In de kelderbar van Vera is afstand een illusie. De kelderbar is de plek waar je een echt gevoel van samenzijn kunt creëren. Je kunt je verbonden voelen met de act. Maar nabijheid kan ook iets confronterends hebben. Alles vindt letterlijk voor je neus plaats. Je ziet en ruikt het zweet. Je hoort het schrapen in een keel. Kleine foutjes vallen op. Op deze zaterdagavond ervaren we nabijheid - de mooie kanten ervan, maar ook de lelijkheid. Sommige avonden zijn niet goed of slecht. Ze zijn ‘anders’. Alsof alles iets te dichtbij gebeurt.

Byinoar, het elektronische eenmanskoor

Hij komt op met een biertje. Vouwt zijn setlist uit.
“Hallo, ik ben Jaap. Dit is Byinoar.”

Er is geen groot gebaar. Gewoon beginnen. Jaap van der Velde, bekend van The Homesick, Ether Infinity en nog een reeks andere projecten, opent de avond als Byinoar. Het alias waaronder hij zichzelf in lagen opstapelt tot een elektronisch eenmanskoor. Eén man, een tafel met apparatuur, een loopstation, een paar minimal synths en een mini-microfoon die hij zo dicht bij zijn mond houdt dat hij er bijna in lijkt te verdwijnen.

Een eerste stem wordt opgenomen en teruggekaatst. Dan nog een. En nog een. Via het loopstation worden ze vastgezet, over elkaar heen geschoven, voorzichtig uit balans gebracht. De vocoder duwt zijn zang richting futuristische outsiderpop met een sacraal randje. We tellen één Jaap. We horen er minstens zeven.

Een zonnig beatje sluipt binnen. Flarden van liedjes zijn uit de context gehaald, gestript tot losse onderdelen en daarna weer opgebouwd in volume en gelaagdheid. Het is soms fragmentarisch, vaak hypnotisch. Byinoar is minder bezig met het schrijven van liedjes, meer met het manipuleren van geluid: stapelen, verschuiven, laten zweven.

De set balanceert tussen structuur en desoriëntatie. Denk Panda Bear in een zwaar galmend klooster. Of een millennial-Brian Wilson die alleen met loopstations werkt. Waar de lagen zich opstapelen, blijft de spanningsboog echter vrij horizontaal. De mystiek die je bij dit soort sacrale opbouw zou verwachten, ontvouwt zich maar half. Byinoar wil soms naar boven reiken, maar botst tegen het lage plafond van de kelderbar, letterlijk en figuurlijk. 

Het voorlaatste nummer opent met iets wat klinkt als een 'Banana Boat Song'-echo, vermengd met 'Sea of Love'-vibes. Een zacht wiegend ritme waarboven opnieuw stemmen worden gestapeld. Intenser naar het einde toe. De lagen worden dikker, het volume groeit. Hier komt de set het dichtst bij een echte ontlading.

Bij het laatste nummer verloopt de overgang wat slordig. Het begint laag en zwevend, maar trekt uiteindelijk overtuigend aan. Een sterk, gelaagd slot waarin alles nog één keer samenkomt.

Dan is het voorbij. Het biertje is half op.

Byinoar doet wat je ervan verwacht: in een kleine ruimte een zorgvuldig opgebouwde klankwereld neerzetten.

Idiott Smith, verval op armlengte

Dan Idiott Smith. Aka Roy Feenstra. Een eenmans pop-entertainer met een voorliefde voor synthwave-ballads, Euro-romantiek en gecontroleerde kitsch. We zagen hem eerder in Vera, op 8 september 2023, in het voorprogramma van The Homesick op de Mainstage. Daar werkte zijn optreden beter. Groter podium, meer frisse lucht en minder grauw. 

De start van de set is een druk op een knop. Idiott Smith concentreert zich op zijn zang en zijn performance. Het eerste nummer kent vooral veel sfeersynths in het begin. Het voelt bijna als een voortzetting van het optreden van Byinoar, maar dan zwoeler. Glijdender. Licht dramatisch. We zijn zowat in jaren ‘80 Euro Ballad-territorium beland. Engels en Spaans wisselen elkaar af, 'The Drowner' komt langs - een nummer dat we kennen van zijn optreden in 2023. Er zijn weinig nieuwe nummers bij gekomen sinds die Mainstage-avond, concluderen we al snel. 

Wat anders is… Het rommelt wat meer. De timing is het net niet. Geluid idem. Hij geeft instructies aan de techniek. Herpakt zich. Hij blaft een keelschraap door de microfoon. Waar het zwoel en geil zou kunnen zijn, sluipt iets stuurloos binnen. Onrust. Handen in zakken, handen uit zakken. Microfoon vastgrijpen. “I only wanna be with you.” Hij meent het. Of wil het menen.

Ook het Duitse zangmoment mist de controle die het had kunnen dragen. Een kuch in de microfoon haalt de glans weg. Halverwege de set wordt de connectie met het publiek goed tot stand gebracht, maar met een bier in de hand balanceert het eerder richting dronkenmans-sentiment dan verleiding.

Dan een moment zonder backingtrack: 'The West', ook van drie jaar terug. Alleen zijn stem. Maar hij kent de tekst niet helemaal. Briefje vergeten. Na zoveel jaar is dat pijnlijker dan het had moeten zijn. Het blijft bij een korte versie.

Toch zijn er nog lichtpunten. Idiott Smith heeft een paar vet leuke nummers op het repertoire, 'The Drowner' is daar één van. Die doet hij als finale in de reprise. En dan komt het moment van de avond: hij komt met het concept van de emo-pit: geen moshpit, geen gebeuk, maar heerlijk huggen, een collectieve omhelzing. Normaal gaat hij op de vloer liggen; nu mogen wij op de keldervloer samen een knuffelgroep vormen. Het ziet er aandoenlijk uit. Ontwapenend. Zeker met een paar biertjes op. Maar zelfs daar weer een keelgeluid. Het geeft het geheel daardoor iets ranzigs. De romantiek is morsig.  

Aparte avonden bestaan. Wat blijft hangen is niet zozeer een perfecte of memorabele kelderbarbeleving, maar vooral de nabijheid, het verval en de twijfel. Waar Byinoar bouwde aan een kleine klankkathedraal die net tegen het plafond botste, liet Idiott Smith zien hoe dun de lijn is tussen zwoel en slordig. Sommige avonden zijn op bepaalde momenten een beetje ongemakkelijk. Een beetje verlopen. Maar ze gebeuren echt. Maar ja, in de kelderbar is ‘echt’ natuurlijk precies de bedoeling.