Antihelden van Kashmir spelen soepel en precies

(B)aardige Denen geven kristalhelder optreden in EKKO

Mike B, ,

Na een verwaarloosbaar voorprogramma voelt underdog Kashmir zich steeds meer thuis op een volgepakt podium voor een uitverkocht en terecht enthousiast EKKO.

(B)aardige Denen geven kristalhelder optreden in EKKO

Het Deense Kashmir is geen onbekende in het Utrechste clubcircuit. Met hun derde plaat ‘The Good Life’ kwam de band een paar jaar geleden voor het eerst naar de Domstad, voor optredens in EKKO en de eerste aflevering van het Zinin-festival. Opvolger ‘Zitilites’ bracht ze naar De Helling, en hun meest recente brouwsel ‘No Balance Palace’ brengt ze weer terug in een inmiddels zwaar uitverkocht EKKO. Nu is een zaal uitverkopen natuurlijk prachtig voor een band, maar eigenlijk is het raar dat Kashmir nog niet doorgebroken is naar het grotere publiek. Want deze (b)aardige Denen zouden zeker niet misstaan op Pinkpop (waar ze in ’99 last-minute invielen). Hun ingenieuze songs doen namelijk soms in de verte denken aan Radiohead, maar dan zonder zeurderige sferen. Grandaddy met meer pit is een betere vergelijking, maar toch: Hun laatste plaat is geproduceerd door levende legende Tony Visconti, en kent gastoptredens van niemand minder dan David Bowie en Lou Reed. Gezien de bijbehorende kwaliteit van de liedjes vraag je jezelf af waarom ze niet op zijn minst in een uitverkocht Tivoli staan. Behalve dat de band niet zoals de Arctic-Killer-Ferdinand-Editors modieus teruggrijpen op de jaren tachtig, zal het er ook ongetwijfeld mee te maken hebben dat ze ook niet bepaald een hippe uitstraling hebben. Geen kekke pakjes en vlotte coupes (drie baarden, een kalende drummer), geen knappe smoeltjes, geen hippe pasjes of soepele moves. Kashmir ziet er een beetje uit alsof de verwarde wiskunde sectie van je middelbare school op het podium staat. En daar komen natuurlijk geen hordes gillende meisjes op af. Maar ze maken wel bloedmooie muziek. Nadat voorprogramma 2nd Place Driver hun set middelmatige nummers met onzuivere zang en goed voor de slaapkamerspiegel geoefende houdingen heeft afgerond, is het tijd voor het grote arsenaal roadies. Die zijn namelijk ellenlang bezig om de als een muziekwinkel ogende voorraad effectpedalen, gitaren, versterkers en toetsen van Kashmir gebruiksklaar te zetten. Als het dan eindelijk zover is blijkt wel meteen dat het wachten niet voor niets is: het geluid is vanaf het eerste nummer spatzuiver. De heren bouwen hun set minutieus op, met weinig spierballenvertoon, maar met veel dynamiek, goed geplaatst effectgebruik en mooie koortjes. Er komen relatief weinig oude liedjes voorbij. Nu hun eerste drie platen in Nederland ook niet meer te krijgen zijn, toch zou je verwachten dat ze bijvoorbeeld nog wel iets van hun hier goed ontvangen derde plaat zouden spelen. Maar de set bestaat vrijwel uitsluitend uit hun nieuwe plaat, een onbekende cover van David Bowie en wat nummers van de nog wel verkrijgbare voorganger. Zijn de heren hun de oude publieksfavorieten beu? Kashmir is ook niet een band die erg bezig is het publiek te vermaken. Het lijkt ook even te duren voordat de Denen zich vanuit hun eigen wereldje open kunnen stellen voor het welwillende en enthousiaste publiek. Alsof ze eerst veilig op het podium moeten landen in hun eigen sfeer voordat ze naar buiten kunnen kijken. De aankondigingen van zanger/gitarist/songwriter Kasper Eistrup komen in eerste instantie ook over alsof hij in plaats van in een repetitieruimte pardoes op een podium staat en dan onwennig toch maar iets tegen die glimlachende klappende meute moet zeggen. Maar na verloop van tijd blijkt het een soort cynische maar sympathieke antiheld houding te zijn die spot met bekende rockstar clichés. Als er behalve wat losse praatjes over het komende nummer ook dingen uitkomen als “Are you having a party? Getting drunk? Doing drugs? No? No drugs?”, moet je onwillekeurig grinniken. Langzaam komt de band meer los, en wordt er ook steeds intenser gespeeld. Er volgen wat meer geintjes, zo propt Kasper ineens een stukje Pink Floyd voor een intro. Een enkele keer wordt het publiek met een “dit-vindt-publiek-bij-rockconcerten-altijd-leuk-toch?” houding uitgenodigd om mee te klappen, en tijdens de toegift leeft hij zich zelfs uit in een uitbundig kolderiek dansje. Als het enthousiaste publiek na afloop richting de merchandise schuifelt, vraag ik me af of ik wel wil dat ze groot worden. Kashmir behoort tot de soort bands die je graag koestert en liever van dichtbij ziet. Al zal dat de volgende keer waarschijnlijk niet meer in EKKO zijn. Kashmir & Second Place Driver Gezien: EKKO, woensdag 15 februari 2006