Suze Ijó: ‘Ik zoek naar een pure connectie’
Rotterdamse dj staat op Lentekabinet, Best Kept Secret, Dekmantel Selectors en Dekmantel
Terwijl dansvloertrends tegen elkaar opracen alsof het een Formule 1-wedstrijd, rijdt de Rotterdamse Suze Ijó gestaag haar eigen koers: klassieke house en disco met liefde voor dansvloerhistorie. ‘Ik wil dat erfgoed behouden en naar de toekomst brengen.’ Daarmee tourt ze internationaal, en deze zomer heeft ze ook in Nederland prachtigigs: zaterdag op Lentekabinet b2b Stella Zekri, later deze zomer op Best Kept Secret, Dekmantel Selectors én Dekmantel.
Eerlijk? Soms vergeet Suze Ijó (34) stil te staan bij alle bucketlistitems die ze dit jaar beleefde. Zoals Rainbow Disco Club, een nogal wholesome boetiekfestival op een idyllisch Japans schiereiland (denk: groene natuur, prachtige berglandschappen en spelende kinderen en honden die door het liefhebberspubliek rennen) dat ‘helemaal in haar hoekje zit’. En wat daar gebeurde? Wauw, nog steeds kan ze het niet in woorden vatten. Glunderend: ‘Ik vóélde dat het publiek het ook voelde, alsof we op één frequentie zaten.’
Ze tourde een maandlang door Australië. Speelde daarna bij Tama Sumo en Lakuti's feestje in de Panorama Bar, de iconische bovenzaal van de Berghain. 'Tien jaar geleden was dat het eerste feest in Berlijn waar ik naartoe ging.' En… oh ja! Dat was ze alweer bijna vergeten, lacht ze verbaasd. Nog geen week later was ze in Amerika: eerst in New York voor Good Room en de superhippe technoclub Basement, daarna nog in een piepklein barretje in Detroit, de bakermat van de techno. ‘Ik was uitgenodigd voor het feestje van Rick Wilhite, hij is met Moodymann, Marcellus Pittman en Theo Parrish onderdeel van The Three Chairs.’ Hoewel clubmuziek daar vandaan komt zijn de scenes in Amerika heel klein, voornamelijk kleine barretjes en clubjes. Maar voor iemand zoals ik, die dol is op de geschiedenis van die muziek, is dat het allerleukste wat er is.’
Inderdaad, sinds haar Boiler Roomdebuut op Dekmantel (2022) gaat het hartstikke goed met de Rotterdamse dj: ze staat regelmatig op festivals en in clubs in binnen- en buitenland, en gaat deze zomer ook stel prachtgigs tegemoet: deze zaterdag staat ze op Lentekabinet b2b Stella Zekri, later deze zomer nog op Best Kept Secret, Dekmantel én Dekmantel Selectors.
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'soundcloud'-embed.
Nostalgie naar de Paradise Garage en The Loft
Eigenlijk best opmerkelijk, want haar sound is niet bepaald trendy. Klassieke house en disco, waarin je het erfgoed van de Amerikaanse oerclubs hoort: plekken zoals The Loft en Paradise Garage in New York en The Warehouse in Chicago, waar in de jaren zeventig en tachtig de blauwdruk van de house werd gelegd. Vanwaar toch die fascinatie? ‘Het is tijdloos’, zegt ze. ‘In die periode werd het clubleven gevormd, ze pakten alles wat dansbaar is en dat is waar ik op voortbouw. Het is bijna een pan-Afrikaans geluid dat ik zoek: ritmes die vanuit Afrika die zijn meegenomen door tot slaaf gemaakten, zoals in het Caribisch gebied en de Verenigde Staten. Dat hoor je terug. Net zoals de invloed van salsa, jazz, Afrikaanse geluiden en Braziliaanse muziek. Maar ook Kraftwerk en synthrock uit het westen, er zitten van alles in. Dat vind ik ook te gek aan de muziek van Louie Vega of Masters At Work: ze worden samengesteld met échte muzikanten. Soms duren mijn platen wel acht of twaalf minuten lang, maar ze blijven zo lang bouwen dat ik er niet zat van raak.’
Die liefde gaat diep. 'Ik wil dat erfgoed bewaren en naar de toekomst brengen.' Niet dat het pure nostalgie is, hoor. ‘Ik kom uit Nederland, dit is mijn interpretatie van dit geluid. Hoe klinkt het in 2026?’
Obsessief platen vangen
Wanneer ze verzot raakte op platen sparen? Hmmm, da’s al effe geleden. Suze Ijó groeide op in Rotterdam en zit al zo lang ze kan heugen in het nachtleven. Eerst als flyeraar, hostess, doorbitch, en daarna kwamen de serieuze baantjes: boekingsassistent bij MOJO, artisthandler bij o.a. ZeeZout, platenboer bij Clone Records in Rotterdam. Maar de belangrijkste? Haar allereerste productiebaantje bij BIRD in Rotterdam, toen ze tweeëntwintig was. Ze werkte bij 360 Degrees, een soulvol feest waar o.a. Joe Clausell, Louie Vega en Ron Trent op de line-ups stonden. En dat kickstarte haar vinylobsessie.
Daar begon ze obsessief platen te vangen en te sparen. ‘Daar ging ik nadenken: oké, wat doet zo’n dj dat zo’n goed gevoel oplevert? Met vrienden gaven we kleine feestjes in de stijl van de Loft: beetje luisteren, beetje praten… ja, gewoon nerden over muziek.’ En voor ze het wist werd ze met haar vinyl opeens geboekt voor kleine feestjes in Rotterdam, in Amsterdam, in België en Duitsland, en werden de feestjes steeds groter.
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
'Hoe pas ik hier nog tussen?'
Dat was rond tijd dat Antal en Hunee op de piek van hun populariteit zaten, dat de ene na de andere oldschool houselegend door Dekmantel op het schild werd gehesen, kortom: de tijd dat die sound hyperpopulair was en het mainstagepubliek zich nog niet volpropte met volvette hardhouse en killertrance. Maar na corona… herkende ze het wereldje niet terug. ‘Alles werd harder, sneller en gimmickier, de dj-wereld is een soort social mediacircus geworden met video’s en influencers en alles is gericht op piekmomenten en reacties ontlokken. Ik heb nooit een grote dj willen worden, het gaat me alleen maar om die connectie op de dansvloer. Hoe pas ik hier dan nog tussen?'
Dat was effe een zoektocht: 'Hoe kan ik de muziek waar ik echt hard op ga draaien, zonder dat mensen denken dat het saai is of dat het sneller moet? Ik heb veel geleerd van kijken naar Antal: de energie die hij geeft, de elements of surprise, het snelle doormixen dat hij doet.’ Ze spendeerde ook meer en meer tijd in de diversere, frissere housescene van New York. ‘Ondanks dat ze liedjes draaien is het meeslepend, door de kick en de percussie.' De belangrijkste les: ‘Op mezelf leren vertrouwen, niet meteen in paniek raken als mensen niet dansen of weglopen. "Oké, reesetten, opnieuw bouwen."'
Maar van haar hoeft deze house geen mainstagemuziek meer te zijn: ‘Hoe kleiner, hoe intiemer, hoe meer connectie met de mensen.’ Ze ziet wel muzikale geestverwanten: van oldschoolheads in New York tot aan de nieuwe garde daar zoals Musclecars en Dee Diggs, feesten zoals Touching Bass in Londen die deze sound weer pushen. ‘Maar ik vind dat mooi: dat een klein clubje dit erfgoed wil bewaren.'
Oude dj-cultuur en purisme
Wel zijn er gebruiken uit die muzikale geschiedenis die terug mogen komen, denkt ze. ‘Residencies! Als ik kijk naar dj’s als Larry Levan, dan stonden ze elke week urenlang in dezelfde club. Mensen reizen nu zoveel, het is allemaal een beetje versprokkeld, clubs hebben ook geen eigen anthems. Maar dat is supervet.’ Nog zoiets: 'Ik ben er bijvoorbeeld niet op tegen dat dj's eigen classics hebben. Dat is ook een stukje oude dj-cultuur. Mensen zoals Marcellus Pitmann en Theo Parrish, die hebben dat allemaal.’ Ohja, en vinyl draaien, natuurlijk! ‘Of ik een purist ben?’ Ze grinnikt. ‘Een beetje, denk ik? Het voelt als een mooi purisme: de tas samenstellen, nadenken over welke platen je meeneemt en welke niet. Ik weigerde heel lang koppig om digitaal te draaien. Maar… dat was echt terror, vaak zijn de platenspelers niet goed ingesteld. Nu heb ik de sweet spot gevonden: twee draaitafels en twee CDJ’s, ik neem misschien dertig platen mee voor een weekend en vul de rest digitaal aan. Maar ik blijf het altijd meenemen. Ik vind het belangrijk om die cultuur levend te houden. En… het leert je om een betere dj te zijn, je speelt nu eenmaal anders dan digitaal. Uiteindelijk is het voor mij allemaal best simpel: weinig trucjes, geen filters, het is heel puur. Laat de muziek doen wat het moet doen.'
Suze Ijó staat Lentekabinet (23 & 24 mei), Best Kept Secret (12-14 juni), Dekmantel (29 juli - 2 augustus) en Dekmantel Selectors (20 - 24 augustus ). Haar dubbelsingle Ritual Of Dance verschijnt later deze zomer.