Kim Hoorweg: een heksensabbat op Roadburn
Uitgesproken muzikant krijgt carte blanche op het heavy festival
Roadburn is allang geen toevluchtsoord meer voor alleen stonerrockers. Het heavy festival in Tilburg is een plek geworden om een betere toekomst te verbeelden, waar FLINTA het podium krijgen dat ze verdienen. Kim Hoorweg (VULVA/Teardrinker) koppelt voor hun compositieopdracht persoonlijke pijn aan eeuwenoude structuren van onderdrukking. ‘Het is zó belangrijk om samen te durven dromen over een wereld zonder gevangenissen, zonder genocide, zonder grenzen. Zo ontstaat de mooiste muziek.’
Het begon allemaal met een zin waar Kim Hoorweg een beetje van schrok. ‘Walter zei: ‘Kun je even mee naar buiten komen? Ik moet je wat vragen.”’ Kim’s eerste reactie: ‘Oh shit, wat heb ik gedaan?’ Een logische reflex, want Kim spreekt zich regelmatig uit. De SGP stelde kamervragen over VULVA-pro-choice-song ‘Kill The Baby’, hen kreeg een hele horde Pro-lifers op het dak ‘en ik was bang dat de FvD het zou oppakken, dat extreemrechtse mensen voor de deur zouden staan’. Zomaar een reactie op VULVA’s Instagram: ‘Walgelijke satanistische kutfeministjes, kleine muggetjes van de samenleving zijn jullie.’ Oké dan. Ook in Kim’s eigen cirkel is die mensen kwijtgeraakt, vriendschappen werden verbroken simpelweg wegens diens idealen. ‘Het is een polariserende tijd, het is zo spannend allemaal. Ik word vaak aangesproken op dingen die ik online zeg, dat ik te luid ben.’
En de Walter die Kim op het matje riep (dacht Kim), dat is Walter Hoeijmakers, de man die het heavy festival Roadburn over de afgelopen jaren langzaam heeft omgebouwd van stonerwalhalla naar iets veel breders, experimentelers en… politiekers. ‘Ik moet je wat vragen……!’
Walter’s vraag aan Kim bleek juist heel positief: ‘Wil je een commissioned piece maken voor het festival?’ Met een belangrijke carte blanche: ‘Zeg wat je wil. Doe wat je wil.’ Kim: ‘In deze tijd worden shows gecanceld omdát artiesten zich uitspreken, de rechten worden ingeperkt van mensen die openlijk uitkomen waar ze voor staan, wie ze zijn omwille van hun identiteit. Dus dat ik zó’n podium krijg met de vrijbrief: “Wil je alsjeblieft zeggen wat je denkt?” Ik vind het heel bijzonder, ik ben er heel dankbaar voor.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.
Radicaal gebroken met het verleden
Die compositieopdracht voert Kim uit met hun screamo, post-hardcore en sludge-band Teardrinker. Ter voorbereiding hielden ze een luisteravondje, waar ieder tracks aandroeg die ze met z’n allen aandachtig gingen luisteren. Een soort boekenclub dus, maar dan voor muziek. Wat daar zoal voorbij kwam? De duizelingwekkende stemkunstenaar Meredith Monk. Postrockact Thee Silver Mt. Zion. Natuurlijk bands als Deafheaven, Converge, Oathbreaker. Zo werd de compositieopdracht ‘een opeenstapeling van alles wat ik hiervoor heb gedaan’, vertelt Hoorweg trots.
Diens carrière begint al wanneer die piepjong is en op 14-jarige leeftijd (dan nog jazzvocalist) een majorlabel-contract tekent bij het hoofdkantoor van Universal in Hilversum. Met een showcase in de kelder voor pers en labelmensen. En met kinderchampagne, ‘want ik mocht natuurlijk nog niet drinken’.
Zo brengt Hoorweg een hele reeks aan diverse jazzy platen uit, spelen o.a. Prince-toetsenist Chance Howard, Trijntje Oosterhuis en Candy Dulfer mee op diens albums, treedt die op met zeer diverse groepen en muziek. ‘Als je opgroeit als sportkind, kunstkind of muziekkind, stippelen je ouders een pad voor je uit. Het kost dan heel veel tijd om achter je éígen identiteit te komen. Je wil je ouders trots maken! En het is heel ingewikkeld om daarvan af te wijken. Het kostte me heel veel depressieve periodes, verdriet en frictie. Maar uiteindelijk…. heb ik gebroken met mijn ouders, gebroken met die muziek.’
Precies in die periode kwam Hoorweg steeds vaker in alternatieve barren, raakte in aanraking met heftige gitaarmuziek. ‘Ik zag Nadya ergens optreden met een gaasje aan, zo goed als blote tieten achter het drumstel. Ik dacht: “Wow, dit is supersick, ik wil dit ook.”’ Van het een komt het ander, en Kim vormt stoner/noise/sludgerock-duo VULVA met Nadya van Osnabrugge (ook gitarist van Tramhaus). ‘Dat schreeuwen luchtte in het begin heel erg op, maar ik werd er ook heel misselijk van. Ik kón het gewoon nog niet, ik had geen techniek, was altijd mijn stem kwijt en het deed vaak pijn. Dat voelde eigenlijk heel lekker, het was een manier om mezelf te bevrijden van jarenlange zangpedagogie. Ik ben ooit een week hees geweest, dat was dan een heel ding met shows, of ik ze wel of niet kon spelen. Bij VULVA kón ik niks verkeerd doen, ik vond het heel bevrijdend en raad het iedereen aan: gewoon even schreeuwen, de ruimte innemen!’
Nadya en Kim waren bóós, bovendien. ‘En gefrustreerd. We waren net aan het leren over intersectioneel feminisme, we gingen ons in activistische kringen begeven, kwamen erachter hoe kut al die systemen zijn. We dachten: we gaan herrie maken! En vanaf dat moment werden we door iedereen omarmd.’ Met een grijns: ‘Nou ja, door bijna iedereen dan.’ Serieuzer: ‘Er waren ook mannen uit de scene die het heel erg kut vonden.’
De nieuwe koers van Roadburn
Dat type mannen is precies het type dat ook steeds minder aansluiting vindt bij een festival als Roadburn, want het gaat daar niet meer alleen over een podium bieden aan een stel langharige weirdo’s uit de woestijn van San Diego, er is steeds meer ruimte voor FLINTA, voor de gedachte welke plek muziek eigenlijk zou moeten innemen in deze maatschappij. ‘Ik heb weleens met Becky van Roadburn gepraat over representatie en wat het verschil is tussen goede representatie en tokenisme, en hoe je daarvoor kunt waken als boeker. Wat Becky zei, vond ik heel erg gevat en heel erg raak: als boeker moet je altijd boeken vanuit een oprechte nieuwsgierigheid. Niet vanuit het idee: we moeten nog een vakje aanvinken. Als je jezelf een goede boeker noemt, dan ben je altijd nieuwsgierig naar pioniers. De pioniers op dit moment zijn trans-mensen en mensen van kleur. Dat zie je in álle genres. Eén van de eerste shows die ik ooit zag op Roadburn was Bismuth met Vile Creature. Vooral de bassiste maakte heel veel indruk, ik moest heel erg hard huilen. Ik schrok er gewoon van hoeveel het bij me losmaakte. Ik voelde me gezíén. Daarom had ik meteen honderd ideeën toen ik werd gevraagd voor de commissioned piece: ik wil graag laten zien dat er in de harde muziek heel veel mensen zijn zoals ik, die soms het podium niet krijgen.’
De voortdurende heksenjacht
Voor het Roadburn-stuk, I Hope This Hurts getiteld, duikt Hoorweg diep de theorie in, op Instagram postte hen een dikke meter aan boeken, gelezen ter voorbereiding. Alles wat helpt om grip te krijgen op de wereld, en vooral: op hoe die wereld zo geworden is. Het belangrijkste boek is Caliban and the Witch van Silvia Federici, een werk ‘dat echt mijn leven heeft veranderd’. In het kort: ‘Het gaat over de transitie van de heksenjacht tot nu, hoe geweld tegen vrouwen, queers, mensen die niet binnen de norm vallen, generaties teruggaat. En hoe ook het kapitalisme hiermee samenhangt.’
Wat Federici doet, legt Hoorweg uit, is het marxisme bekijken vanuit een feministische lens, en daarmee iets blootleggen wat vaak ontbreekt: de rol van lichamen, en dan specifiek lichamen met een baarmoeder, binnen het kapitalistische systeem. Zonder daar al te theoretisch over te willen worden: ‘Het gaat over reproductie van arbeid, over controle over lichamen’, legt die uit. ‘En hoe dat allemaal essentieel is geweest voor hoe het systeem zich heeft ontwikkeld.’
Wat hen vooral raakt, is hoe de heksenjachten daarin functioneren als een soort beginpunt, een blauwdruk. Waar die periode vaak wordt weggezet als een tijd van bijgeloof en massahysterie, ziet Federici een systematische vorm van geweld en controle. Tienduizenden mensen, voornamelijk vrouwen, werden vermoord omdat ze buiten de norm vielen: omdat ze op latere leeftijd nog alleen leefden, omdat ze kennis hadden van geneeskunde, omdat ze zich niet lieten inpassen in het systeem.
Als je die lijn eenmaal ziet, is het moeilijk om hem niet door te trekken. Naar slavernij, naar kolonialisme, naar de manier waarop lichamen en identiteit vandaag de dag nog steeds worden gereguleerd en beoordeeld. ‘Hoe meer je daarover leest, hoe meer je begrijpt dat alles met elkaar verbonden is’, zegt hen. ‘En dat het niet iets is wat voorbij is, maar iets wat nog steeds doorwerkt in hoe we naar elkaar kijken.’
Een vijandig lichaam
In het Roadburn-stuk vertaalt Hoorweg die theorie niet naar een abstract, theoretisch verhaal, maar naar iets wat veel dichterbij ligt: hun eigen lichaam. Het stuk begint met fragmenten over femicide, maar al snel verschuift het perspectief naar binnen, naar hoe het is om te leven in een lichaam dat niet altijd voelt als een thuis. ‘Het gaat heel erg over hoe het voor mij is om te leven in een non-binair lichaam met een baarmoeder. En wat dat betekent in deze tijd.’
Dat lichaam voelt soms zelfs vijandig. ‘Elke keer dat ik ongesteld ben, en de twee keer dat ik ongewenst zwanger raakte, voel ik me echt verraden door mijn lijf. Alsof ik opgesloten zit in een lichaam dat dingen doet zonder met mij te overleggen, dat niet luistert naar wat ik wil. Ik vind het oneerlijk dat ik elke maand moet bloeden, dat het mijn hele hormoonhuishouding overhoop haalt. Ik ben ook nog bipolair, ervaar sowieso hele intense emoties. Om dan ook nog ongesteld te worden… Als ik de keuze zou hebben, zou ik heel graag het hele apparaat weg willen halen.’
Tegelijkertijd tracht Hoorweg ook een andere verhouding tot dat lichaam te vinden, een manier om ermee samen te leven in plaats van ertegen te vechten. ‘Ik probeer ook te zien hoe bijzonder het is dat mijn lichaam dit allemaal kan. Dat het werkt, dat het leeft.’
De heksensabbat
Uiteindelijk is dat wat we van de heksenjacht kunnen leren, denkt Kim: je blijven uitspreken, altijd, niet bang zijn om moeilijke vragen te stellen en irritant te zijn. Tegen de manosfeer, tegen de jacht op transmensen. ‘Zoek je mensen, zoek je community, draag je kennis over. Begin een leesclubje, cultiveer een tuintje. We moeten weg van het kapitalistische individualisme.’
Neem de zogenaamde heksensabbats. ‘Het ging altijd over vliegende heksen op bezemstelen, met een pot soep. Maar dat waren gewoon momenten waarop mensen samenkwamen om te praten, om zich te organiseren, die bespraken: “Hoe gaan we dit overleven? Hoe kunnen we in protest?”’, zegt Hoorweg. ‘Workers’ unions eigenlijk, maar dan ’s nachts, omdat het anders niet kon.’ Eigenlijk is Roadburn ook zo’n samenkomst van buitenbeentjes, oefenen hoe het anders zou kunnen. ‘Ik zie Roadburn echt als een sabbat’, zegt die. ‘Als een moment waarop we samenkomen, een act of resistance in deze verschrikkelijke tijd, om te rouwen, te schreeuwen, te lachen. Ik zag laatst een interview met Sophie Straat over Protestfest. Het ging over de kritiek dat het “preaching to the choir” is, maar fuck it, waarom is dat erg? Het is zó belangrijk om je momenten te nemen om met je mensen te zijn, samen een betere toekomst te verbeelden, te durven dromen over een wereld zonder gevangenissen, zonder genocide, zonder grenzen. Zo ontstaat de mooiste muziek, en juist door samen te komen kun je vermenigvuldigen. Het is besmettelijk.’