Van koorknaap, punk en metal tot Vagabound

Kennismaking met Club 3voor12/Breda acts

Interview: Daniël Hereijgers ,

Vierendertig is hij, Mario Petrus, frontman en liedjesschrijver van Vagabound. Aanstaande vrijdag 31 oktober speelt hij met zijn band op Club 3voor12/Breda. Een clubavond met ook The Martial en Myllie Tunes. Vagabound is de veteraan die avond, want al sinds 2005 bezig met folk of doomfolk of toch ‘post avant gardistisch neo nihilisme’? We ondervroegen Mario, zodat jij hem ook alvast wat beter kent. Bijvoorbeeld over zijn verleden als koorknaap en de aanstaande derde plaat.

Dit interview is bedoeld als introductie van de acts die komen spelen. The Martial en Myllie Tunes zijn nog vrij onbekend, jij draait al langer mee in de Bredase scene. Je bent begonnen in de metal?
“Wil je de hele muzikale carrière horen in het kort? Van m’n zesde tot mijn zeventiende ben ik koorknaap geweest bij het Sacramentskoor Breda. Daar heb ik eigenlijk m’n muzikale opleiding gehad, zonder dat ik het toen zelf per se door had. Het Sacramentskoor is een koor van vier keer in de week repeteren en één keer mis, dus vijf dagen in de week koor en dan nog concerten, concertreizen in het buitenland et cetera. Mijn broers en mijn vriendjes zaten er ook op. Mijn eerste bandje was toen ik een jaar of vijftien, zestien was, met de naam Wasted Sperm. Dat is toch anderhalf jaar een legendarisch fiasco geweest. Het zat een beetje tussen punk en metal in omdat we niet goed genoeg waren om echt metal te spelen. Dat heeft een tijdje overlap gehad met het koor. Er zaten veel mensen in het koor die van Iron Maiden en zo hielden, dat was helemaal niet raar.”

Hoe kwam je dan in de punk terecht, via school?

“Niet per se via school. De eerste popmuziek die ik luisterde, was toch de commerciële hiphop, De La Soul, A Tribe Called Quest, LL Cool J, zulk soort dingen draaiden we op de schoolfuiven. En toen ben ik later via Guns N’ Roses, AC/DC en Aerosmith in de rock en al gauw in de metal terecht gekomen. En een hele tijd was er niks dan metal. De band waar ik toen in speelde, heette Opacity Of Evil. Daar ben ik voor het eerst gaan samenwerken met Mathijs Ansems die nu nog steeds bas speelt bij Vagabound.”

Ok, dus eerst Wasted Sperm, toen Opacity Of Evil, beide eind jaren negentig. Hoe lang dan?
“Allebei zo’n twee, tweeëneenhalf jaar. Toen ben ik een beetje gaan zwerven met de rugzak, een paar jaar. In die tijd is het concept Vagabound begonnen in mijn hoofd. Daarna heb ik de elektrische gitaar ingewisseld voor de akoestische. In 2005 begon ik met opnemen, toen ik weer terug in Nederland was. Heb ik Mathijs aan zijn jasje getrokken of hij mee wilde doen. We hebben toen de eerste cd met z’n tweeën opgenomen en zijn samen gaan optreden. Daarvoor deed ik wel wat solo, in kraakpanden, op feestjes. In 2009 kwam de tweede plaat uit en voor eind dit jaar de nieuwe plaat.”

Je speelt ook in The Campfire Collaboration, dat is er zo’n beetje bijgekomen?
“The Campfire Collaboration is eigenlijk het enige vaste dat ik er naast doe. Ik vind het altijd leuk als mensen me vragen om iets mee te komen doen. Ik heb bij André van den Bogaart een liedje mee ingespeeld op zijn eerste album. En op een obscuur metalproject in Tilburg heb ik nog wat vocalen ingezongen, maar ik geloof niet dat daar ooit iets mee is gebeurd.”

Je zei dat Vagabound begon met reizen… Wat las ik ergens, ‘de thuiszorg troubadour’?
“Dat heb ik nooit zelf geschreven, haha! Nou ja, ik werk in de zorg, daar zal dat vandaan komen. Ik heb ooit een protestliedje gemaakt tegen de heftige bezuinigingen, ik weet niet of je dat filmpje op YouTube kent, het zal als iets als ‘Thuiszorgtroubadour 2011’ daar staan. Toen heb ik mijn enige Nederlandstalige liedje geschreven, dat is een hit geworden. Daar ben ik heel het land mee door gegaan, op demonstraties in Den Haag, Utrecht, Rotterdam, Tilburg… Ja dat is mijn bestbetaalde liedje aller tijden. Schunnig eigenlijk hè? Tegen bezuinigingen en je verdient er dan wat geld aan.”

En de naam Vagabound? Die heb je bedacht omdat je de beste liedjes onderweg bedenkt?
“Ik ben niet zo’n computerman en dacht dat ik een briljante woordspeling had gevonden van ‘bound’ van geketend en ‘vagabond’ van reiziger, maar het schijnt dat al honderd mensen waaronder David Bowie dat voor mij hadden bedacht. Maar ja, goed toen was ik al zo bezig met die naam… Eigenlijk is het idee van de drang naar vrijheid, zowel letterlijk als spiritueel. Het geketend zijn aan, dat je jezelf altijd toch een beetje tegenwerkt als mens. Ik denk dat iedereen dat een beetje doet. Dat iedereen zijn eigen geluk in de weg staat en dat weet en dat toch niet kan veranderen. Dat is de rode draad in mijn teksten en mijn muziek.”

Wat voor genre is het? Je hebt het eens doomfolk genoemd, maar ook folk…
“Ja, mensen willen altijd een naam dus dan geef ik ze een naam. Ik snap dat wel, want ik doe het zelf ook. Maar het is heel lastig om dat over je eigen muziek te doen. Misschien gaat de term doomfolk blijven plakken. Een van mijn favoriete termen is ‘post avant gardistisch neo nihilisme’, lekker absolute bull shit. Ik denk als ik dan toch ga labellen sowieso folk, wereldmuziek een overduidelijke invloed vormen voor onze muziek. Ik denk dat de metal invloed heel goed terug te horen is, ondanks dat wij akoestisch spelen. Peter Scheffer en Mathijs en ik komen alledrie uit de metal. Peter zit nog steeds in de metal. Wij zijn de basis van de band.”

Je speelde in Opacity Of Evil ook gitaar? En toen ben je op een gegeven moment de akoestische gitaar gaan pakken?
“Op een gegeven moment heb ik de elektrische gitaar de deur uit gedaan en heb nu alleen nog akoestische instrumenten. Dat is gewoon beter voor je oren, weet je? Het is een heel andere manier van spelen, veel naakter en je gaat met de dynamiek van het instrument werken. En niet met geluid dat uit een boxje komt. Je moet het uit die klankkast halen. Ik speelde al tien jaar gitaar en ging akoestische gitaar spelen en dacht “zo speel je die akkoorden.” Dat ga je dan langzaam leren.”

Je schreef bij Opacity of Evil vaak de teksten. Hoeveel gelijkenis zit er tussen je metal teksten en die van Vagabound?
“Er zit bij allebei duisternis in, zwarte humor. Ik denk dat ik van rijmelarij hou, een beetje puzzelen met woorden. Je wordt natuurlijk beter in je kennis van de Engelse taal. Ik denk dat ik zeker in het begin van liedjesschrijven het typische metal ‘us against them’, de rechtschapenheid tegen een kwaad van buitenaf had. Terwijl ik nu meer vanuit een grijs modderige poel denk. Minder wijzen met dat vingertje. Eigenlijk doe je het allemaal zelf. Alle ellende, dat doe je allemaal zelf. Haha.”

Heeft dat je zwarte humor beïnvloed?
“Ik ben best een vrolijke jongen hoor, maar ik heb wel een bepaalde weemoed in me. Je komt weleens mensen tegen die dat helemaal niet lijken te hebben, maar volgens mij liegen die. Ik denk dat de hele mensheid mentaal of spiritueel gezien dezelfde dingen doormaakt. Ik kan me niet voorstellen dat er geen mensen zijn die geen voeling hebben met mijn teksten. Als dat niet zo is, zou het voor mezelf op m’n zolderkamertje zijn en zou ik er niemand mee lastig vallen. Ik probeer juist, ondanks de zwartgalligheid, te denken dat er altijd een lichtje of hoop of kaarsje zal zijn van “het komt wel goed”. Uiteindelijk ga je die strijd winnen.”

Dat is ook Vagabound, niet alleen zwarte humor of neerslachtigheid.
“Er zit altijd vertrouwen in. Geloof, hoop, liefde, ondanks alle ellende. Ik schrijf meer het geraamte en andere mensen doen daar mooie dingen bij. Ik vind dat een prettige manier om zo te werken. Het idee was in eerste instantie dat er steeds muzikanten bijkomen en weggaan. Dat is mijn droom van hoe zoiets zou moeten zijn. Zo is het leven ook, je wordt alleen geboren en je leeft alleen, maar je ontmoet mensen. Sommigen ontmoet je maar een moment en sommigen vijftig jaar. Het zijn allemaal ontmoetingen, je trekt een tijdje samen op. Die instelling wil ik qua band ook. De nieuwe plaat is ook weer in een andere samenstelling dan de vorige twee dus dat lukt. Nu ook met Birgit van Waardenburg en Sander Martinet erbij.”

Als ik Myllie Tunes goed begrijp, gaan jullie samen dingen doen?
“Als ik Myllie goed begrijp, gaan wij inderdaad dingen doen samen, haha! Dat kind heeft zo’n energie. Ik raak daar wel door geïnspireerd, het lijkt me sowieso leuk om een paar liedjes met haar in te studeren. Helaas gaat dat niet lukken voor de 31e. Ik hoop wel dat het er van gaat komen, dat we een paar liedjes kunnen instuderen samen, arrangeren, kop-staart. Het is nu wat los-vast met wat biertjes erbij.”

Jouw plaat gaat ‘More Lectures On Escapism’ heten? Met vooral ouder werk?
“Er zitten altijd wel een paar nieuwe nummers tussen die er op moeten. Dat is op deze plaat ook zo. We zouden hem in 2011 beginnen op te nemen. We hadden volgens mij al studiotijd geboekt, maar door allerlei zaken is het hele opnameproces een opeenstapeling van tegenslagen geweest. De opnames zijn wel bewaard gebleven, dat wordt toch de nieuwe plaat. Met bloed, zweet en tranen is hij eruit gewurgd. Ik heb de master en de eerste proefprintjes sinds vrijdag binnen.”

Wanneer ga je hem presenteren?

“Tsja. Ik heb nog nooit een cd-presentatie gehad met Vagabound. Commercieel zou het slim zijn, aan de andere kant: als hij er eenmaal is dan wil ik hem meteen kunnen verkopen. Ik heb al drie optredens staan in Breda. Dan is het niet heel handig om voor het einde van het jaar in Het Hijgend Hert, of weet ik waar, nog een avond te gaan boeken en te verwachten dat er veertig of vijftig man op komt draven. Het zou mooi geweest zijn als we de 31e gehaald hadden, dat is helaas net niet gelukt. Anders zou het leuk zijn om opeens, onverwachts meteen je cd-presentatie te hebben.”

Wat zou je daarna nog willen met Vagabound?
“Mijn idee voor Vagabound is, zo lang ik de begeisterung ervoor heb, wil ik het blijven doen. Het enige dogma dat ik mezelf heb opgelegd, is dat ik alleen maar akoestisch wil werken met deze band. Verder is alles mogelijk. Ik heb al allerlei instrumenten in mijn hoofd waarvan ik graag hele begaafde muzikanten zou tegenkomen die wel wat kunnen met mijn liedjes. Ik heb plannen voor volgende platen, maar eerst maar eens kijken of we deze een beetje kunnen slijten.”