No Age is niet bang om vies te worden No Age is niet bang om vies te worden

“Mijn ouders waren aan de crack”

No Age is niet bang om vies te worden

“Mijn ouders waren aan de crack”

Los Angeles, stad van de glamour? Niet voor het noisy punkduo No Age en hun vrienden van het alternatieve podium The Smell. "Je kunt er niet drinken, het is er vies, het ruikt vreemd en er hangt een stel daklozen voor de deur. Voor ons is het de coolste plek ter wereld.”

“Mijn ouders waren aan de crack”

Los Angeles, stad van engelen en zonneschijn. Stad van dromen en glamour. En de uitvalsbasis van het luide punk/noiseduo No Age. Het uitgebreide boekje van hun debuutalbum Nouns leest als een Flickr-account. We zien de vale gordijntjes van de oefenruimte, een geïmproviseerd optreden langs de LA River, de Vegan Express Delivery, een chaotische woonkamer met een berg cd’s. De conclusie is simpel: No Age heeft helemaal niets te maken met rolschaatsende blondines op Hollywood Boulevard. “Los Angeles is groot genoeg om de glamour te ontwijken”, vertelt Dean Spunt, niet alleen drummer, maar ook zanger in No Age. “We houden niet per se van rauwe en vieze plekken”, vult gitarist Randy Randall aan, “maar we vinden onszelf er regelmatig terug. We gaan het ook niet uit de weg. We houden van eerlijke plekken.”

Ook vastgelegd in het boekje: The Smell. De club in Downtown L.A. is een uitvalsbasis voor een hechte gemeenschap punk- en noisebands. “Het is de lijm die ons bij elkaar houdt”, zegt Spunt. “Bands als Mika Miko, Abe Vigoda, The Mae Shi en Health komen daar samen. We zijn al jaren vrienden met elkaar, ook voor we muziek maakten. De bands klinken allemaal anders, maar ze delen een DIY-mentaliteit. Maak je eigen scene en heb plezier. Veel mensen zullen The Smell een suffe tent noemen. Je kunt er niet drinken, het is er vies, het ruikt vreemd en er hangt een stel daklozen voor de deur. Voor ons is het de coolste plek ter wereld.”

Met de groeiende bekendheid van de bands erkennen meer mensen die coolheid. Maar er zijn ook negatieve geluiden. Zo zette No Age een bericht online op zijn MySpace van iemand die de Smell-scene omschreef als ijdel en nep. Heeft die gefrustreerde bezoeker gelijk? “Volgens mij niet”, zegt Spunt. “The Smell is inderdaad een soort van cool tegenwoordig. En dan heb je van die mensen die gefrustreerd raken als ze niet in de scene geaccepteerd worden. Die komen dan binnen en zeggen: ‘hé, kan ik hier spelen?’ Ehm, wie ben jij? Weet je, The Smell bestaat dankzij vrijwilligers.” “Wij boeken regelmatig zelf bands”, zegt Randall. “Ik sta vaak achter de geluidstafel, Dean kookt wel eens.” “Mijn beste recept is een volkoren pasta met sojaworstjes, uien en knoflook”, zegt hij.

Spunt en Randall kunnen het niet vaak genoeg zeggen: plezier maken staat centraal in de Smell-scene. Maar de intense, vaak donkere sfeer in de muziek verraadt een keerzijde. Een van de vroege nummers van No Age, terug te vinden op EP-compilatie Weirdo Rippers, heet Every Artist Needs A Tragedy. Die titel is ironisch, vertelt Spunt, maar er schuilt wel degelijk een kern van waarheid in. De tragedie van Dean Spunt komt boven in het slotnummer van Nouns, getiteld Brain Burner. “Mijn ouders waren verslaafd aan drugs toen ik opgroeide”, legt Spunt voorzichtig uit. “Crack cocaïne. Dat was moeilijk, inderdaad. Je bent een jaar of tien en wilt eten, maar je ouders zitten drugs te gebruiken. Ze geven je geld om een pizza te bestellen, maar je hebt geen idee hoe dat moet. Uiteindelijk zijn mijn ouders clean geworden en heb ik het geaccepteerd als een deel van mijn leven. Ik zie het als iets positiefs, omdat ik heb geleerd mensen te vergeven en niets voor gewoon aan te nemen.”

Voor Spunt is het een belangrijk argument om zelf geen drugs te gebruiken. Alcohol raakt hij ook niet aan. Volgens Randall is hij geen uitzondering in de scene rond The Smell. “Al kennen we wel mensen die in het verleden drugsproblemen hadden”, zegt Randall. “We hebben pas een keer ’s ochtends opgetreden, een soort ontbijtshow. Het was grappig om te zien dat op die show veel voormalige verslaafden afkwamen, die liever niet ’s nachts naar optredens gaan en in de verleiding komen. Er waren ook veel ouders met kinderen. Je neemt je kinderen niet mee naar een show laat op de avond. Het was een mooie mix: ex verslaafden, baby’s en moeders. Misschien wel ons favoriete publiek.”

Nouns is verschenen op SubPop/Konkurrent.

nu op 3voor12