IK HEB SUIKER NODIG MAN! IK HEB SUIKER NODIG MAN!

Herinneringen aan Martien Vermeer

, Janneke Baken,

IK HEB SUIKER NODIG MAN!

Herinneringen aan Martien Vermeer

Janneke Baken, ,

Drummer Martien Vermeer overleed afgelopen zondag. Behalve dat hij de drummer was van Beyond Lickin' heeft hij ook gespeeld in de legendarische Rotterdamse beat-band The Perverts. Dave Andriese, ook ooit lid van The Perverts, blikt terug en schrijft zijn verhaal.

Herinneringen aan Martien Vermeer

IK HEB SUIKER NODIG MAN! Herinneringen aan Martien Vermeer, drummer van The Perverts door Dave don Porro Andriese De eerste ontmoeting die ik met Martien Vermeer had vond plaats op een winterse avond in 1991, in de Dazzle op de Grondherendijk, in de punt van Charlois - op Zuid, een café voor lieden aan de zelfkant van de maatschappij en voor gasten die voorgoed de weg kwijt waren. Een half jaar daarvoor was de eerste bezetting van The Perverts gestrand; Donald (mijn zeer goede vriend en de andere gitarist in de band) en ik konden ons zowel op het muzikale als persoonlijke vlak onmogelijk verenigen met de jongens van de originele ritmesectie. Na weer een knip- en plakoproep voor het vormen van een sixties garage-beat band te hebben opgehangen bij ondermeer Haddock, Snoek's Muziekhandel, op het kurk van de bieb en tussen de kolommen van De Partikulier, had Peter Bastiaans zich telefonisch gemeld. Hij bleek bassist, woonachtig in Spijkenisse en reeds bevriend met een drummer die ook wel oren had om in een bandje te spelen zoals omschreven in voornoemde advertentie. Gedurende die avond bleek het gelijk te klikken: Peter en Martien bleken aardige jongens en in de vochtige kelder van de Dazzle vond tijdens de eerste sessie de uiteindelijke sound van The Perverts gelijk zijn oorsprong. De rechttoe-rechtaan drumstijl van Mart, die zich voornamelijk concentreerde op de snaredrum, zal ik tot in de eeuwigheid moeiteloos uit duizendenherkennen. Martien¹s drumwerk was de ideale boemeltrein om de rammelsixtiespunk van The Perverts te trekken. Mart was in feite de Charlie Watts van de garage-scene. Qua gelaat deed Oie meer denken aan Bruce Brand, uitgerekend de man achter de kit van The Milkshakes en Thee Headcoats, evidente invloeden op onze invalshoek van muziekmaken. Mart¹s eenvoudige, hardwerkende en doeltreffende slagwerk paste perfect in de directe omgeving van vier beperkte muzikanten. Het ontbreken van instrumentale virtuositeit ten spijt, door louter enthousiasme, werk- en levenslust, geraakte de loopbaan van The Perverts vanaf die nieuwe start in een stroomversnelling. Via Martien leerden we Martin Docters van Leeuwen kennen, één van zijn allerbeste vrienden en bassist van Spasmodique. Mart en Martin hoefden niet veel woorden te wisselen om elkaar te begrijpen; de manier waarop zij met elkaar omgingen was broederlijk. Dit werd in die dagen nog eens benadrukt door gemeenschappelijke uiterlijke kenmerken zoals kale, onuitgeslapen koppen en graatmagere lichamen. Met Martin namen we onze eerste demo-cassette op, Meet The Perverts, in de kelder onder drukkerij Tripiti - door ons gedoopt als 'the cellar of roses', vrij naar Spasmodique. Op een tweesporenrecorder, via professorisch maar ingenieus multikabeldoorprikschema legden we vijf nummers vast in namaakstereo. Het resultaat was he-le-maal naar onze wens en mag er anno nu nog steeds zijn. In dat prille begin van de jaren negentig hadden wij als garage-groep de wind in de rug; met name in Vera, Groningen het oeuvre een gouden tijd en wereldwijd schoten de bandjes, labels en fanzines die zich concentreerden op low budget garage-rock als magische paddestoelen uit de grond. Na het manisch rondsturen van de cassettebandjes, lovende woorden uit de mond van Fons Dellen op de VPRO Radio woensdagmiddag en juichende kritieken in met name de Vera-krant werd al snel de agenda van The Perverts volgeboekt met optredens in het landelijke clubcircuit. Een eerste single volgde snel, op het Friese Teen Records. Tussen de lente van 1992 en januari 1998, toen we op het podium van het Paard, in Beatstad numero uno Den Haag, ons laatste optreden deden als The Perverts, volgden er nog drie in de krochten van deTripiti-kelder opgenomen 45-toeren epees en vele splitsingles plus een in 1996 op een Delfts cassettedeck opgenomen en in Spanje uitgebrachte langspeelplaat Maybe Tomorrow. In totaal moeten we wel minstens zo¹n 350 shows gespeeld hebben - overal op de Nederlandse landkaart, ook in België en Duitsland. Wekenlang hebben we op elkaar gezeten in een bestelbussie. In eerste instantie in de blauwe Mercedes van Spasmodique, later in de legendarische lichtblauwe Volkswagen LT28 Intraka bus. The Perverts maakten uitgebreide toernees door Engeland, Frankrijk en met name Spanje, ons beloofde land. The Perverts werden niet zozeer gedreven door de ambitie om door te breken, maar meer door de behoefte om iets te zien van de wereld en daarbij de kicks te vinden. Gedurende het leeuwendeel van de negentiger jaren hebben wij als de jongens van The Perverts met elkaar opgescheept gezeten. Donald, Martien en ik plus Peter, die later vervangen werd door Maurice. Rob de Kunstenaar was dikwijls aanwezig om onze levens te redden, evenals Jorge Explosion, om ons in Spanje voltijds te laten aklimatiseren. De sfeer daarbij was altijd vriendschappelijk. Het aangesloten zijn bij een rock ¹n¹ roll-bandje is toch een soort verknipte verkering, de relatie bij ons was intensief, temeer omdat de gemeenschappelijke agenda vaak overvol stond en het overbruggen van de afstanden tijdrovend was. Daardoor heb ik Martien leren kennen als een rustige, integere jongen. Hij was, evenals de andere Perverts, een aanzienlijk stuk ouder dan ik. Zelf kwam ik net kijken; had nog maar net het ouderlijk huis verlaten om op de zolder van Donald's huis in de Ebenhaezerstraat op Rotterdam-Zuid te gaan wonen. Achteraf gezien heb ik er veel waardering voor dat die mannen toen zo laconiek om konden gaan met mijn rusteloze, onvermoeibare kwajongens gedrevenheid, roekeloze enthousiasme - vaak onbezonnen als een ongeleid projectiel. Mart had in de omgang duidelijk de wijsheid in pacht; hij had een brede algemene kennis en uiteenlopende interessen. Door het leeftijdsverschil nam hij ook vaak zijn verantwoording om mij te wijzen op de eventuele consequenties die uitgelokt konden worden door mijn onbekommerde ingevingen. Binnen de band had hij op het persoonlijke vlak het grootste aanknopingspunt met Donald. Wellicht door hun wederzijdse nuchtere kijk op de dingen des levens, misschien door hun gemeenschappelijke liefde voor het drinken van kopstootjes. Vaak kwam hij over de vloer op de Ebenhaezerstrasse. Op onze beurt kwamen we op zijn verjaardag of gewoon bij hem op de borrel, eerst in Spijkenisse, later op de Buffelstraat in Kralingse Veer. Martien staat op mijn netvliezen als een kettingroker. Zodra hij uit zijn nest kwam, greep hij naar zijn pakkie shag en zette die een bak koffie waar een lepel in overeind bleef staan zo sterk. Hij was een harde zwoeger, zowel in zijn persoonlijke leven als in zijn bemoeienissen met de band. Mart nam graag initiatieven om klussen binnen de band op te knappen. Van het kopieëren van demo-cassettes tot aan het timmeren van reiskisten voor het instrumentarium en het casco van de dubbele cabine in de Intraka-bus. Daarom noemden we hem Stradivarius. Martien kon in zijn gedragingen soms overkomen als een Obotte hond¹. Zijn bedoelingen echter waren onmiskenbaar altijd goed, hij had een warm karakter. Mensen die van elkaar houden, pesten elkaar ook graag. Donald en ik hebben Mart vaak gesard met zijn 'ouwe rotkop'. Tevens lieten wij er nooit twijfel over bestaan dat we hem een slechte chauffeur vonden. Zelf deed Oie ook graag een duit in het zakje in het onderlinge uitwisselen van sarcastische kutgeintjes. Martien had jongensachtige trekken, maar kon vaak zorgelijk kijken. Een glimlach stond echter altijd op doorbreken want hij hield van lachen. Hij hield ook van zijn twee zoons, waar hij het onderweg vaak over had. Onder de verwante muzikanten en betrokkenen die ons pad kruisten in en buiten den lande, maakte Mart snel vrienden. Hij was een graag geziene gast bij alles en iedereen die met zekere regelmaat met The Perverts te maken kreeg. Tijdens het bestaan van The Perverts was het persoonlijke relationele leven van Martien nogal wispelturig. Totdat hij in de tweede helft van de jaren negentig Aleida leerde kennen. Het was voor ons heel duidelijk dat hij door zijn liefde voor en met Aleida een rustiger, tevredener mens werd. Al stond de eigen platenkast bij Martien Vermeer niet bepaald vol met het soort klanken dat wij uitstootten met Ode garage-beat trots van Rotterdam, Nederbiet, garage-punk en surfinstrumentals, toch kon hij goed warmlopen voor de flauwekul waarmee ik te pas en te onpas kwam aanslepen. Sterker nog, toen hij in 1994 werd benaderd door Arno, een ouwe maat van hem uit Pernis, om een Billy Childish-achtige band te beginnen, hapte hij snel toe. Beyond Lickin¹ was geboren en vanaf dat moment maakte hij dus enkele jaren met twee verschillende bands min-of-meer dezelfde muziek. En dat deed 'ie met plezier. In de band bestond altijd het idee dat Mart het ongeluk aantrok. Hij was in die dagen een pechvogel; zo werd tijdens een potje repeteren op de Hammerstrasse zijn motor, een splinternieuw racemonster, door de Marokkaanse medemens gestolen. De Intraka-bus konden wij total-loss bij de sloop bezorgen, nadat Martien hem geleend had. De motor van het 'nieuwe' Volkswagen bussie draaide vlak bij de Portugese grens volledig in de soep toen Mart achter het stuur zat. Toen de Perverts allang uit elkaar waren werden de Selmer zangzuiltjes uit zijn bestelwagen gejat. Allemaal helemaal niks vergeleken bij het noodlot waardoor hij gotverdomme nu getroffen is. Ik vind het echt heel, heel verschrikkelijk voor zijn twee jongens. Voor zijn moeder die hem overleefd. En natuurlijk voor Aleida. Denkend aan Martien Vermeer ben ik dankbaar voor die jaren met The Perverts. Ik beleef weer het eerste overrompelende succes in de Vera Kelderbar waar we een uitzinnig publiek troffen, denkend aan Martien. Denkend aan Martien kan ik nog eens genieten van ons steengoeie optreden op Noorderslag. Komen in klassiek zwart-wit geklede Noordspaanse obers voor een habbekrats af en aan lopen met grote schotels fabada, jonglerend met flessen sidra. Denkend aan Martien kan ik zo weer schuddebuiken om alle niet aflatende pret die we in Engeland hadden. Al die hartstikke mooie, lange trektochten dat wij die ouwe gammele pleurisbende, niet te tillen Fender buizenversterkers en zijn houten Pearl drumkitje, voormalig eigendom van de begeleidingsband van Toon Hermans, door heel Europa verhuisd hebben. Denkend aan Martien Vermeer hoor ik zijn karakteristieke lach op mijn trommelvliezen. Want we hebben veel gezien en gelachen, reken maar van yes! Oh man, wat hebben we gelachen.
Tags

nu op 3voor12