Armada rekende artiest correct af, maar contract mag wel worden opgezegd
Beslissing ligt in lijn met soortgelijke zaak tegen Universal
Dancegigant Armada Music heeft een elektronische muziekproducer jarenlang correct uitbetaald voor de digitale exploitatie van zijn muziek. Dat oordeelde de rechtbank Amsterdam woensdag in een civiele zaak over royalty’s uit streaming en downloads. Wel krijgt de artiest gelijk op een ander punt: hij mag zijn contracten met het label beëindigen en krijgt zijn rechten terug.
De zaak draait om exploitatieovereenkomsten die de producer begin jaren 2000 sloot met het label United Recordings, later overgenomen door Cloud 9 Recordings en uiteindelijk door Armada. In die contracten was de vergoeding gebaseerd op de verkoop van fysieke geluidsdragers zoals cd’s en vinyl. Toen streaming en downloads later de belangrijkste inkomstenbron werden, ontstond onenigheid over de manier waarop die digitale inkomsten moesten worden afgerekend.
De artiest stelde dat streamingplatforms zoals Spotify en Apple Music juridisch gezien neerkwamen op een licentie aan derden. Volgens hem had hij daarom recht op 50 procent van de netto-inkomsten, een percentage dat in de contracten was afgesproken voor licenties aan andere partijen. Armada rekende echter lagere percentages af: aanvankelijk rond de 14 procent en later 22 procent van de netto-opbrengsten.
De rechtbank gaat niet mee in de redenering van de artiest. Volgens de rechter is digitale distributie via streamingdiensten niet hetzelfde als het uit handen geven van exploitatie aan een andere partij, zoals bij een licentie aan een buitenlands label. Het label blijft volgens de rechtbank verantwoordelijk voor zaken als marketing, distributie en exploitatie van de opnames. Daarom hoefde Armada geen royaltypercentage van 50 procent te betalen.
Ook het argument dat de contractbepalingen inmiddels onredelijk zijn geworden door de opkomst van streaming houdt geen stand. Volgens de rechtbank is een vergoeding van 22 procent van de netto-inkomsten niet onbillijk of onaanvaardbaar volgens het auteurscontractenrecht.
Op één belangrijk punt krijgt de artiest wel gelijk. De rechter oordeelt dat de exploitatieovereenkomsten, sommige meer dan twintig jaar oud, opzegbaar zijn als duurovereenkomst. Omdat de oorspronkelijke investeringen van het label relatief beperkt waren en de contracten al lang lopen, mocht de artiest ze beëindigen met een redelijke opzegtermijn. Dat betekent dat de overeenkomsten per 1 juli 2026 eindigen. Armada moet dan meewerken aan de overdracht van de exploitatierechten terug naar de artiest. De naam van de producer wordt in het vonnis niet genoemd. De rechtbank heeft de uitspraak namelijk geanonimiseerd, waardoor ook zijn artiestennaam is weggelakt.
De zaak past in een bredere reeks procedures over streaminginkomsten. Zo kreeg Universal Music eind 2025 eveneens gelijk in een zaak waarin Nederlandse artiesten een 50/50-verdeling van streamingopbrengsten eisten. Ook daar oordeelde de rechter dat niet was aangetoond dat het label te weinig had betaald en zag de rechtbank geen reden om de oude contracten open te breken.