“De muziekindustrie en ontwikkelingswerk gaan niet samen” “De muziekindustrie en ontwikkelingswerk gaan niet samen”

Up To You Too blijft investeren in Keniaanse rappers

“De muziekindustrie en ontwikkelingswerk gaan niet samen”

Up To You Too blijft investeren in Keniaanse rappers

Eerder berichtte 3VOOR12 over het werk van de Stichting Up To You Too in Kenia. In de sloppenwijken van hoofdstad Nairobi proberen Pieter-Jos van Kampen en Nynke Nauta de jeugd een beter leven te bieden door ze in contact met muziek te brengen en hun droom als hiphopper in vervulling te laten gaan. Binnenkort verschijnt in Nederland het eerste soloalbum dat uit het project voortkomt.

Up To You Too blijft investeren in Keniaanse rappers

Waar ook ter wereld je met jongeren praat, een ding staat centraal: muziek. Dat zegt Pieter-Jos van Kampen van Stichting Up To You Too. Samen met Nynke Nauta probeert hij de Keniaanse jeugd in Nairobi uitzicht op een betere toekomst te bieden. Sinds 2004 staat er een studio van Up To You Too in het Eastland getto, waar jongeren hun raps kunnen opnemen. Dat leidde eerder tot een cd met medewerking van het Nederlandse Rednose Distrikt. Daarop waren zo’n veertig Keniaanse talenten te horen. Maar gaan hiphop en ontwikkelingswerk eigenlijk wel goed samen?

De muziek die uit de studio komt, verschijnt op een eigen label van de stichting. Van Kampen: “Het is moeilijk voor Kenianen om tot de Europese muziekindustrie door te dringen. Het land is corrupt en er zijn geen goede afspraken met auteursrechtenorganisaties. Kenia staat op nummer 1 als het gaat om piraterij. Die jongens zijn heel erg paranoïde. Ze begrijpen niet dat ze geen geld verdienen als hun clipje een paar keer op MTV Afrika is vertoond. Hun verwachtingen zijn heel hoog en wij moeten ze van te voren heel goed uitleggen hoe de muziekindustrie in elkaar zit. De muziekindustrie en ontwikkelingswerk gaan niet samen.”

In Nederland worden de albums van Stichting Up To You Too uitgebracht via Wallboomers. Van Kampen: “De mensen van dat bedrijf vertellen mij dan dat Nederlandse artiesten ook altijd klagen dat ze er te weinig aan over houden.” Zowel Nauta als Van Kampen komen niet echt uit de muziekindustrie. Nauta heeft wel eens achtergrondkoortjes in een band gezongen, vertelt Van Kampen. “Het is dan ook voor ons een enorm leerproces. Langzaam komen we er achter wat wel en wat niet werkt. Het doel is om ieder jaar een album uit te brengen.”

De drijfveer van Nauta om in Kenia te werken is een andere dan van Van Kampen, die vanuit Amsterdam voor de stichting werkt. Van Kampen: “Nog geen 0,02 procent van alle culturele uitingen op de wereld komt uit Afrika. Dat is natuurlijk veel te laag. Ik wil dat er meer aandacht voor Afrikaanse cultuur in de media is en dat het zo de mainstream kan bereiken. Voor Nynke is het ontwikkelingswerk veel belangrijker.”

Na het verschijnen van het eerste album Kilio Cha Haki is er heel wat veranderd in de manier waarop de twee Nederlanders werken. Van Kampen: “Toen hadden we nog een democratische instelling. Vandaar dat we veertig rappers lieten meewerken. Inmiddels zijn we er achter dat sommige jongens meer tijd in het studiowerk willen investeren dan anderen. Er zijn erbij die alleen maar de bekende rapper willen uithangen en daarom naar de studio komen.”

En zo werd flink geïnvesteerd in de meest gretige jongen. “Hij mocht twee weken naar Nederland om in een studio te kijken. Daarna kwam hij terug, samen met de Nederlandse studio-eigenaren en werd hem het werk in de studio in Nairobi nog eens helemaal uitgelegd,” vertelt Van Kampen. “Die jongen was drie jaar lang sterk bij ons betrokken. Alleen is hij vervolgens weggelopen met geld uit de kas en wat apparatuur. We hebben een heel nieuwe doorstart moeten maken. Maar dat zijn de problemen die je in Kenia tegenkomt.“  

Hiphop wordt nogal eens met geweld geassocieerd. Niet echt een voorbeeld voor kansarme jongens uit de sloppenwijken van Nairobi. Van Kampen: “Ze willen niets met die Amerikaanse rappers te maken hebben. Dat vinden ze helemaal niks. Ze weten dat hun werkelijkheid vele malen heftiger is.” De jongens begrijpen wel heel goed dat de hiphopcultuur zijn wortels in Afrika heeft. “Rap is een Afro-orale cultuur. De jongens in Kenia hebben veel meer met het vertellen van verhalen. Je moet het dan ook zien als protestsongs. Vier jaar geleden werden in Senegal zelfs de verkiezingen beïnvloed door een hiphopnummer.”

En daar ligt volgens Van Kampen dan ook de kracht van Up To You Too: “Het is mooi om ze hun eigen verhaal te laten vertellen.” Ook al zullen ze er niet veel geld aan verdienen. “De meeste jongens hebben niets te doen. Er is helemaal geen werk. Maar ze worden heel trots als ze een cd’tje in hun hand houden waar ze aan meegewerkt hebben. Ze hebben liever die cd, zonder dat ze te eten hebben dan ondersom.”

Binnenkort verschijnt het eerste echte soloalbum als onderdeel van het project. Op 9 september presenteert rapper Goreala de cd in het Amsterdamse Bitterzoet.

Nu op 3voor12