David Byrne is altijd een nieuwsgierige man geweest, die zijn inspiratie putte uit de vele culturen van zijn stad New York en van de wijde wereld. Dat is niet anders nu hij 73 is. Hij en zijn band zijn zojuist als een knaloranje fanfare uit de coulissen gestapt: dynamisch en voortdurend in beweging. Hij heeft de avond klein geopend met Talking Heads liedje ‘Heaven’, een ode aan de verrassing en de chaos. En inmiddels flitsen op de grote schermen beelden van vreemde vogels uit het New Yorkse straatbeeld langs, op eenwielers, met zestien honden, in een ronddraaiend rad in het park.
Je zal deze frivole bende met die felgekleurde pakken maar tegenkomen op straat, wat zou je denken? Byrne, de sullige en toch coole bandleider met zijn grijze kuif, omringd door wonderlijke snuiters die dansen en tegelijk adembenemend strak spelen. Een band die bovenal een diversiteit en levensvreugde uitstraalt die MAGA het bloed onder de nagels vandaan haalt.
Byrne weet heel goed op welke liedjes het publiek zit te wachten. Zo grapt hij tot drie keer toe ‘so I asked myself…’, en voor de oplettende culturele veelvraten heeft hij een anekdote over een man die hem herkent op straat. ‘Ik ken jou, ik weet wie jij bent… jij bent… Norman Bates.’ Precies, de killer uit Hitchcock's Psycho. Hij zal die liedjes allebei spelen ('Psycho Killer' deze tour weer voor het eerst in twee decennia!), maar hij neemt ook ruimte voor zijn nieuwe album Who Is The Sky. Niet zijn beste album (die Ierse line-dance is ondragelijk!) maar wel het bewijs dat je als zeventiger nog best wat kunt zeggen over de wereld.
‘Love and kindness are the most punk thing you can do right now.’ David Byrne moest die woorden ook even tot zich laten doordringen, zegt hij eerlijk. Het zijn niet zijn eigen woorden, maar die van acteur/regisseur John Cameron Mitchell, maar hij claimt ze graag, want uiteindelijk voelt hij ze als de grote waarheid in deze harde, egocentrische, eenzame, machtwellustige tijd. Zijn nieuwe tour is dan ook een vrolijke, kleurrijke parade van liedjes die iets zeggen over deze grauwe tijd.
Weggeknuppeld
Byrne zoekt het grote in het kleine. Zo is er de ode aan zijn huis, ‘My Apartment Is My Friend’, ontstaan in de covid-tijd en bezongen vanuit dankbaar privilege. We zien zijn appartement op het scherm. Groot is het niet, maar voor New York heel wat. Hij laat zich inspireren door teksten op T-shirts, van ‘I'm With Stupid ->’ en ‘With A Body Like This Who Needs Hair’ tot ‘Make America GAY again’ (luid applaus!). En in ‘Moisturizing Thing’ bezingt hij de gezichtscrème die hij van zijn vriendin kreeg en die hem de volgende ochtend deed voelen alsof hij de eeuwige jeugd cadeau gekregen had. ‘And when we go out, they ask for ID.’
Het is af en toe ontroerend, hoe doodnormaal Byrne oogt, zeker omdat hij tegelijk wel degelijk nog het genie is dat in de jaren zeventig en tachtig punk, p-funk, disco en Afrikaanse ritmes samen smeedde tot iets volstrekt unieks, en die met de concertfilm ‘Stop Making Sense’ het idee over een pop performance op zijn kop zette door een concert als een theaterstuk met op en af rijdende decorstukken te zien. Op die visie bouwt dit concert voort, en ook veertig jaar later is Byrne nog volstrekt uniek.
Bij een aantal Talking Heads klassiekers springt de zaal euforisch op uit de stoelen (de hele AFAS is seated). Dat gebeurt voor het eerst bij ‘This Must Be The Place’, het nummer dat misschien wel het meest sneaky de oversteek maakte naar de nieuwe generatie, niet in de laatste plaats omdat het hier in Amsterdam de boeken in ging als de laatste plaat die ooit gedraaid werd in club Trouw. Knap hoe de band de klassiekers met speelse intro's en outro's inkleurt en toch dicht genoeg bij de originele sound blijft. Wat is ‘This Must Be The Place’ zonder dat wonky synth melodietje? Even later is het ‘Slippery People’ dat de mensen doet opveren, en aan het einde sandwichen ze ‘Life During Wartime’ tussen ‘Psycho Killer’ en ‘Once In A Lifetime’. ‘Ĺife During Wartime’, een post-disco liedje uit de jaren zeventig, maar op het grote scherm ingekleurd met keiharde hedendaagse politie repressie in de straten van de VS. ‘No man is illegal on stolen land’, heeft een vrouw op een vlag staan. Het is net te lezen voor ze weggeknuppeld wordt.
De avond sluit met een veelzeggend tweeluik, dat precies samenvat waar Amerika anno 2026 staat en welke positie de Talking Heads voorman inneemt. Net voor het vrolijk militante ‘Burning Down The House’ verzamelt Byrne die grote groep muzikanten van allerlei pluimage om zich heen en vormen ze een cirkel op het podium voor ‘Everybody's Coming To My House’, in deze vorm geïnspireerd door een baptistisch kerkkoor. Het klinkt warm, verwelkomend, gastvrij. De ultieme nachtmerrie voor MAGA. Immers: ‘love and kindness are the most punk thing you can do right now.’
Setlist
1. Heaven
2. Everybody Laughs
3. And She Was
4. Strange Overtones
5. Houses in Motion
6. T Shirt
7. (Nothing but) Flowers
8. This Must Be the Place (Naive Melody)
9. What Is the Reason for It?
10. Like Humans Do
11. Don't Be Like That
12. Independence Day
13. Slippery People
14. Moisturizing Thing
15. My Apartment Is My Friend
16. Hard Times (Paramore cover)
17. Psycho Killer
18. Life During Wartime
19. Once in a Lifetime
Toegift:
20. Everybody's Coming to My House
21. Burning Down the House