DJ Playero en de reggaeton-oerknal
Grondlegger uit Puerto Rico komt naar Draaimolen

Hij lanceerde de carrière van Daddy Yankee, en wereldsterren Bad Bunny en Rauw Alejandro gaven DJ Playero afgelopen jaren de shine die hij verdient. Dit weekend staat de 61-jarige ‘vader van de reggaeton’ op Draaimolen.‘Geen enkele platenmaatschappij geloofde in deze beweging.’
Uiteindelijk draait het allemaal om cassettebandje Playero 37. Ja, dat bandje was op een bepaalde manier de oerknal van wat nu een wereldwijd een dominante stroming binnen de popmuziek is: reggaeton. Vraag maar aan de inmiddels 61-jarige Pedro Gerardo Torruellas Brito, a.k.a. DJ Playero. Hij maakte al sinds eind jaren tachtig cassettebandjes, zo legt hij uit via een Zoom-verbinding vanuit Puerto Rico. Het waren mixtapes voor de straat om zijn feestjes te promoten. ‘Op de eerste cassettes die ik maakte stond Amerikaanse muziek: house, italo, eurohouse, freestyle. Dat was nog helemaal geen reggaeton. En mijn muzikale opvoeding bestond uit salsa, jazz, Amerikaanse tropische muziek. Mijn vader is al heel lang muzikant, ik speelde vanaf mijn zesde percussie: conga, timbales, bongo’s, allerlei soorten percussie-instrumenten.’
Et viola, zo legt Playero in één lange ademteug de ontstaansgeschiedenis van reggaeton uit. Het begon met de dancehall en de dembow-ritmes die vanuit Jamaica kwamen aanwaaien. Er waren rappers uit Panama, die in het Spaans over de Jamaicaanse muziek rapten. Als dj haalde Playero die muziek uit New York, Jamaica en Costa Rica. En de muziek die hij daar had gevonden, begon hij door elkaar te husselen op feestjes. ‘Die muziek verscheen op twaalfinchvinyl: op de ene kant stond de vocale versie en op de andere kant de beat. Ik maakte daar in discotheken live mixes van. Zo ben ik dancehall, ragamuffin en hiphop door elkaar heen gaan gebruiken.’
Hij zou zichzelf geen uitvinder van de reggaeton durven noemen, hoor. ‘Want dit soort muziek bestond al in andere landen, zoals Jamaica en Panama. Alleen was die muziek hier nog niet algemeen bekend.’ Maar hij was wel de eerste, benadrukt hij, die Puerto Ricaanse zangers vroeg om te komen freestylen over die muziek, in één lange megamix met verschillende beats. Hij zegt het nog maar eens: ‘Dat was míjn idee. Ergens in 1990. In die tijd gebruikten we helemaal geen echte studio. Het was gewoon een normaal appartement.’ Ja, kan het nog helder voor de geest halen: ‘In Villa Kennedy, gebouw 33, appartement 501. Geen akoestische behandeling, geen technologie. Alleen een draaitafel en een vierkanaals cassetterecorder, een Tascam. Vier kanalen, meer niet. Ik nam de zangers op met een goedkope microfoon van een paar dollars.’
Die muziek verspreidde zich als een olievlek over de straten van San Juan. ‘Ik nam tien exemplaren op, die verkocht ik op straat voor tien of twintig dollar, zoiets. Met dat geld kocht ik vervolgens weer nieuwe cassettes, zodat ik nieuwe volumes kon opnemen. Ik deed het helemaal zelf. Mensen begonnen zelf kopieën te maken van die tapes. Zo verspreidde het zich.’
Het coachen van Daddy Yankee

Een van de rappers die hij regelmatig over de vloer had, was Ramón Luis Ayala Rodríguez. Ahum, je kent hem misschien beter als Daddy Yankee, de man die een dik decennium later de eerste reggaeton-wereldhit zou scoren: ‘Gasolina’. Hij was nog een piepjong gastje toen Playero ‘m leerde kennen. ‘Hij kwam uit de hiphop, hij was een rapper. Ik gaf hem allerlei tips, liet hem zien hoe we dit moesten aanpakken. Ik zei bijvoorbeeld: “Luister hier eens naar. Luister naar deze muziek, zodat je vertrouwd raakt met hoe dit werkt.” Van daaruit begon de transformatie, hij ging reggaeton zingen over de beats die ik maakte. Hij was bijzonder, zijn stijl was heel anders dan die van de anderen. Als hij zich ergens op richt, is hij ontzettend perfectionistisch. Net als ik. We zijn allebei heel precies met dit soort dingen: óf we doen het goed, óf we doen het niet. En het moest steeds in één take. Niet stoppen, niet pauzeren. Eén take.’
Daddy Yankee zou de vaste opener worden van Playero’s cassettebandjes: van Playero 34, 35, 36 én 37. ‘En dat, dat was de eerste undergroundproductie die daadwerkelijk in de platenwinkels terechtkwam. In 1991 was hij al op straat verschenen, een jaar later kwam een bedrijf naar me toe dat om de master vroeg. Ik zei tegen ze: “Luister, deze tape ligt al een jaar op straat.” Ze zeiden: “Geeft niet. Geef ons de master, dan brengen we hem uit.” Ik zei: “Oké, ga je gang.”’
Zoals je hoort: Playero verwachtte er niet veel van. Helemaal niks, eigenlijk. ‘Maar ik werd op een dag gebeld. Ze zeiden: “Hé, jouw muziek, jouw cassette, ligt nu als cd in de winkel.” Ik zei: ‘Wat?!’ Ik ging naar Plaza Las Américas, een winkelcentrum, en daar zag ik hem liggen. Wauw. De eerste bestelling van de distributeur was 50.000 exemplaren, zo hoorde ik. Dat was alleen de eerste order. En weet je hoe snel die weg waren? Binnen 24 uur. Klaar. Uitverkocht. Zo begon de hele beweging. Ik had totaal niet verwacht dat het zo’n enorme explosie zou veroorzaken.’
Let wel, toen heette dit genre nog helemaal geen reggaeton. Ze spraken van ‘underground’, ‘underground reggae’, ‘melaza’, ‘dembow’ en ‘perreo’. ‘Jaren later ontstond de hele discussie: wie heeft het woord reggaeton bedacht? Was het díé persoon? Was het iemand anders? Toen dacht ik: volgens mij heb ik dat woord al eens in een nummer gehoord. Dus ik begon te zoeken en te zoeken, totdat ik het vond. Ja hoor, hier staat het. Op Playero 34, Daddy Yankee gebruikte het gewoon terloops in een songtekst. Hij is de eerste.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.
Politieinvallen en 'vulgaire muziek'
Tot nog toe weinig drama in het grote reggaeton-sprookje, maar dat zou een paar jaar later wel degelijk komen. Underground was inmiddels, ehm, mainstream aan het worden. Televisie- en radioprogramma’s schilderden de muziek af als gevaarlijk voor jongeren, een bedreiging voor de publieke moraal. Ze zetten aan tot geweld, tot drugsgebruik, ze zaten vol grove verwijzingen naar seks! Playero: ‘Terwijl de muziek ging over wat er iedere dag gebeurde in het normale leven: problemen op straat, problemen binnen families, typische menselijke dingen.’
Nou, daar was niet iedereen het mee eens. Politici begonnen te pleiten voor strengere wetgeving, waarmee het produceren van zulke vulgaire muziek als een ernstig misdrijf zou worden bestraft. Het kwam tot een kookpunt in februari 1995. Toen deed de drugs- en zedenbrigade van de Puerto Ricaanse politie invallen bij platenzaken, en werden honderden undergroundtapes in beslag genomen: die obscene, gewelddadige muziek zou in strijd zijn met lokale zedenwetgeving. ‘Er werden mensen gearresteerd, plantenverkopers en distributeurs werden opgepakt en ze waren ook naar mij op zoek om me te arresteren. Mijn advocaten waarschuwden me: ga niet naar dat feest, ze staan je daar op te wachten. Ik dacht: “Waarom willen ze míj arresteren? Ik ben alleen maar met muziek bezig.”’
Het zou een nationale discussie teweeg brengen over artistieke vrijheid, en een high profile rechtszaak bij de Superior Court van San Juan. ‘Als je een productie uitbrengt met scheldwoorden of expliciete inhoud, moet je op de voorkant een waarschuwing zetten dat er expliciete teksten op staan. Dat waren we vergeten, daar begon het gedoe mee. Maar de grondwet beschermde ons, omdat er zoiets als vrijheid van meningsuiting bestaat. De overheid kon niet bewijzen dat er “pornografische inhoud” in de muziek zat. De overheid verloor de zaak, ze moesten alle in beslag genomen spullen teruggeven. Omdat mijn producties op dat moment op nummer één stonden, vroegen platenverkopers en andere mensen aan me of ik de staat wilde aanklagen. Ik zei nee. Daar wilde ik mijn tijd niet aan verspillen. Ik dacht: we gaan gewoon door met muziek maken.’
Politiechef Pedro Toledo reageerde woedend om de uitspraak en verklaarde dat de politie zou blijven zoeken naar manieren om deze volgens hem ‘pornografische’ muziek te bestrijden, maar zoals dat dan gaat: alle consternatie bleek de beste marketing voor reggaeton. ‘Het was groot nieuws, het kwam overal in de kranten, op televisie. Het wekte de nieuwsgierigheid van mensen die de muziek nog nooit hadden gehoord. Het bleef maar groeien. Daarna ging ik gewoon door.’ Hij somt op: ‘Playero 38, Playero 39, Playero 40, Playero 41, 42, Street Mix 1, Street Mix 2, Street Mix 3, Playero Live… De vraag werd zó groot dat ik niet meer ophield met platen maken. En toen begonnen ook andere dj’s te doen wat ik deed.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Wereldwijde verovering
Maar ook toen nog was er weerstand, vertelt Playero. ‘Geen enkele platenmaatschappij geloofde in deze beweging toen hij begon. Ze dachten allemaal: ach, dit is gewoon even een rage. Boem, en dan is het weer voorbij. Het probleem was alleen dat we geen enkele hulp kregen bij de promotie. We hadden geen videoclips, niets. De muziek werd niet op de radio gedraaid en kwam niet op televisie. Alle promotie vond op straat plaats. Dat kan ik echt zeggen: de promotie deden we zelf. Met posters, flyers en dat soort dingen. Meer hadden we niet. Het was heel moeilijk. Er was geen steun. Maar kijk naar vandaag: platenmaatschappijen over de hele wereld houden reggaeton nauwlettend in de gaten en zijn allemaal in deze beweging gestapt. Reggaeton is wereldwijd een muzikaal monster geworden.’
Een sleutelmoment: Boricua Guerrero, een plaat uit 1997 waarop voor het eerst Amerikaanse mc’s (Busta Rhymes, Nas, Fat Joe, Q-Tip!) schouder aan schouder stonden met Puerto Ricaanse rappers. En als we effe vooruit spoelen naar 2004: toen zou ‘king of reggaeton’ Daddy Yankee zijn kroon opeisen met ‘Gasolina’, de allereerste wereldhit binnen het genre. ‘Dat het hem dat lukte met een nummer waarvan niemand had verwacht dat het een wereldwijde hit zou worden… Het voelde alsof dat succes óók een beetje van mij was. Absoluut.’

En nu? Een paar decennia later? Nu is reggaeton niet zomaar een groot latin-genre, maar een van de dominante stromingen binnen de wereldwijde popcultuur, die je qua impact kunt vergelijken met hiphop, pop, afrobeats en k-pop. En Playero krijgt nog altijd de shine die hij verdient, vertelt hij. Producer/zanger/wereldster Rauw Alejandro bijvoorbeeld bracht in 2020 op zijn album Saturno een uitgebreide ode aan Playero - en Playero werkte eraan mee. En dan Bad Bunny, al jaren dé meestgeluisterde artiest ter wereld. ‘Safaera’, van zijn laatste album, is een directe knipoog naar de mixtape-culture van Playero, met al zijn verschillende riddims, beat switches en samples. ‘Er zit in dat nummer trouwens ook een verwijzing naar Playero 37’, zegt hij trots. ‘Wat ik het mooiste vind aan dat nummer, is dat hij het begin van de underground en reggaeton heeft samengesmolten met alles wat daarna kwam: de jaren negentig, de jaren nul, de jaren twintig. Er kwam iets uit voort wat de reggaeton opnieuw wereldwijd heeft veranderd.’ Glunderend: ‘Ik heb Bénito [Bad Bunny] meerdere keren ontmoet. Hij zei: “Bedankt. Bedankt voor wat jij destijds in Puerto Rico ben begonnen.”’
En toch, toch vindt Playero het wel spannend hoor. Staat-ie straks op Draaimolen, all the way in Tilburg. ‘Als afsluiter van het podium!’, zegt hij met grote ogen. ‘Wat ik ga draaien? Geen idee. Ik heb op heel veel plekken over de hele wereld gedraaid en neem altijd reggaeton mee: het begin van het genre, de underground, de klassiekers maar ook wat er nu populair is. En ik kan ook gewoon eindigen met een klassieke houseplaat. Ik lees de crowd, als ik zie dat zij enthousiast worden, ga ik daarop door.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.