Column Simon: De geur van Dour Column Simon: De geur van Dour

“Men zegt dat je geen geheugen hebt voor geur.”

, Tekst: Simon van Gorcum

Column Simon: De geur van Dour

“Men zegt dat je geen geheugen hebt voor geur.”

Tekst: Simon van Gorcum ,

Verreweg het allervieste festival waar ik ooit ben geweest is het Dour festival in België. Op de grens met Frankrijk iets ten westen van Charleroi. Daar verzamelen zich de meest ranzige der mensen voor vier dagen muziek, drugs, drank en anarchie.

“Men zegt dat je geen geheugen hebt voor geur.”

Verreweg het allervieste festival waar ik ooit ben geweest is het Dour festival in België. Op de grens met Frankrijk iets ten westen van Charleroi. Daar verzamelen zich de meest ranzige der mensen voor vier dagen muziek, drugs, drank en anarchie.

In volgepropte busjes komen ze van ver over de landsgrenzen naar dit festijn. Langs de kilometers lange file staan enkele van deze busjes, door de Belgische gendarmes geheel binnenste buiten gekeerd. Het is de hopeloze strijd tegen de rijdende wietplantages, coca-snijderijen en druglabs die het Dour festival voorzien van haar roes der onverschilligheid. Voor de handhavers van de wet is het een laatste plaagstoot. Eenmaal op het festivalterrein is er geen plek voor controles.

“Men zegt dat je geen geheugen hebt voor geur.”

Toch doet alleen de gedachte aan de geur van Dour de rillingen mij over de rug lopen. Zelden heb ik zo’n geur geroken. De totale vrijheid geeft de bezoeker het idee dat er geen plekje onbenut mag worden gelaten om met urine zijn of haar territorium af te  bakenen. Het altijd lieve Studio Brussel [het 3FM van onze zuiderburen] werd zelfs getrakteerd op een grote dampende bruine jongen boven op hun studiotafel.

“Maar ja, wat wil je” met ongeveer 1 Dixie per 2000 bezoekers. Gezeik midden op het terrein, tegen elk hek of in een sporadisch geplaatste vuilcontainer; een Amsterdams steegje lijkt in vergelijking met Dour een oase van hygiëne. Maar de favoriete ontlastingsplek was toch boven aan het heuveltje naast de eettentjes en de enige toegangsroute naar het hoofdpodium.

Daar bovenaan was het redelijk donker en stonden zes geblindeerde hekken op een rij, inderdaad: welk een duidelijker signaal dan dat dit bedoeld was om tegen aan te zeiken, en zo geschiedde: de Klaagmuur van Dour. Al na dag twee was de gortdroge grond [het was al dagen bloedheet in het zuiden van Wallonië], volledig verzadigd en ontstond er langzaam een kleine stroom de heuvel af richting midden terrein. En het festival was pas op de helft, aan het einde van de rit was het beekje inmiddels een meter breed en leek het einde meer op een vijver dan een plas.

Dit, in combinatie met de verzengende hitte, schraal bier en rottende etensresten bracht een geur voort die ik nooit meer zal vergeten. Heel af en toe verdrong een voorbijslenterende wietwalm voor een seconde de diep penetrerende stank en haalde je reukorgaan opgelucht adem om twee tellen later weer in diepe rouw te worden gedompeld.

“Mén zégt dat je geen geheugen hebt voor geur…”

En nu een paar jaar later dient Dour zich weer aan en kan ik niet wachten tot ik weer mag afreizen naar dat anarchistische bolwerk. Vier dagen fantastische bands, heerlijke festivalsnacks, geweldig bier, vrolijke mensen en een festivalterrein als sprookjeslabyrinth waar je eindeloos kan ronddwalen.

Alleen laat ik deze keer mn oordopjes maar thuis en ga ik voor de neusknijpers. Ik ben net van die geur af!

Nu op 3voor12