez. Ja, hoor, zegt hij. Hoewel ouderwets blijkt de uitdrukking nog steeds gebruikt te worden. Ha, zie je wel. "Gosh, you saved me here", vervolg ik. "I was so happy when you came in." "That’s where my art is", antwoordt hij bescheiden. Het opnemen gaat weer in een oogwenk. Allan en Jez spelen de diverse instrumenten in en ik brul mijn keel schor voor het vocale gedeelte. Het gaat hier tenslotte om een aanklacht. Erikah en Allan verzorgen de backing vocals en dat doen ze erg goed. Als een tevreden mens word ik voor de deur van het Colombia afgezet. Over twee weken zal de CD met daarop de drie liedjes bij mij in de bus vallen.

Nu op 3voor12