Met liedjes als ‘Kindje Slaan’ en ‘Henny Roast’ had de Nijmeegse rave punkband KABOUTERTJE PUTLUCHT de lachers op hun hand. Maar met het album Hoe Diep Is Een Put? gaan de maskers af. ‘Het ging te makkelijk. Ik dacht er niet meer bij na om te drinken en te snuiven en te doen. Dat was het moment dat ik dacht: nu ga ik het anders doen.’

‘Putlucht’. Dat woord was er eerst. Maar ja, dan denkt iedereen dat je slecht bent. Dan maar ‘Kaboutertje’ ervoor, dan denken ze dat je grappig bent. KABOUTERTJE PUTLUCHT, een cultfenomeen uit Nijmegen, een virus dat rondwaart sinds de corona-lockdowns. En de grootste grap is: op hun album Hoe Diep Is Een Put? zijn ze eigenlijk geen van beiden, slecht noch grappig. Er mag nog best af en toe gelachen worden, maar de lolligheid van het begin is er wel af. 

Dat begin. KABOUTERTJE PUTLUCHT vond volgens de vier bandleden zijn oorsprong op een groot nineties-feest waar Gigi D'Agostino draaide. Een biografisch feit dat we vooral niet dood moeten checken, want wie houdt er niet van Gigi D'Agostino, breker van vele tienerharten door met ‘L’Amour Toujours’ een rechte lijn te trekken van de italodisco naar de eurodance. ‘Hij heeft ook echt een eigen genre uitgevonden’, zegt Barry, de reusachtige frontman van KABOUTERTJE PUTLUCHT. Zijn achternaam houdt-ie voor zichzelf. ‘Lento Violento, een soort trage house. Maar goed, we besloten een band te worden, alleen daarna werd het al snel corona. Tijdens de lockdowns kwam natuurlijk de behoefte aan knaldrangmuziek, dus dat zijn we gaan maken.’

De twee vroege klassiekers van KABOUTERTJE PUTLUCHT heten ‘Henny Roast’ en ‘Kindje Slaan’. De eerste, een electropunk-stuitertune waarop Barry tv-icoon Henny Huisman een vroege carrière-dood toewenst, kon rekenen op een endorsement van het onderwerp zelf. De tweede deed hier en daar wat stof opwaaien en bracht een pedojager ertoe zijn leger volgers op de band af te sturen (‘de doodsbedreigingen waren niet erg creatief’). Mensen met humor kunnen er wel om grinniken. Barry: ‘We zaten op een schrijfweekend in Center Parcs’ - ‘want,’ breekt Bram in: ‘daar is het grootste zwembad’ - ‘wat in principe de hel op aarde is. Alles is ingericht op kinderen, terwijl je in dat huisje niet eens lawaai mocht maken. Die frustratie, die woede, die heimelijke gedachte dat je een kind zou kunnen slaan, die móést ergens heen. Door er een nummer van te maken kon ik dat kanaliseren, zodat het niet hoeft te gebeuren.’ ‘Het is ook een knipoog naar een Belgische meme’, lacht Hessel Josemans, de elektronica-man van het gezelschap.

 

Nul punt nul

Dat je daardoor dacht dat KABOUTERTJE PUTLUCHT een lollige band is, da’s niet zo gek. Maar afgelopen Eurosonic zagen we in het pand met de grootste putlucht van Nederland - het hoofdkwartier van studentenvereniging Vindicat - een hele andere kant van de band. KABOUTERTJE PUTLUCHT speelde daar volop werk van het nieuwe album, en je zag het masker bijna letterlijk af gaan bij Barry. KABOUTERTJE PUTLUCHT begon zoals je ze kende: knallen, beuken, gestrekt-been-rave-punk met flitsende lichten. Maar halverwege stond Barry daar ineens anders. Groot lijf, harde blik, alsof hij een stap terug zette uit de energie die hij zelf had aangezwengeld. De zaal bleef rennen; hij bleef staan. En als je bleef kijken, zag je het werk van die nieuwe plaat: niet nóg een grap er bovenop, maar juist het moment waarop iemand besluit niet meer te doen alsof.

Dat begon min of meer bij Barry’s besluit om te stoppen met drinken, anderhalf jaar geleden. Hij zingt erover in ‘Drankprobleem’. Dat is wel degelijk een grappig liedje trouwens, want hij zingt: ‘Ik heb een drankprobleem, want ik drink ik drink alcoholvrij bier, en ik lust het niet eens.’ ‘Haha, ik houd in het midden of die vieze nul punt nuls mijn probleem zijn of het feit dat ze nodig zijn’, bevestigt hij. Serieus werd het besluit in de zomer van 2024, tijdens de Nijmeegse Vierdaagsefeesten. Niet na een diep dal, maar juist na een piek. ‘We hadden een hele heftige week met topoptredens,’ vertelt Barry. ‘Ik voelde me echt helemaal mannetje, de baas van de stad. En toen dacht ik: dan gaat er iets verkeerd. Het ging te makkelijk. Ik dacht er niet meer bij na om te drinken en te snuiven en te doen. Ik dacht: nu ga ik het anders doen.’

Hij zingt ook over hoe het drinken begon, en wat een revelatie het was. ‘Op de bruiloft van mijn oma, in een café in de Achterhoek. Zij trouwde op latere leeftijd met wie ik altijd als mijn opa heb gezien. Dan mag je daar een sneeuwwitje drinken.’ Hij lacht. ‘Volgens mij is dat zeventig procent 7-Up en dan aftoppen met een beetje bierschuim. Het was heel lekker. En ook meteen heel bijzonder. Ik wist op dat moment natuurlijk nog niet: oei, hier zit iets in waar ik later misschien te goed in ga worden, ik word een alcoholist. Die realisatie kwam pas veel later. Eigenlijk met het besluit om te stoppen.’

KABOUTERTJE PUTLUCHT is natuurlijk niet alleen Barry. Naast hem op de bank zitten Hessel Josemans (synths en drumcomputers) en Bram Bisperink (gitaar), de twee die ook naast hem op het podium staan. Helemaal links zit ook nog Loek van Beers, het vierde bandlid dat niet meespeelt op het podium. ‘Ik ben ook nog muzikant als solo-act, Luca dell'Orso’, vertelt Loek. ‘Ik vond dat het eigenlijk niet kon. Als ik zelf ook optredens heb, moet ik óf voor de band gaan, óf voor mezelf. En dan ga ik de band gijzelen: nee zeggen tegen shows omdat ik ergens anders moet zijn. Dat wilde ik niet. Als je een volwaardige band wil zijn, moet je je commitment ook echt kunnen geven.’ Dus nam hij een andere rol aan. ‘Een beetje de Bas Bron-rol,’ noemt hij het. Volwaardig lid, architect van de muziek, maar zonder stage presence. ‘We vragen hem nog ieder jaar of ie niet toch mee wil doen’, zegt Bram.

Dikke knuffel

Die verschuiving richting persoonlijker en eerlijker werk was geen solo-actie van Barry, benadrukt Bram. ‘Zodra je een album gaat maken, ga je veel meer in een verhaal denken,’ zegt hij. ‘Dan kom je bij ons al vrij snel uit op iets autobiografisch. Degene die de teksten schrijft legt zijn verhaal erin, en wij leggen daar ons verhaal in de muziek onder.’ Volgens Loek sloot dat naadloos aan bij waar de band toch al heen bewoog. ‘Het is een heel natuurlijke ontwikkeling. Naarmate je langer met elkaar speelt, weet je ook beter van elkaar waar je muzikale interesses liggen.’ Zo kreeg het geluid van KABOUTERTJE PUTLUCHT meer ruimte voor EBM-achtige spanning en wave-invloeden, liefdes die er al waren maar nog niet expliciet gedeeld. Loek hoort het verschil vooral als geheel. ‘Met zo’n hele plaat wordt het geluid van Putlucht duidelijker,’ zegt hij. Barry: ‘Leg je ’m naast die eerste twee EP’s, dan hoor je: dit is echt het geluid van deze band. Die emotionele laag zat er altijd al in, maar die was niet altijd duidelijk. Het is misschien juist een revelatie dat alles wat in die eerdere liedjes gezegd werd geen gelul was.’

Het interessante van die show in Groningen was: het masker is niet de hele tijd af. Er is het eerlijke verhaal over de worsteling met mentale gezondheid, met verslaving, met een moeilijke jeugd, maar er is ook de clown KABOUTERTJE PUTLUCHT. Soms voelt het wat hij daar doet als pure performance, zegt Barry, en soms juist als iets wat ongemakkelijk echt is. En dat kan zelfs binnen één nummer verschillen. ‘De ene keer kan een nummer je keihard raken,’ legt hij uit, ‘en een andere keer kom je er niet doorheen omdat je ex ineens in de zaal staat.’ Hij knikt: ja, dat is echt gebeurd. Zo persoonlijk is het inmiddels geworden. Het zijn geen abstracte teksten meer die hij kan afvuren en achter zich kan laten; ze grijpen terug in op het moment zelf, op wie er voor hem staat, en op wat er op dat podium ineens niet meer te verhullen valt.

‘Mijn vader is weggegaan toen ik een half jaar oud was’, legt Barry uit. Er is nog wel geprobeerd om later iets van een band op te bouwen, vertelt hij, maar dat is nooit echt gelukt. ‘Ik heb ook nog twee broertjes, allemaal met een andere vader. Ik heb altijd gekke vaderfiguren in mijn leven gehad, maar nooit echt die vaderfiguur die je als kind nodig hebt.’ Die leegte werkt door, zegt hij, ook nu nog. ‘Dat vindt op een gegeven moment z’n weg in jezelf uitvergroten.’ Op het podium krijgt dat een dubbel gezicht. Hij staat daar als iemand waar je niet mee moet fokken. Groot, onaantastbaar. Maar tegelijkertijd ben je daar ook heel kwetsbaar. Met zijn therapeut heeft hij het er vaak over gehad. ‘Je bent een uitvergroting van jezelf, maar je kunt je daar ook in verstoppen. Als het kut gaat, kan je op het podium doen alsof het juist heel goed met je gaat.’ De nieuwe nummers weigeren die ontsnappingsroute. Ze dwingen hem om te blijven staan in wat er is, ook als dat schuurt. ‘Dan sta je daar, zonder verdoving, en moet je het echt aangaan. Dat is eng. Maar het is ook het enige dat werkt.’

Die thematiek raakt volgens de band ook aan iets groters dan alleen Barry’s persoonlijke geschiedenis. Hessel wijst op een nummer als ‘Geen Empathie’, dat juist vanuit hem werd aangedragen, maar direct samenviel met Barry’s verhaal. ‘Ergens zegt Barry letterlijk: ik sta hier met een groot mannenlichaam, maar eigenlijk ben ik een klein jongetje dat nooit een vaderfiguur heeft gehad,’ zegt hij. ‘En dat is denk ik voor heel veel mannen herkenbaar. Het niet kunnen uiten van je gevoelens, of daar niet over kunnen praten, en jezelf dan maar als het mannetje voordoen.’ Dat spanningsveld ziet de band ook terug op het podium. ‘De kracht van Barry is dat hij laat zien dát dat masker er is,’ zegt Hessel. ‘Niet alleen dat hij het afzet, maar dat hij toont hoe het werkt.’ De woede, de bravoure, het grote lijf vooraan het podium: het zijn geen poses meer om je achter te verschuilen, maar onderdelen van een verhaal dat ook gaat over kwetsbaarheid.

Na shows gebeurt het steeds vaker dat mensen niet om een selfie vragen, maar om iets anders. Of het wel goed met hem gaat. ‘Dat is zo vreemd,’ zegt Barry. ‘Dan sta je net nog op dat podium alles eruit te gooien, en dan komt iemand naar je toe: mag ik je een knuffel geven? Maar ik snap het ook. Het afgelopen jaar ging het op momenten niet goed met me, en op het podium ben ik dat dan aan het vertolken. Dat voelen mensen blijkbaar.’ En misschien is dat wel waar Hoe Diep Is Een Put? uiteindelijk over gaat. Niet over vallen, maar over opstaan. ‘Het mooie aan een put,’ zegt Barry, ‘is dat als je omhoog kijkt, je altijd licht kunt zien.’