Hudson Mohawke: "Ik wilde absoluut geen rapplaat maken" Hudson Mohawke: "Ik wilde absoluut geen rapplaat maken"

Over gabberinvloeden, de impact van Amsterdam en nieuw album Lantern

, Atze de Vrieze

Hudson Mohawke: "Ik wilde absoluut geen rapplaat maken"

Over gabberinvloeden, de impact van Amsterdam en nieuw album Lantern

Atze de Vrieze ,

Nee, Hudson Mohawke heeft geen hiphopplaat gemaakt. Sterker nog: op zijn langverwachte tweede solo-album doet zelfs geen enkele rapper mee. Zaten we er toch mooi naast toen we dachten dat ie de laatste tijd meer met zijn hoofd bij TNGHT en de Amerikaanse supersterren zat. “Ik wilde absoluut geen rapplaat maken. Het zou te makkelijk zijn, iedereen een beat mailen met de vraag of ze mee wilden doen.”

Kanye. De naam valt onherroepelijk en al snel. Sterker nog: Ross Birchard alias Hudson Mohawke laat hem zelf vallen. Kanye West kwam langs in zijn studio in Londen om het nummer All Day op te nemen. Hij zegt het een paar minuten later nog een keer, want hij is er trots op. Kanye kwam bij hém langs in de studio, terwijl het zijn eigen single is. Dat is belangrijk, al was het maar omdat het helemaal niet gangbaar is in de hiphop. Vaak stuur je een beat, en dan krijg je via de mail een verse terug. Als producer ben je onderdeel van een team en verdwijn je in de kleine lettertjes van het boekje. Zijn werk met de grote hiphopartiest was bijzonder goed voor zijn profiel, en toch gooit hij bij een vervolgvraag resoluut de deur dicht: “Ik kan er niet te diep op ingaan”, zegt hij. “Hoeveel Kanye en ik ook samenwerken, het is niet iets dat mij definieert als artiest.”
 
Twee Schotten met hiphop petjes
De interesse van Kanye West en andere Amerikaanse sterren, dankt hij aan een ander project: TNGHT, samen met Canadees Lunice. De twee maakten samen een EP, en die ontplofte totaal. Single Higher Ground werd zelfs een soort radiohit, en het type track dat bij iedere wannabe studenten-dj in de koffer belandde. Ineens was trap (oorspronkelijk Amerikaanse hiphop) populair bij het grote dance-publiek, zeker toen Baauer ook nog eens een viral-hit scoorde met de Harlem Shake. Precies waar Hudson Mohawke en Lunice eigenlijk zo bang voor waren. “Eigenlijk wilden we de TNGHT tracks niet uitbrengen. We maakten deze tracks voor de lol, en zodra ze af waren, wisten we dat ze onze solocarrieres zouden kunnen schaden. Het ging allemaal zo snel. Het ene weekend deden we een festival, het volgende weekend twee, de week erna drie. We stonden in steeds grotere festivaltenten en verdienden steeds meer geld, maar het mocht ons niet afleiden van onze hoofddoelen.” 
 
TNGHT opende deuren, en Hudson Mohawke stapte daar in eerste instantie wel degelijk gretig naar binnen. Zijn instrumentale floorfiller Chimes kreeg een remix met vier prominente rappers erop: Pusha T, French Montana, Travi$ Scott en Future. Voor Noisey werkte hij aan een 42 minuten durend werkstuk dat The Rap Monument heet. “Dat was eigenlijk mijn rapplaat”, zegt Birchard. Je kunt je er wel iets bij voorstellen, die focus nu op zijn 100% eigen werk. Zijn debuutalbum dateert namelijk alweer uit 2009. Een goed stel waren ze, Hudson Mohawke en Rustie, twee Schotten met hiphop petjes. Meestal draaiden ze alleen, maar ook wel eens samen. Op STRP in Eindhoven bijvoorbeeld in 2009. Rustie, met zijn smalle gezicht, Hudmo een beetje mollig. Niet dik, mollig. Allebei nerdy maar toch ook cool. Ze wisten het: wij maken de muziek van morgen. Hudmo bracht de hiphop, en Rustie de elektronica, en gelijktijdig kwamen ze uit bij min of meer hetzelfde: weirde elektronische beats met lompe hiphop-kicks, scherpe snares en gekke computergeluidjes. Enorm pompeus, maar tegelijk heel elastisch en sexy. Hudson Mohawke stootte al snel door naar een groter publiek, mede dankzij een compromisloze liveset. Zelfs het bandjespubliek van London Calling viel er voor.
 
Next level
“Wat ik doe is niet echt veranderd”, zegt Ross Birchard over zijn nieuwe album Lantern, dat wel degelijk heel anders klinkt. Vooruit, een banger als Scud Books klinkt als old school Hudmo, maar er staan ook heel wat verrassingen op. Zo wekte hij samen met Antony Hegarty (van The Johnsons). Zo’n naam op je tracklist, daarmee zeg je: ik wil next level. “Ik ben al fan vanaf de eerste keer dat ik Hope There’s Someone hoorde, ergens om zeven uur ’s ochtends op een afterparty”, zegt Birchard. “Het was de meest bizarre muziek die ik ooit had gehoord. Antony heeft echt alles al gedaan: orkesten, disco, theaters, fucking installaties in musea. Voor hem is het een experiment, en dat is het voor mij ook.” R&b zanger Miguel doet een nummer mee, terwijl een track als Ryderz juist weer getekend wordt door een opvallend soulsample. Je mag het zien als een subtiele knipoog naar iedereen die zijn stijl ripte. “De tekst is ‘watch out for the writers’, verklapt Birchard. “Het heeft me wel dwars gezeten dat mensen massaal nadeden wat Rustie en ik ontwikkeld hadden. Uiteindelijk kun je het natuurlijk niet als je bezit claimen, dat snap ik ook wel.”
 
Aan de achterkant werkte Hudmo met nog meer opvallende gasten. Wat te denken van hardcoreproducers Gammer en Scott Brown? “Ik ben daar echt mee opgegroeid”, zegt hij. “Eigenlijk ben ik pas hiphop gaan ontdekken dankzij de samples die Britse producers als Scott Brown gebruikten. De scene in Glasgow had dan weer nauwe banden met Nederland, waardoor ik echt opgroeide met DJ Paul Elstak en Charly Lownoise & Mental Theo. Op deze nieuwe plaat liet ik me trouwens meer door de melodieën uit de hardcore inspireren dan door de karakteristieke kicks. Hoe mijn beats moeten klinken, dat weet ik zelf ook wel. Die malle luchthoorn in tracks als Scud Books, die komt uit de hardcore vandaan. In Glasgow doen we eens in de zoveel tijd een harde avond, dat is echt te gek. We hebben nog nooit een avond gehad waar het niet compleet explodeerde. Voor veel mensen is het een guilty pleasure. Ze vinden de muziek tof, maar houden niet van de evenementen waar het gedraaid wordt. In Nederland heb ik nog nooit een hardcore of hardstyle evenement bezocht, maar ik zou heel graag eens een harde set draaien op Defqon.1. Mijn vriendin gaat daar altijd heen.”
 
Amsterdamse culttrack
Ja ja, de Nederlandse connectie is sterk en gaat ver terug. Wat niet veel mensen weten, is dat Hudson Mohawke ten tijde van zijn debuut drie jaar in Amsterdam woonde. Iets met de liefde, maar ook iets met mensen die in hem geloofden. Juha van ’t Zelfde en Cinnaman haalden de jonge Schot al in mei 2008 naar Nederland, nota bene in het Bimhuis. “Ik was een jonge gast die muziek maakte op zijn zolderkamer”, herinnert Birchard zich. “Ineens stond ik in een zaal met stoeltjes. Ik dacht: wat doe ik hier?! Achteraf ben ik super dankbaar dat ze me die kans gegeven hebben.” 
 
Een overblijfsel uit die tijd is een sample van Fatima Yamaha, een mysterieus alter ego van Bas Bron, die van De Jeugd Van Tegenwoordig. Hudson Mohawke draaide het origineel van What’s A Girl To Do al in 2009 in zijn BBC Essential Mix, nu heeft ie het heel erg vertraagd voor zijn eigen track Resistance. Toeval of niet: die track krijgt juist nu een soort nieuw leven. Cinnaman en Willie Wartaal tipten hem laatst los van elkaar in 3voor12 Radio, de jongens van Malawi draaiden hem vorige week nog op Lente Kabinet, en Dekmantel en Magnetron gaan de plaat een nieuwe vinylrelease geven. Een echte Amsterdamse culttrack dus, die hij moet kennen uit de tijd dat hij er zelf woonde. Zijn hele debuutalbum kwam uiteindelijk tot stand in Amsterdam, claimt Hudmo nu. “Ik had een studio in het Volkskrantgebouw en ging om met mensen als Aardvarck, Tom Trago, Steven de Peven en natuurlijk Yuri Cinnaman. Ik woonde daar vlakbij, pal achter Trouw. Momenteel werk ik in Londen, maar ik zou graag weer hierheen terugkomen. Op een dag wil ik een grachtenpand kopen.” 
 
Goed, Hudson Mohawke zet dus al zijn kaarten op Lantern, en dat is dapper. Het is namelijk bepaald geen makkelijke plaat, met spooky tracks als Kettles en het titelnummer. Er staat met Scud Books ook een ouderwetse vloervuller in de traditie van Thunder Bay en Chimes op, maar Hudson Mohawke zet ook in op de pop-cross-over. Maar liefst drie serieuze pogingen staan er op. De track met r&b-grootheid Miguel, eerste single Very Last Breath, en nieuwe single Warriorz, waarin een compleet gospelkoor het refrein ondersteunt. Echt succesvol zijn die popnummers tot nu toe niet. Sterker nog: ze klinken een beetje krampachtig. Maar ach, dat dachten we destijds ook over Butter, met die pimpelpaars-roze hoes met die kameleon, die havik en Hudmo’s knalroze logo. Het kostte even om je ogen aan te passen, en misschien moeten we onze oren even bijstellen aan deze nieuwe koers. We spreken elkaar over een jaar wel. En anders kan Hudmo altijd nog een rapplaat gaan maken.

Hudson Mohawke speelt later deze zomer live op Lowlands.
 

Nu op 3voor12