Down The Rabbit Hole 2026: de twaalf beste acts van de zaterdag
Met The Last Dinner Party, David Byrne en Frans Kalf

Wat een zaterdag was het op Down The Rabbit Hole! Maarliefst twaalf acts haalden onze toplijst, met onder anderen punkrapper Genesis Owusu, de theatrale glamrockers van The Last Dinner Party en niemand minder dan de gelukzalig stemmende GOAT David Byrne. En uren hebben we gediscussieerd over wat nou onze nummer 1 moest worden, want wat een hoogtepunten. Dit is onze toplijst van zaterdag.
Sierra Ferrell
© Sabrine Baakman
‘Choo choo!’ Allemaal aan boord van de stoomtrein van Sierra Ferrell uit Nashville, die geregeld aan de lijn hangt met Zach Bryan, Post Malone, Diplo en Shaboozey. Wanneer popsterren aan de country willen, lenen ze graag een onsje credibility van deze freight train-hoppende ex-junk. Ze pakt het veld van de Hotot niet per se in met haar Appalachian folk en traditiegetrouwe cowboyband (fiddle, contrabas, mandoline, pedalsteel), daarvoor is dit toch een betrekkelijk onbekende act op een mega-stage. Maar ziedaar, ze wint heel wat zieltjes en krijgt op het heuveltje zelfs een mega linedance voor elkaar, zonder erom te hoeven vragen. Heel charming, zin om dit eens in een Paradiso vol cowboyhoeden te zien. (Timo Pisart)
ZEP
© Sabrine Baakman
Wie zou toch de 🌪️ zijn in het blokkenschema, de geheime gast van de Holding? Ah, zo te zien was dat geen groot geheim, want het punkhok van Down The Rabbit Hole is ongeveer vier maatjes te klein voor wervelwind en alleskunner Zep Barnasconi. Zijn laatste EP is net effe anders dan we van hem kenden, meer richting de ingehouden emo rock/rap a la Twenty One Pilots. Die liedjes zijn niet allemaal even sterk, maar ZEP is zo’n natuurkracht dat dat live eigenlijk nauwelijks van belang blijkt: de energie vandaag gaat door het dak. Deze kerel is in z’n jeugd waarschijnlijk in een ketel Red Bull gevallen, telkens weer duikt hij (met zijn BRAT-groene basgitaar) de barrier in met de vraag of we nóg wat harder kunnen. Ja, graag, ZEP! Van nu-metal rap in de hoogste versnelling door naar een blokje breek-de-tent-af-dance: The Prodigy-achtige bigbeat, dubstep en drum ’n bass, waarop hij als Animal amen breaks staat mee te hakken. Of-ie er nog eentje mag doen? Van dik hout zaagt men planken! (Timo Pisart)
All Them Witches
© Marijn Davids
Rara, hoe kan het dat All Them Witches alle ingrediënten heeft (een kiloton aan gitaarsolo’s, een violist met cowboyhoed en een bluesrockbariton bij wie het zompige moeraswater van Nashville, Tennessee duidelijk door z’n aderen stroomt) om een hele vervelende bluesrockband te zijn… en dit toch binnenkomt als een stoomwals? Welja, omdat deze vierkoppige band óók razend psychedelisch, heavy en heady is. Niet de psychedelica van King Gizzard, of de moshpitmenners van Psychedelic Porn Crumpets. Nee, gevieren spelen ze supersolide bluesrockgrooves die dikwijls hypnotisch, soms zelf behoorlijk log worden gespeeld. Neem die looooooodzware psychedelische stoner metal riffs in ‘Red Rocking Chair’, de trage groove waarin de band diep voorovergebogen inhaakt en die je enkel over je heen kunt laten walsen als een stoomtrein, enkeltje Roadburn. De vingers plooien als het ware vanzelf in een bokkengroet. (Malou Miedema)
The Mary Wallopers
© Sabrine Baakman
Rechtstreeks uit de pub is daar The Mary Wallopers. De zeskoppige band uit Dundalk maakt traditionele Ierse muziek, die ook al op Noorderslag, Best Kept Secret en Into The Great Wide Open een groot succes waren. Want ja, ook op een handtrommel, Uilleann pipes (de Ierse versie van een doedelzak) en een tin whistle kan je gewoon keihard moshen. We love Ierse tradities! En The Mary Wallopers houden ook van de Nederlandse: ineens mompelt de band een stukje van ‘Met Romana Op De Scooter’... wat??! All the craic aside, ze hebben weldegelijk wat zinnigs te zeggen: ‘Rich Man And The Poor Man’ wordt aangekondigd met een uithaal naar Elon Musk: ‘It’s about what happens to rich people when they die. In the case of Elon Musk it cannot happen quick enough.’ Ze beginnen veel nummers heel traag, met een paar slagen op de gitaar en die snerpende, behendige stemmetjes van de twee frontmannen (die trouwens broers zijn), en dan ineens barst het los (zoals op ‘Eileen Og’): dé formule voor een moshpit. De twee broers zorgen voor vrijwel alle energie op het podium. De rest van de band staat vooral rustig hun instrument te bespelen; zonder de broers had de band beter in de pub kunnen blijven. (Lisa Franssen)
Frans Kalf
© Marijn Davids
‘Lang leve Luxemburg!’, laat Frans Kalf het publiek op de Bossa Nova uit volle borst meezingen. Een ode aan een vergeten land, gezongen door de Nederbelg die in Gent helemaal zijn plek heeft gevonden. Kalf heeft pas twee singles op zak – ‘Terwijl Je Voor Me Stond’ en ‘Nou En’ – maar inderdaad, nou en?! Wie heeft er streams nodig als je zoiets puurs in je donder hebt? Het brede Bossa Nova-podium voelt voor Kalf misschien een tikje te ruim voor zijn intieme universum, maar hij lost dat op door de hele meute lekker op het podium uit te nodigen. En dat is precies de charme van deze man. Hij zweeft ergens tussen de dramatiek van Jacques Brel en de ongrijpbare wereld van Spinvis. Of hij het nu heeft over zijn denkbeeldige hondje Beessie of een kwetsbaar liefdesliedje: het voelt allemaal op en top persoonlijk. Zo zie je maar: met zo’n eerlijke blik op de wereld verdient zelfs een vergeten land als Luxemburg een staande ovatie. (Marit Rijkeboer)
Baxter Dury
© Marijn Davids
Baxter heeft de Saturday Night Fever te pakken. Op de schermen: het glitterende grid van een discodansvloer, want de voetjes mogen van de vloer. ‘This is a democracy of freaks’, blaft hij in z’n eerste liedje, suggestief het jasje van z’n schouders trekkend, rondzwierend, blouseknoopje open, etcetera. En er klinken four-to-the-floor-kicks, disco synths, koortjes, plakbassen, strijkers uit het doosje. Kortom: dansen, gek!
Da’s de richting waarin de 54-jarige, Britse cynicus is geslagen op z’n laatste plaat, en het mag gezegd worden: deze dansschoenen passen hem uitstekend. Dus vliegt het jasje binnen de kortste keren uit, zwierend met z’n blouse open op standje Jack Sparrow, powerposend als een dronken tai chi-leraar terwijl hij zich met open armen laaft aan het applaus. Meer, gebaart hij. Sure, Baxter, have it all! Prachtig is die interactie met de zaal: na een energie-afdaling via z’n oude tracks breekt de boel echt open na ‘Cocaine Man’, met synths die flikkeren in het licht van de witte spots. En dan z’n laatste drieklapper: eerst ‘Allbarone’ met z’n sleazy electrosynths, ‘Schadenfreude’ met epische climax vol echoënde koortjes en robotische stemmetjes, en een scream-a-long bij de track die hij inzong voor Fred Again..: ‘Where are my friends? You are definitely my friends, and this is the first day of me realising I’m not alone. Fucking scream!’ ‘AAAAAAAAAH!’. Well played, Baxter. (Malou Miedema)
Genesis Owusu
© Sabrine Baakman
‘This is pirate radio broadcasting,’ blijft tussen de nummers door uit de speakers schallen. De Australisch-Ghanese punkrapper presenteert zijn show alsof je bent afgestemd op een illegale radiozender, compleet met oproepjes tussendoor. Zijn nummers zijn onmiskenbaar politiek, en als zwarte man die opgroeide in een witte omgeving heeft hij ook een hoop te zeggen. Klaar met extreemrechtse zakken, rascisme en discriminatie!!! Wij zijn sowieso fan: elk album riepen we uit tot ‘Album van de Week’, onlangs kwam hij langs voor een livesessie en ook vorige maand op Best Kept Secret was hij een van onze absolute favorieten. Hier bewijst hij opnieuw waarom. Een slim opgebouwde set: in het begin brengt hij nog een paar soulvolle nummers en laat hij met verrassend soepele moves zien hoe veelzijdig hij is. Ook zijn genreblending-cover van Vanessa Carltons ‘A Thousand Miles’ is leuk: zodra de iconische piano inzet, begint het publiek meteen te lachen. Maar het zijn de woeste, loodzware, basgedreven punknummers die de show echt naar een hoger niveau tillen. Halverwege neemt die kant van zijn oeuvre definitief de overhand. Wanneer hij het publiek de woorden ‘right now!’ laat scanderen rapt (en zingt hij prachtig) over Palestina en Congo. Dat komt binnen. (Lisa Franssen)
Westside Cowboy
© Sabrine Baakman
Yeeeeehaw, welkom bij de losgeslagen indierockrodeo van Westside Cowboy, de allerleukste nieuwe gitaarhype in de VPRO Flowerverse. Was getekend, de vele Flowercowboys en -girls die deze band al eens zagen in het voorprogramma van Geese én Black Country, New Road, en die nu linksvoor tegen het hek staan te hupsen, springveren onder de voeten. Kan uitstekend, want deze met country, folk en shoegaze getinte indierocktunes worden een stuk opzwepender gespeeld dan we kennen van een boel hypes in deze hoek. Doldwaze gitaarpartijen die over elkaar buitelen als een stelletje hollende paarden, drums die in die razende rodeo de zweep erop gooien, dat spul. Die kwetsbare zangpartijen doen soms wel denken aan Big Thief, en dan hebben ze nog een favoriet, terugkerend trucje: een liedje in het outro of de eerste verse PIEPKLEIN beginnen, om vervolgens de gitaar, bas en drums er keihard in te laten knallen, of de spanning juist opbouwen met grote luid/stil-contrasten en tempowisselingen. Gitaardoorbraak van de dag! (Malou Miedema)
The xx
Lees de volledige recensie hier© Sabrine Baakman
The xx is zonder twijfel dé headliner van Down The Rabbit Hole, blijkt zaterdagnacht. Het is hun comeback, de eerste Nederlandse show sinds 2017. In de tussentijd hebben ze géén nieuwe plaat uitgebracht en dat zou nogal een zwaktebod kunnen zijn, maar met een aantal solo-liedjes, stevige remixes én hele intieme momenten krijgen ze Beuningen serieus aan het schuifelen.
Oklou
© Timo Pisart
Het is The xx-dag, dus verdient intieme muziek sowieso een mega-podium. Zo ook de Franse Oklou, die met haar album choke enough vorig jaar een beeldschone jaarlijstjesplaat afleverde. Ze wordt vaak in het hyperpop-hoekje geplaatst, werkte dan ook met A.G. Cook en Danny L. Harle, maar haar muziek klinkt veel subtieler dan de chaotische, overprikkelde variant waar dat genre bekend om staat.
Hoe trek je mensen in een tent waar wel 10.000 mensen in passen mee in die intieme droomwereld? Met witte lakens natuurlijk, maar ook met een lichtgevende schommel, een gitaar waar blauwe lasers uit schieten en een droomfluit. Ze heeft bovendien twee cameramensen als extra bandleden. Eentje maakt spacey abstracte beelden met prismafilters, waardoor ze als een schim in de mist op de schermen te zien is. De ander pakt details en draait over haar schouder mee als in een first person shooter. Zo gaan we via ambient, dreampop, middeleeuwse melodieën uiteindelijk toch echt richting de ontlading van banger ‘choke enough’, terwijl mensen op de ‘oklove cam’ inmiddels vol aan het tongen zijn. Mee op de roze wolk! (Timo Pisart)
The Last Dinner Party
© Sabrine Baakman
The Last Dinner Party doet zijn naam eer aan: dit is het laatste avondmaal waar we nog één keer flink van genieten. Met een arsenaal aan hits als ‘My Lady of Mercy’ en ‘The Feminine Urge’ maakt de Britse groep in het eerste kwartier al duidelijk dat ze de grote podia echt in hun zak hebben. Frontvrouw Abigail Morris liet haar Victoriaanse jurk ditmaal in de koffer, maar bewijst dat een simpel zwart shirt haar theatrale schwung niet tempert. Het publiek vreet uit haar hand: het choreografietje bij ‘This Is The Killer Speaking’ wordt meteen overgenomen en bij ‘Nothing Matters’ verandert het veld tot achteraan in een kolkende danspartij. ‘Sinner’ wordt opgedragen aan de gays en de theys en dat er achter de glamoureuze barokpop ook harde rock zit, laat het venijnige ‘Big Dog’ horen. Headliner van de toekomst! Zo. Nu kunnen we vredig sterven. (Marit Rijkeboer)
David Byrne

Oh David Byrne, kunt u ons vertellen wat uw geheim is? Ambrozijn en nectar gekregen van de goden? De gouden appel van Idunn? Het levenselixer gevonden waar Qin Shi Huang zo naarstig naar zocht? Elke dag een cocktail van meditatie, ademhalingstechnieken en een slokje ochtendurine? De ex-frontman van Talking Heads, een van de belangrijkste hervormers van de popmuziek, is het toonbeeld van optimisme als subheadliner vandaag. Zo vrolijk, zo fit en dat op 74-jarige leeftijd.
Zelf stelde hij vergelijkbare vragen, vertelt hij, bij een meisje dat hij kende van de middelbare school. Ze leek altijd gelukkig. Met een grijns: ‘Wat was toch haar geheim? Nou, vertelde ze: ik ga in het gras liggen bij de chocoladefabriek. En dan doe ik LSD.’ Om ‘And She Was’ in te zetten van Talking Heads-album ‘Little Creatures’. De focus van deze show ligt ook echt wel op het materiaal van zijn voormalige band, gespeeld in de geest van legendarische concertfilm Stop Making Sense, met zijn goedgemutste troep muzikanten vrij van kabels in een soort marching band-constructie, rondhuppelend over de planken alsof het een Broadway-productie is. Geweldig hoe zij tezamen zo’n vol, dynamisch geluid weten te maken. Het funkt, het swingt, het klinkt als een klok. En de Talking Heads-liedjes zijn de songs die het hele veld wil horen: een jubelend ‘This Must Be The Place’, ‘Psycho Killer’ en ‘Once in a Lifetime’ brengen vreugde voor alle leeftijden tot bovenop de heuvel.
Nog zo’n mooie observatie die hij halverwege de show maakt: ‘Love and kindness are the most punk thing you can do right now.’ Hij las de woorden in een interview met John Cameron Mitchell, geeft hem ook graag die credits, en vroeg zich nog af: wat heeft liefde met harde muziek te maken? Nou, in het VS van nu ‘zijn ze een vorm van verzet’. Telkens vindt Byrne zo haakjes van oude liedjes met het heden. Neem ook ‘Life During Wartime’ uit 1979, dat-ie nu koppelt aan de gespannen situatie in de VS, met projecties van politiegeweld en protesten. Je kan je door al dat negatieve nieuws murw laten beuken en je afvragen: ‘How did I get here?’ Of, zo laat Byrne zien, je kan nieuwsgierig blijven, op zoek naar het goede in de mens, en je vreugdevol verzetten. (Timo Pisart)
Ook gezien:
Lumï
Nachtegaaltjes Loeki Jeuken en Claudia Verbrakel zullen ongetwijfeld zelf ook verbluft zijn geweest, de eerste keer dat ze erachter kwamen hoe goed hun stemmen samengaan. Wanneer Loeki de iets lagere noten pakt en Claudia de hoogte ingaat, vormen ze eigenlijk één nieuwe stem. Ooit vogelden ze hun sound uit als coverproject op het Codarts Rotterdam met een hoge viraliteitsfactor (vandaag doen ze één cover van Imogen Heap’s ‘Headlock’), inmiddels hebben ze een flink repertoire eigen werk. Op de Bossa Nova-stage horen we die twee vrijwel non-stop samen zingen, en dat omlijsten ze met folky gitaren en gedempte elektronica. Die nieuwe drummer is uitstekend: hij schildert sober genoeg het plaatje vol (nauwelijks snare en toms, wel veel bekkens en bassdrum), Loeki zet af en toe een stevige subbas bij en die toetsenist gebruikt zijn Oberheim-synth voor wat spannende tegenkleuring. Het zou echt de verkeerde kant op kunnen gaan (richting de vormeloze saunapop van HAEVN of London Grammar), maar op de juiste momenten prikken ze er eventjes doorheen en gaat een steviger register open. In slotsong ‘Once In A Blue Moon’ zingt ook het braaf meeluisterende publiek mee als één stem. (TP)
Folk Bitch Trio
Zeer welkom anti-kater-ontbijtje, dit Australische vriendinnentrio dat klinkt als het koorzanggroepje van boygenius, linksaf bij de folkafslag richting Laura Marling. Harmonie is het toverwoord: ze stapelen hun stemmen, pakken ieder hun eigen momentjes en vervlechten die vervolgens weer in liefkozende, vocale harmonieën. Mooi dus, alhoewel de scherpe tandjes die je verwacht bij de naam wel een beetje missen. (MM)
MAHA
Een glasheldere boodschap: met bas, elektrische gitaar en backingtrack brengt deze supercoole Soedanese punkartiest nummers over onderdrukking, discriminatie en hebzucht, zoals in ‘No Profit’, één van de twee nummers die al is uitgebracht. Tussendoor leest ze een speech voor uit haar boekje over de oorlog in Sudan: ‘Niet omdat dit de oorlog zal stoppen, maar omdat stilte nog minder doet.’ Daar is lef voor nodig. Toch lijkt MAHA op het podium soms nog wat zoekende: haar punk attitude mag best wat feller om iedereen écht bij de lurven te grijpen. Geef haar vooral nog heel veel speeluren, want hier zit absoluut potentie in. Gelukkig speelt ze dit najaar een hoop Popronde-shows (ja, pas ná DTRH)! (LF)
Midnight Generation
Weer zo’n gezellig disco-elektronisch popcollectief voor een zonnige festivalmiddag. Dit keer uit Mexico: vijf mannen in matchende outfits die ergens tussen Parcels en Jungle in opereren, met nummers die ‘La La La’ en ‘Energy’ heten. Vermakelijk, prima, maar verder niet heel bijzonder. (LF)
Thee Sacred Souls
Thee Sacred Souls is precies de band waarvoor je met alle liefde je brakke kop uit de tent trekt. Maar wees gewaarschuwd: de kans is groot dat je verliefder wegloopt dan je aankwam. Deze soulformatie uit San Diego is zó aanstekelijk dat je na afloop ineens verliefd wordt op de vreemde naast je. Het ene moment lig je nog weg te zwijmelen bij die zoete soulhit ‘Can I Call You Rose?’, het volgende moment moet je snel opzij springen voor zanger Josh Lane. Hij is zelf zo in de ban van die gedeelde liefde dat hij doodleuk over het hek springt, het veld over sprint en flirt met de camera’s alsof zijn leven ervan afhangt. Want voor hem is het simpel: ‘Love is stronger than genocide, love is stronger than anything.’ (MR)
Dear Omen
Dooooodeng hoe Fay Ruza Christen, frontvrouw van deze gothic rockband, iedereen in het publiek één voor één indringend aankijkt terwijl ze bezeten in de microfoon zingt. Met een nostalgisch new wave geluid dat wisselt tussen dreigende orgelpartijen en snoeiharde rock, weet deze voormalige Popronde-act precies hoe ze de HOLDING volledig in hun greep krijgen. Die geschminkte gezichten en de flakkerende kaarsen op het podium maken de duistere, meeslepende sfeer helemaal af. (LF)
Dabeull Live Band
Niet alleen klinkt die throwback naar eighties funk, disco en boogie ongelooflijk lekker — met vooral veel covers, zoals een funky versie van ‘Maniac’ — het is ook grappig om naar te kijken: de zwoele, Franse Dabeull, aka David Said, gebruikt de helft van de tijd een talkbox, en heeft een live band samengesteld met mensen die stuk voor stuk opvallen (matchende pakken, disco pants, een grappige keyboardman en goeie moves). Een typische festivalact die iedereen leuk vindt. (LF)
Joy Crookes
Natuurlijk, vergelijkingen met Amy Winehouse, Adele en Jorja Smith zijn snel gemaakt bij het horen van de diepe stem van de Zuid-Londense Joy Crookes. Maar wat deze neo-souliste onderscheidt, is haar altijd opgewekte inslag. Vooral wanneer ze hit ‘Feet Don’t Fail Me Now’ inzet. Jammer wel dat ze haar omnichord zo minimaal inzet: dat instrument gaf de show precies de extra kleur die het soms wat eentonige middenstuk had kunnen gebruiken. Maar eerlijk is eerlijk: die kritiek is haar snel vergeven, want dansen doe je hier toch wel. (MR)
Johnny Marr
Eerlijk is eerlijk, die anonieme band rondom Johnny Marr klinkt als een klok, maar oogt als de coverband waarmee je oom ieder jaar z’n eigen verjaardag platspeelt. Marr vertolkt de zanglijnen van knorrepot Morrissey heus ultra degelijk, maar buiten de evergreens van The Smiths om verslapt de aandacht net iets te vaak bij z’n solorepertoire. Prima show, geen uitschieter. (MM)
¥ØU$UK€ ¥UK1MAT$U
Er is als credible dancesnob echt héél veel om loeistom te vinden aan ¥ØU$UK€ ¥UK1MAT$U, de Japanse technoviking van Boiler Room-faam. Zo’n beetje iedere plaat die hij zaterdagavond draait als afsluiter van de Teddy Widder valt te Shazammen, als z’n set voor 50% bestaat uit hits die iedere malloot op z’n huisfeestje door z’n JBL-speakertjes pompt (o.a. Bicep, Fred Again.., Justice, Jamie XX, Soulwax, Skrillex, you get the picture) dan is het weinig, en oh ja, de gigantische contrasten die hij met z’n overgangen creëert zijn als water en olie, Rotdogs en een vijfgangenmenu met bijpassend wijnarrangement. Ja, echt. Waarom is dit dan zo ont-zet-tend fun? Vanwege z’n aanstekelijke, shirtloze enthousiasme, zijn totale schijt aan credibility en de bevreemdende combinaties waarin hij z’n crowdpleasers draait. Dus schiet-ie binnen de kortste keren vanuit Jamie XX’s ’Gosh’ richting een industriële terror-remix van ‘Firestarter’, weet-ie nog een TraTraTrax-bassplaat tussen een Afterlife-bigroomknaller en die For Those I Love-remix van Overmono te proppen(?!), en eindigt hij deze set ook nog met de allerallerlompste Skrillex brostepplaat die hij kon opsnorren op het internet. Juiste man, juiste plek. Is er ergens nog een Portoparty die we kunnen crashen?! (Malou Miedema)