Rosemary’s Sons zet Amerikaanse traditie voort Rosemary’s Sons zet Amerikaanse traditie voort

“Wij zien liedjes maken als een ambacht”

, Tekst: Pierre Oitmann

Rosemary’s Sons zet Amerikaanse traditie voort

“Wij zien liedjes maken als een ambacht”

Tekst: Pierre Oitmann ,

De Bredase band Rosermary’s Sons bracht in april alweer hun derde album uit, waarvan in juni de tweede single ‘Home Sweet Home’ verscheen. Binnenkort start een nieuwe tour, waarbij de band aftrapt in het Valkenbergpark op de Breda Barst zondag. Pierre Oitmann interviewde zanger Martijn Hagens over de nieuwe plaat en het terugkomen na vier jaar afwezigheid.

“Wij zien liedjes maken als een ambacht”

Na vier jaar afwezigheid bracht de Bredase band Rosemary’s Sons in april zijn derde album uit, getiteld ‘Home Sweet Home’. Op 15 juni verscheen de tweede single, albumopener ‘The Best Is Yet To Come’. Deze maand gaat Rosemary’s Sons weer de bühne op. “We willen in het najaar een theatertour doen”, onthult zanger Martijn Hagens. Maar eerst staat de band op Breda Barst, op zondag 20 september om 14.15 uur op het Avans podium.

In de tumultueuze situatie waarin de huidige platenindustrie zich bevindt, is het voor veel Nederlandse bands moeilijk om hun plaat aan de man te krijgen. Of zelfs maar om een platenmaatschappij zover te krijgen dat je getekend wordt. Rosemary’s Sons verkeert in wat dat betreft in een uitzonderlijke positie. Elk album werd uitgebracht bij een ander gerenommeerd label. Debuutalbum ‘All In Hand’ verscheen in 2002 op Warner Music. Dat album kreeg vooral aandacht vanwege de tweede single, het duet ‘Shine’ met labelmate Ilse DeLange. Echter, in 2004 maakte Warner schoon schip en in opdracht van het hoofdkantoor in de VS werden alle lokale acts uit de artiestenstal gegooid. In Nederland waren dat onder andere Krezip, Ilse DeLange en Rosemary’s Sons.

Waar Krezip en DeLange werden ondergebracht bij twee majors – respectievelijk Sony BMG en Universal – vond Rosemary’s Sons onderdak bij de Nederlandse tak van het indielabel V2 Records. Rosemary’s Sons bracht hier in 2005 de opvolger ‘St. Eleanor’s Park’ uit, dat lovende kritieken kreeg. Het publiek liet de plaat desondanks links liggen. ‘Home Sweet Home’ werd in eigen beheer opgenomen, al kreeg Rosemary’s Sons toch een aantal aanbiedingen. Momenteel heeft CNR de band onder contract staan. “We hebben echt geluk gehad dat we nog een platencontract kregen”, realiseert Hagens zich. “Hoeveel bands kunnen dat zeggen? We zijn uiteindelijk in zee gegaan met de mensen waar wij ons het prettigst bij voelden.”

Het vertrouwen van CNR in de band moet groot zijn, want vier jaar zonder teken van leven en – nog belangrijker – zonder hits is een behoorlijke tijd. Die afwezigheid blijkt een simpele verklaring te hebben. “Het is eigenlijk een combinatie”, licht Hagens toe. “Ten eerste werken we allemaal fulltime. Zo simpel is het. Onze gitarist (Maarten van Damme; voorheen gitarist bij Abel, red.) is de enige die zijn brood verdient als muzikant. Hij speelt in de band van Stevie Ann.” Ook kwam de commerciële tegenvaller van ‘St. Eleanor’s Park’ hard aan. “We hadden tijd nodig om te bezinnen. Wanneer een plaat het minder doet dan de vorige is dat voor een band een moeilijk moment. Maar het was geen mislukking, want wij vinden het nog steeds een sterk album.”

Uiteindelijk vonden de leden van Rosemary’s Sons tijd en energie om aan nieuwe liedjes te werken. Voor ‘Home Sweet Home’ werden volgens de zanger maar liefst 35 songs geschreven, waarvan er maar negen de uiteindelijke plaat haalden. “Sommige liedjes maakten we niet eens af”, geeft Hagens toe. “Niet goed genoeg, was dan de conclusie. Maar soms blijft er wel eens een couplet of een refrein over dat we later voor een ander nummer gebruiken.” Titelnummer ‘Home Sweet Home’ is de enige cover op het album. Hoewel het borduursel op de hoesafbeelding verwijst naar een bijna tweehonderd jaar oud Amerikaans volksliedje met dezelfde titel, covert Rosemary’s Sons hier Mötley Crüe. “Jeugdsentiment”, noemt Hagens het. “Iemand van ons speelde het nummer thuis op akoestische gitaar en toen klonk het ineens heel mooi.”

Rosemary’s Sons is overduidelijk beïnvloed door Amerikaanse muziek. En dan niet alleen de hairmetal van Mötley Crüe, maar vooral folk en rootsrock; tegenwoordig vaak samengevoegd onder de noemer americana. “Ik voel een enorme verbondenheid met Amerikaanse muziek”, zegt Hagens. “Al vanaf mijn zevende of achtste jaar luister ik naar Amerikaanse bands. Het is die sfeer, die manier van een verhaal vertellen. De goede traditie van een liedje schrijven. Ambachtelijk muziek maken. Zo werken wij ook aan onze liedjes, als een soort songsmiths.” De setting van het Amerikaanse platteland is volgens Hagens herkenbaar voor een Brabantse muzikant. “Het zit toch een beetje in je genen hoe je naar de wereld kijkt. Daarom staat achterop de Grote Kerk van Breda afgebeeld. Dat voelt voor ons als thuis.”

Producer Patrick van Hofwegen had veel invloed op dit derde album. Hagens: “Hij heeft ervoor gezorgd dat het een luchtige popplaat is geworden. Dit is waar we nu staan, we voelen ons lekker in ons vel.” Hij is tevens blij met de gastbijdragen van Stevie Ann en JW Roy. Samenwerken met JW Roy noemt hij zelfs “een lang gekoesterde wens”. Hoewel ‘Home Sweet Home’ al bijna vier maanden uit is, begint Rosemary’s Sons pas deze maand weer met optreden, onder andere op Breda Barst. De band werkt tevens aan een tour door kleine theaters in het najaar. “Voor mijn gevoel zijn we pas net begonnen met de plaat. Hij is nog vers. De meeste mensen moet ‘m nog horen en daar zijn we nu hard voor aan het werken.”

Nu op 3voor12