Studio 80 is vijf jaar Studio 80 is vijf jaar

Stille motor van de internationale dancescene viert feest

, Tekst: Robbie Van Zoggel | Beeld: Eline Soumeru

Studio 80 is vijf jaar

Stille motor van de internationale dancescene viert feest

Tekst: Robbie Van Zoggel | Beeld: Eline Soumeru ,

De slingers hangen, er is een brede programmering en 3VOOR12/Amsterdam is erbij. Met een onvervalste dansmarathon viert Studio 80 dit weekend zijn vijfjarig bestaan. Eerst hebben we het met de organisatie over de geschiedenis en ambities.

Stille motor van de internationale dancescene viert feest

“This last and final song is dedicated to all the dance pioneers like Eddy De Clercq, Fierce Ruling Diva and Quazar: people that made the Netherlands such a mecca for dance music in the last fourteen years”. Met deze vleiende woorden begint niemand minder dan housegoeroe Moby in 2003 zijn introductie van het finalenummer Feeling So Real op Pinkpop. Moby roemt de eerste stroming house die rond 1988 opkomt in Amsterdam. De pioniers nodigden hem in de vroege jaren negentig regelmatig uit voor gastoptredens in de Roxy.

Quazar, de artiestennaam Gert van Veen, knikt bevestigend. “Mijn eerste plaat Dish & Tell sloeg in als een bom en liet de wereld kennis maken met house uit Nederland. Op datzelfde moment stond er een hele generatie deejays op, die vol inspiratie en creativiteit muziek gingen maken”. Diezelfde Quazar staat sinds 2008 aan het roer van Studio 80, het privé-project van ID&T-baas Duncan Stutterheim.  

Een afspraak ‘s ochtends nakomen, na een historische voetbalavond als die van 6 juli 2010, kan wellicht nog lastig worden, maar van Veen en ik treffen elkaar, al rommelend aan onze fietsen, toevallig bij hetzelfde hek aan de Amstel. Alhoewel Studio 80 officieel aan nummer 80 ligt, lopen we via de twee zalen door naar de voorkant aan het Rembrandtplein. Pal naast de bezoekersingang nemen we plaats op een nuttige en aangename plek in de zon. “Omdat aan de linkerkant net een zaak van Sjoerd Kooistra is gesloten, houden wij kantoor op hun lege terras”, grapt de net aangeschoven Jaap Mutsaers, programmeur van Studio 80.

Door Quazar met Moby te verbinden beland ik met de heren meteen in de spannende anekdotes en jongensverhalen van begin jaren negentig. Anno 2010 lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Na vijf jaar is Studio 80 een vaste pijler in de dancescene: de plek waar een schat aan talent opbloeit, waar unieke en pure clubnachten een stabiele factor zijn en waar de loyaliteit van de bezoeker groot is. “Misschien moeten we Moby wéér eens in Amsterdam uitnodigen”, stelt Mutsaers. “Hij zou dan kunnen zeggen dat Nederland nu, net als in de jaren negentig, de aanjager is van een nieuwe grote stroming in de dancewereld”, voegt van Veen er aan toe. 

Al ruim voordat Studio 80 in de zomer van 2005 open gaat, is er volgens beiden sprake van een ommekeer. Aan het eind van de jaren negentig treedt verzadiging op in het aanbod; de verveling om het populaire genre trance neemt toe. Mensen hebben genoeg van de standaard van 140 beats per minuut, brede akkoordjes en de volle, té geproduceerde sound. In Duitsland ontstaat dan al een tegenbeweging: het mag best wat rustiger, kaler en schoner. Deze minimale insteek slaat aan en wordt, gelabeld als minimal, groter en groter. Door de pioniersmentaliteit voert Nederland de ontwikkeling van dit genre verder aan. Grote deejays uit Duitsland, zoals DJ T., gaan zich richten op Nederland en vice versa.

De weg ligt vanaf het millenium open voor het experiment en nieuwe stromingen. Zo ontstaat er een zeer breed en progressief veld van nieuwe deejays en producers. De impact is zo groot dat aan het muziekaanbod nieuwe genres worden verbonden, zoals techno, techhouse en electro. 

Het zijn de pioniers van weleer die rond die tijd vrij baan maken voor alle nieuwkomers. Zo sluit Quazar met een laatste album zijn actieve carrière als producer af. Ook Dylan Hermelijn, beter bekend als 2000 And One, zwaait af, om een paar jaar later pas weer op te gaan treden. Typisch genoeg verdwijnen met deze wisseling van de wacht ook een aantal illustere clubs uit het Amsterdamse straatbeeld. Club More, Mazzo en iT worden mondjesmaat vervangen voor nieuwe initiatieven. “Dankzij een slimme lobby met de gemeente is Club 11 in 2004 in dit gat gesprongen”, zegt van Veen. Onder leiding van Olaf Boswijk, oud-collega bij ID&T, heeft Amsterdam dan een tijdelijk podium voor een progressieve muziekcultuur zonder hokjes. Binnen de kortste keren is heel Amsterdam bekend met deze undergroundstek op de elfde verdieping.

Minder tijdelijk is Studio Amstel, de plek waar Club Lek, het radioprogramma van de VPRO met live muziek, tot 2002 uitzendt. Niet lang daarna liggen de plannen voor Studio 80 op tafel, maar uiteindelijk duurt het tot 8 juli 2005 tot Studio 80 haar deuren opent en het allereerste feest weggeeft.

Van Veen is van mening dat een pand met zo’n muzikale historie zich bij uitstek leent voor een ambitieuze onderneming als Studio 80. Wat je in de punktijd zag, gebeurt hier nu weer. Toen werd er heel dwingend een streep gezet onder alles wat al gedaan was. Dit andere geluid begon altijd in intieme, kleine tenten. Zo refereert hij naar de roemruchte New Yorkse club CBGB, waar The Ramones en Blondie lekker eigengereide sterren konden worden. Een soortgelijk proces ziet hij nu ontstaan, van dichtbij, in zijn eigen Studio 80.

“Tot vandaag de dag leveren wij op meerdere vlakken een bijdrage aan de Nederlandse en internationale muziekwereld. Binnen een stichtingvorm hebben we naast eigen avonden een radiozender op internet en organiseren we workshops en seminars”, aldus Mutsaers. In dat opzicht wijkt het huidige beleid niet of nauwelijks af van het begin.

Toch koestert het duo wel degelijk de huidige stabiele situatie. “Na een directiewisseling twee en half jaar geleden, hebben we hard gewerkt aan ons imago. Door talent uit eigen stal te combineren met een internationale blik is de line-up spannend en ambitieus. Sinds kort gaat Studio 80 ook letterlijk over de grenzen; het team komt net terug van het Sonar Festival in Barcelona, waar ze twee avonden hebben georganiseerd. “Omdat wij met een klein budget werken, is dat een knappe prestatie”.

Het jonge publiek begrijpt de filosofie van Studio 80. Daarmee buigt de club over een loyale groep frequente bezoekers, iets waar andere clubs in Amsterdam, wanneer de economie even wat minder draait, als eerste mee stoeien. Mede dankzij langlopende vaste avonden die telkens goed bezocht worden, houdt Studio 80 deze positie vast. Mutsaers benadrukt ook het belang dat er zowel op de dansvloer, achter de draaitafel als bij de organisatie een eenheid moet bestaan over de identiteit van de club. De muziek heeft daarin prioriteit en zal, als het aan de twee ligt, steeds belangrijker worden. Van Veen: “Een goed feest heeft niet veel meer nodig dan een deejay, draaitafel, perfect geluid, twee zwarte hokken en vrolijke mensen. De setting bij Studio 80 is dus perfect”.  

Zo komt het dat na vijf jaar vijf dagen feest wordt gevierd, met in de programmering alle succesnummers van de afgelopen jaren. Op woensdag de vaste avond Katapult van promotor Chris Julien, met namen van het eerste uur, BIN en The Heykids. Dankzij WKND begint ieder weekend op donderdagavond met talentvolle deejays van eigen bodem. Op vrijdag wordt een voorproefje gegeven op het Welcome To The Future Festival, een van de langst lopende concepten van Studio 80. Als afsluiter pakt Voidd op zaterdag uit met maar liefst tien deejays. Het volledige programma met line up is te vinden op de site van Studio 80. Daarnaast doet 3VOOR12/Amsterdam de komende dagen uitgebreid verslag tijdens het festival.

nu op 3voor12