Die verschuiving richting persoonlijker en eerlijker werk was geen solo-actie van Barry, benadrukt Bram. ‘Zodra je een album gaat maken, ga je veel meer in een verhaal denken,’ zegt hij. ‘Dan kom je bij ons al vrij snel uit op iets autobiografisch. Degene die de teksten schrijft legt zijn verhaal erin, en wij leggen daar ons verhaal in de muziek onder.’ Volgens Loek sloot dat naadloos aan bij waar de band toch al heen bewoog. ‘Het is een heel natuurlijke ontwikkeling. Naarmate je langer met elkaar speelt, weet je ook beter van elkaar waar je muzikale interesses liggen.’ Zo kreeg het geluid van KABOUTERTJE PUTLUCHT meer ruimte voor EBM-achtige spanning en wave-invloeden, liefdes die er al waren maar nog niet expliciet gedeeld. Loek hoort het verschil vooral als geheel. ‘Met zo’n hele plaat wordt het geluid van Putlucht duidelijker,’ zegt hij. Barry: ‘Leg je ’m naast die eerste twee EP’s, dan hoor je: dit is echt het geluid van deze band. Die emotionele laag zat er altijd al in, maar die was niet altijd duidelijk. Het is misschien juist een revelatie dat alles wat in die eerdere liedjes gezegd werd geen gelul was.’
Het interessante van die show in Groningen was: het masker is niet de hele tijd af. Er is het eerlijke verhaal over de worsteling met mentale gezondheid, met verslaving, met een moeilijke jeugd, maar er is ook de clown KABOUTERTJE PUTLUCHT. Soms voelt het wat hij daar doet als pure performance, zegt Barry, en soms juist als iets wat ongemakkelijk echt is. En dat kan zelfs binnen één nummer verschillen. ‘De ene keer kan een nummer je keihard raken,’ legt hij uit, ‘en een andere keer kom je er niet doorheen omdat je ex ineens in de zaal staat.’ Hij knikt: ja, dat is echt gebeurd. Zo persoonlijk is het inmiddels geworden. Het zijn geen abstracte teksten meer die hij kan afvuren en achter zich kan laten; ze grijpen terug in op het moment zelf, op wie er voor hem staat, en op wat er op dat podium ineens niet meer te verhullen valt.
‘Mijn vader is weggegaan toen ik een half jaar oud was’, legt Barry uit. Er is nog wel geprobeerd om later iets van een band op te bouwen, vertelt hij, maar dat is nooit echt gelukt. ‘Ik heb ook nog twee broertjes, allemaal met een andere vader. Ik heb altijd gekke vaderfiguren in mijn leven gehad, maar nooit echt die vaderfiguur die je als kind nodig hebt.’ Die leegte werkt door, zegt hij, ook nu nog. ‘Dat vindt op een gegeven moment z’n weg in jezelf uitvergroten.’ Op het podium krijgt dat een dubbel gezicht. Hij staat daar als iemand waar je niet mee moet fokken. Groot, onaantastbaar. Maar tegelijkertijd ben je daar ook heel kwetsbaar. Met zijn therapeut heeft hij het er vaak over gehad. ‘Je bent een uitvergroting van jezelf, maar je kunt je daar ook in verstoppen. Als het kut gaat, kan je op het podium doen alsof het juist heel goed met je gaat.’ De nieuwe nummers weigeren die ontsnappingsroute. Ze dwingen hem om te blijven staan in wat er is, ook als dat schuurt. ‘Dan sta je daar, zonder verdoving, en moet je het echt aangaan. Dat is eng. Maar het is ook het enige dat werkt.’
Die thematiek raakt volgens de band ook aan iets groters dan alleen Barry’s persoonlijke geschiedenis. Hessel wijst op een nummer als ‘Geen Empathie’, dat juist vanuit hem werd aangedragen, maar direct samenviel met Barry’s verhaal. ‘Ergens zegt Barry letterlijk: ik sta hier met een groot mannenlichaam, maar eigenlijk ben ik een klein jongetje dat nooit een vaderfiguur heeft gehad,’ zegt hij. ‘En dat is denk ik voor heel veel mannen herkenbaar. Het niet kunnen uiten van je gevoelens, of daar niet over kunnen praten, en jezelf dan maar als het mannetje voordoen.’ Dat spanningsveld ziet de band ook terug op het podium. ‘De kracht van Barry is dat hij laat zien dát dat masker er is,’ zegt Hessel. ‘Niet alleen dat hij het afzet, maar dat hij toont hoe het werkt.’ De woede, de bravoure, het grote lijf vooraan het podium: het zijn geen poses meer om je achter te verschuilen, maar onderdelen van een verhaal dat ook gaat over kwetsbaarheid.
Na shows gebeurt het steeds vaker dat mensen niet om een selfie vragen, maar om iets anders. Of het wel goed met hem gaat. ‘Dat is zo vreemd,’ zegt Barry. ‘Dan sta je net nog op dat podium alles eruit te gooien, en dan komt iemand naar je toe: mag ik je een knuffel geven? Maar ik snap het ook. Het afgelopen jaar ging het op momenten niet goed met me, en op het podium ben ik dat dan aan het vertolken. Dat voelen mensen blijkbaar.’ En misschien is dat wel waar Hoe Diep Is Een Put? uiteindelijk over gaat. Niet over vallen, maar over opstaan. ‘Het mooie aan een put,’ zegt Barry, ‘is dat als je omhoog kijkt, je altijd licht kunt zien.’