Haldern Pop 2009: derde dag dansen in de hitte Haldern Pop 2009: derde dag dansen in de hitte

Onderhoudend festival, maar er had meer in gezeten

, Tekst: Maarten Wagemakers / Foto's: Marcel Bosmans

Haldern Pop 2009: derde dag dansen in de hitte

Onderhoudend festival, maar er had meer in gezeten

Tekst: Maarten Wagemakers / Foto's: Marcel Bosmans ,

De derde en laatste dag van Haldern Pop 2009 kenmerkt zich vooral door extreme hitte en veel last minute programmawijzigingen, maar gelukkig staan er genoeg interessante optredens op het programma om eventueel ongemak gauw te doen vergeten.

Onderhoudend festival, maar er had meer in gezeten

Eerder dit weekend merkten we al op dat sommige bands niet echt tot hun recht kwamen op het uiteindelijk geplande tijdstip en podium, maar bij iLiKETRAiNS is het wel heel extreem. De band uit Leeds handelt vooral in donkere, inktzwarte bespiegelingen over de dood, deernis en desperatie, waarbij de muziek zo nodig nog naargeestiger is dan de teksten doen vermoeden. Maar de trage, slepende mix van postrock en gothicwave van de Britten bijt wel heel erg met de levende kookplaat waar het festivalterrein door de extreem felle zon in veranderd is. In het nachtprogramma in de spiegeltent had iLiKETRAiNS zo maar één van de festivalhoogtepunten kunnen zijn, maar hun toch behoorlijk sterke optreden resoneert in deze omstandigheden niet zoals het zou moeten.

Het Zuid-Afrikaanse Dear Reader past met haar luchtige pop weer beter bij de subtropische omstandigheden. De door Cherilyn McNeil geleide band vist in dezelfde vijver waar ook pakweg Marike Jager en Regina Spektor hun tent bij hebben opgeslagen: veel speelse midtempo-liedjes met een rijke muzikale inkleuring, af en toe een fraaie ballad en soms zelfs wat kleine kwinkslagen (net iets stevigere gitaren, een dwarse tempowisseling) om de aandacht vast te houden.

Stammend uit de tijd dat een Brits bandje geen bestaansrecht had zonder hoekige gitaren, skinny jeans en een naam met ‘the’ erin zijn The Maccabees uiteindelijk de uitzondering gebleken die de regel bevestigt: in tegenstelling tot hun bijna weer in irrelevantie of compositorische armoe verdwenen kompanen lijken deze Britten juist met de dag in populariteit te stijgen. Waarschijnlijk ten dele te danken aan hun toch redelijk vreemde geluid: van alle nieuwe Britse postpunkbandjes zijn er maar weinig zo onrustig en indirect in hun opzet mensen tot beweging te manen. Geen bot bijlwerk voor de Brightonians dus, maar wel een behoorlijk aanstekelijke set die nog verrassend veel beweging uit het bezwete en wegsmeltende publiek weet te persen.

Grizzly Bear is weer van een heel ander kaliber. Voor degenen die al bekend zijn met het dit jaar uitgebrachte en wereldwijd bejubelde Veckatimest zal het optreden van deze New Yorkers geen verrassend nieuwe inzichten geven: je vat het, of je vat het niet. Aan de basis heeft de band een redelijk gangbare indiefolk-bezetting, maar in de praktijk vliegt het van minimalistische, melodieloze spooknummers naar chaotisch gitaargeweld met meer tempowisselingen dan een gemiddelde maag kan hebben. Het soort band waar het plakkaatje freakfolk voor bedacht is eigenlijk. Voor de vele zondagstoeristen die de band voornamelijk kennen van het schattige walsje Two Weeks waarschijnlijk een flinke schok, voor de kenner een optreden dat redelijk dicht bij het studiomateriaal blijft, met hier en daar nog wat extra improvisatie in het toch al vreemde totaalgeluid.

Een band die live wel een stuk krachtiger overkomt dan op plaat is het eveneens zwaar bejubelde Bon Iver. Blijft het studiowerk voor ondergetekende vaak steeds net een tikje te zweverig en onderkoeld, live weet de band dan eindelijk de emotionele klik te forceren die vele eerdere draaibeurten van debuutplaat For Emma, Forever Ago niet voor elkaar hadden gekregen. Centraal staat nog steeds de hoge, bezwerende stem van Justin Vernon, en de muzikale, veelal akoestische begeleiding blijft daar nog heel duidelijk ondergeschikt aan. Maar of het nu de subtiele versterking is van de begeleiding of gewoon de kick van een gigantisch buitenpodium, Bon Iver is live een overdonderende belevenis. Zelden zijn persoonlijke twijfels voorafgaand aan een optreden zo effectief resoluut uit de wereld geholpen: bloedmooi, en misschien wel het absolute emotionele hoogtepunt van het hele festival.

Hjaltalín speelt geen neuzelmuziek zoals je op basis van hun IJslandse afkomst wellicht zou vermoeden, maar verrassend euforische popliedjes die ergens het midden houden tussen Camera Obscura en Guillemots (waarbij de contrabas van die laatste is ingewisseld voor een heuse hobo). Als ze en passant ook nog eens afsluiten met een goed uitgevoerde Michael Jackson cover (Don’t Stop ‘Til You Get Enough) laten ze met de laatste 20 minuten van hun set een hele duidelijke indruk achter als vrolijke, dansbare popband.

Met de spieren weer wat losser zijn we meteen klaar voor Blitzen Trapper, de volgende act in de spiegeltent. De Amerikanen weten vooral op hun meest recente plaat een warm alternative countrygeluid neer te zetten dat je direct doet wanen op een doorgezakte veranda midden in de Everglades, waarbij enkel een krekelorkest nog ontbreekt. Live is het echter een stug heftiger dan je op plaat zou vermoeden. Met een veel rauwere energie dan verwacht komen de psychedelische elementen veel meer naar de voorgrond en wordt het zowaar nog dansbaar ook. Zeker één van de meest intense optredens van het festival.

Zo intens zelfs dat de gekunstelde violenfolk van Andrew Bird even daarna op het hoofdpodium eigenlijk compleet anoniem voorbij glijdt. Dan maar even blijven plakken voor The Soundtrack of Our Lives, vooraf voorzichtig getipt als een must-see voor de echte rockers. En eerlijk is eerlijk, de heren weten wel hoe ze een show moeten neerzetten, met zwaar bebaarde vikingfrontman Ebbot Lundberg als absolute blikvanger. Jammer genoeg lijken ze live toch iets te veel water bij de wijn te willen doen in een poging om maar een breder publiek aan te spreken. Niet de mechanisch dronende, psychedelische mix van hun studiowerk krijgt de overhand, maar de zompige bombast van jaren ’70 rockdino’s. Bij vlagen absoluut geniaal, maar bij vlagen ook frustrerend oninteressant.

Een mooi moment om nog snel een kijkje te nemen bij Little Boots. De zangeres uit Blackpool heeft met haar simpele electropop de Britse charts al in een aardige wurggreep genomen en vanavond wordt ook duidelijk dat het met de aanstekelijkheid van de nummers op zich ook wel snor zit. Wel jammer om te zien is dat ze live amper durft af te wijken van de wat tamme electro van haar debuut, die duidelijk voor mainstream radio gemaakt lijkt te zijn. Waar ze een uitgelezen mogelijkheid heeft om het tot dusver volledig van electro verstookte Haldernpubliek tot een kolkende dansmassa te transformeren, laat ze die kans toch wat liggen door te kiezen voor net iets te lage tempo’s en ietwat tandeloze beats, waardoor het nooit ècht los komt. Liever een popprinsesje dan een electrogodin, zo lijkt de boodschap. Zeker onderhoudend, maar er had meer in gezeten.

Een conclusie die in mindere mate ook voor Haldern Pop zelf geldt dit jaar. Het is jammer dat de programmering dit keer zo eenzijdig is geweest, want zeker op de vrijdag werd een schot muzikale adrenaline gemist na een vol dagprogramma met enkel rustig gekabbel. Maar de fantastische sfeer en een aantal ijzersterke optredens zorgen ervoor dat de 26e editie uiteindelijk toch meer dan geslaagd genoemd mag worden.

nu op 3voor12