De Love Me Tender voor De Helena is stopgezet.
Na bezwaren van de buurt, brieven van bezorgde Hagenaars, vragen vanuit politieke partijen en een paar columns, is de procedure om de exploitatie van het gebouw aan een externe partij over te dragen beëindigd.
Wat een hoeveelheid werk, geld en vergaderuren hieraan vooraf is gegaan.
Er waren twee deelnemers aan de tender:
het Rotterdamse Kino (ik zeg het nu gewoon, nu ze zichzelf ook bekend hebben gemaakt), met als investeerder de vaak als kwajongen getypeerde grootinvesteerder Cor van Zadelhoff,
en het Helena Collectief: mensen die al in De Helena werken, een bioscoop (omdat dat nu eenmaal een harde voorwaarde was) en een Haagse investeerder.
Beide partijen leverden uitvoerige plannen in. Die werden door een commissie beoordeeld en Kino werd uitgeroepen tot voorlopige winnaar.
En toen moet Kino hebben gedacht: mooi, laten we meteen die hotelvergunning aanvragen, dan zijn we daar alvast vanaf.
Want een vergunning voor een hotel krijg je niet zomaar. Dat kost tijd, veel geld en voorbereiding. Ze waren daar dus al geruime tijd mee bezig.
De vergunningsaanvraag werd, zoals het hoort, door de gemeente openbaar gemaakt, zodat er bezwaar kon worden ingediend.
En bezwaar kwam er. Van veel kanten.
Want over een hotel was nooit gesproken, en het stond niet in de tendervoorwaarden.
Bewoners van Den Haag, de wijkvereniging, instanties, initiatieven en verschillende politici dienden bezwaar in bij de gemeente.
Het hotel is van de baan.
Wat maar door mijn hoofd blijft spoken, is dit:
hoe heeft de commissie beide aanvragen zo serieus kunnen beoordelen met een puntensysteem en uitgebreide motivering en daarbij over het hoofd kunnen zien dat in één van de plannen een hotel was opgenomen?
Een hotel dat, als je de voorwaarden kent, simpelweg niet voldoet aan de tendercriteria.
Ik denk dat het zo ging.