Draaimolen 2026 zaterdag: de meest complete festivaldag van het seizoen
Met een heleboel bevlogen live-sets (inclusief traantje) én hoogstaand dj-werk

Iedereen kan tegenwoordig dj zijn. Ok, daarmee ben je niet automatisch een góéde dj, maar toch, het kan wel. Maar een echte dj onderscheidt zich als hij een uitdaging toegeworpen krijgt, en daar houdt Draaimolen van. Daarnaast onderscheidt het festival zich met talloze livesets met eigen werk. Wat kun je als producer toevoegen aan ruim dertig jaar house en techno?
Het zijn de beste festivalmomenten: je bent op weg naar Labrador, de ietwat koddige naam van Ricardo Tobar's nieuwe project. Een Chileen uit de Border Community stal, circa 2008. Nog even wat eten, wat weet je nog niet, maar hier links is het foodcourt. Note to self: niet die burger, die valt tegen. En opeens sta je in de Pit, die bomvol is en gecentreerd rond een man en zijn apparatuur. Ah, natuurlijk, dat is French II, hier ook wel bekend als Frankie. Hij woont in Tilburg, hij heeft voor Draaimolen gewerkt, hij hoort bij de familie. Een local hero dus, die in tegenstelling tot de meeste artiesten hier nog geen grootse internationale carrière heeft. En - dat komt mooi uit - hij primeurt vandaag zijn liveset.
Wat een vibe hier in de Pit zeg, de uitgegraven kuil met een wuivend net van licht er boven. De mensen juichen niet alleen op de obvious momenten, als French II een wobbly drop uit zijn apparatuur trekt, maar ook soms zomaar op rustige momenten, gekleurd door scherpe, post-dubstep shuffle breaks, die doen denken aan de Brit Shackleton of onze eigen 2562/amadeupsound. Het zijn grotendeels nieuwe producties, samengevoegd tot een dynamische set van een uur. Energiek, maar af en toe ook emotioneel geladen en onverwacht even melodieus. Er is zowaar een echt traantje, een moment van ontlading, aan het eind, dat French II later zelf toelicht: hij is net vader geworden (met een rocky start), en had even onderschat wat het dan betekent om je eerste liveset boeking aan te nemen. ‘Er kwamen ideeën samen van jaren produceren.’ Een persoonlijk kruispunt dus, maar ook een afslag in zijn carrière. ‘Ik wilde gewoon m’n eigen muziek laten horen. Ik kan aardig dj’en maar er zijn legio mensen waarschijnlijk beter dan ik.’ Poe, wat een bijzonder onverwacht moment, een echte doorbraakset.

Dat eten wordt niks meer, want Labrador, die live-act van Ricardo Tobar ('je weet wel, Border Community, het label van James Holden dat ons ook Nathan Fake bracht, die hebben we vorig jaar nog gezien') is inmiddels al een halfuur bezig. Naast Tobar staat zijn Canadese vriend Adam Marshall. Links voor de grijzende koppen van de dansvloergeneratie 2008, op Draaimolen net zo present als jonge twintigers. Muziek van het duo was er nog niet, maar hun album komt op enig moment uit bij het Rotterdamse label Nous’Klaer. Dat komt mooi uit, want dan kan Sjoerd Oberman meteen onthullen hoe die euforische trancy banger op drie kwartier in de set heet, volgend op ook al fraaie struikelende beats met glitchy melodieën. Ineens gaat het duo all-out en begint een groepje blootvoetse ecstatic dansers de armen wijd de lucht in te gooien. Noteer hem maar vast: ‘TSUUR’ is de titel.
Zo, dat zijn alvast twee livesets met volstrekt nieuw materiaal die zeer de moeite waard waren. En zo zijn er in de loop van de zaterdag nog veel meer intrigerende concerten tussen de vele dj-sets. Vroeg op de dag was daar bijvoorbeeld Ben Vince, een saxofonist die met een indrukwekkende circulaire ademhalingstechniek improviseert over beats uit zijn computer. Saxofoon op een houseplaat, dat is in principe direct rood (zelfs ‘The Man With The Red Face’ ja), maar wat Vince doet is echt wat anders: zijn rauwe elektronische loops vragen om vervormde klanken en drones uit zijn saxofoon. Een uur later bij Aura treffen we Devon Rexi, een Amsterdams gezelschap verwant aan de Mauskovic Dance Band en geleid door zangeres Nushin Naini. Een band met een punk attitude, een krautrock groove, een Zuid-Amerikaanse swing en teksten in het Farsi, en dan gedubd door John T Gast.

Interessant, maar wie wil dansen kan beter naar Fred P, een house-producer uit New York in de Lil Louis traditie. Na een half uur van zijn set kunnen we geen enkele drop of handen-in-de-lucht-piek noteren, maar wie bereid is in zijn geluid te gaan hangen wil eigenlijk niet meer weg. Dat zijn nogal veel mensen: Forest Rave is een wasmachine van mensen, zoals het hele weekend eigenlijk net even te veel. En dat terwijl het populaire house-podium van Eris Drew en Octo Octa toch al de enige plek is waarvoor je in de rij moet om binnen te mogen. Wel cute om te zien hoe Octo Octa weer eens hoogstpersoonlijk op het dak van de booth klimt om er iets vast te maken. Hun dedication als stage hosts is ongeëvenaard. Mede daardoor is hun stage ondanks de hutje-mutje status nog steeds de beste festivalplek van allemaal, met het gevoel dat je per ongeluk op een geheim feest in het bos beland bent. Het enige dat die illusie verbreekt is de strenge security, die iedereen streng terug fluit die denkt dat je heel mooi in dat donkere bos kunt verdwijnen.
Ongelofelijk, maar dit zijn nog niet eens de enige sterke live-optredens tijdens zo’n dag Draaimolen. We noteren ook nog de hyperstrakke onderkoelde technoset van Altinbas, gevolgd door het strobe-walhalla van Kangding Ray (die van de Sirat soundtrack!). Kangding Ray werkte voor deze exclusieve set precisie techno samen met lichtbouwers Lumus Instruments, die de Tunnel met veel wit licht even in een snelweg veranderden. Intens wel. Nog eentje dan? Polygonia, de Duitse producer die bekend staat om haar zinnenprikkelende subtiele producties, met fonkelende elementjes die als kleine vlindertjes om je hoofd dwarrelen, heeft voor de gelegenheid drummer Simon Popp meegenomen, opgepikt uit de jazzscene van München. Een risico, zo diep in de finale van het festival, en Popp neemt behoorlijk wat ruimte in met zijn spel. Af en toe drukt hij haar zelfs even helemaal weg en verlang je naar de subtiliteit van een drumcomputer, en toch werkt het ook weer wel. Maar niet voor iedereen.

Met je kop in de bass
Want wie wil dansen - echt wil dansen - kan uiteindelijk vaak toch het beste bij de dj’s terecht. En mocht het begin van dit artikel de indruk wekken dat we dat vak niet serieus nemen, dan is dat natuurlijk onterecht. Zelfs tussen die vele boeiende live-sets door was er ook nog meer dan genoeg goed dj-werk te zien, al was het maar omdat Draaimolen dj’s graag een uitdaging geeft. Zo staat Timedance headhoncho Batu ‘s middags om 13:00 uur voor een nog vrijwel leeg veld Miles Davis met Aja Monet te mixen. De Amerikaanse beat-dichter verhaalt over de perverse wisselwerking tussen de Amerikaanse zucht naar oorlog en de scroll-obsessie van de moderne maatschappij. Weer eens wat anders dan ‘jack your body’, en Batu legt met zijn vier uur opening een stevig (en loodzwaar) fundament onder de dag.
Halverwege de dag trekt men massaal naar het hoofdpodium voor de back to back van Job Jobse en Donato Dozzy, twee dj’s die Draaimolen door en door kennen en die zich er graag uit hun comfort zone laten lokken. Vandaag dopen we ze tot Donato Jobsie. Wat kunnen we verwachten? Reken vooral niet op het klassieke handjes-in-de-lucht gevoel waar Jobse de laatste jaren patent op heeft. Zo van een afstandje lijkt Jobse verantwoordelijk voor de iets melodieuzere of uitgesprokener keuzes, met tracks van Eversines, Larry Heard en Opal Sunn bijvoorbeeld, terwijl Dozzy het iets soberder, ritmischer houdt. Het werkt wel, al is het lange tijd meer luister- dan dansmuziek, tot het moment dat de set met een FUSE-remix van LFO wat meer bite krijgt.

Plagerige kippen
Zulke unieke b2b koppels zien we volop tijdens Draaimolen. Soms geforceerd, soms een schot in de roos, maar altijd met het idee om verrassing te creëren. Iets nieuws te horen in een scene die gedomineerd wordt door spreadsheetprogrammering. Fans van het festival weten de bijzondere boekingen er ook moeiteloos uit te pikken. Benny Rodrigues (ROD) gekoppeld aan legende Rolando? Daar moeten we even langs, en ze stellen niet teleur. Ze verzamelden zich vroeg op de dag ook bij MMM, een Duits duo bestaand uit Errorsmith en Fiedel, nagenoeg nooit te zien in Nederland en gezegend met een heel eigen voorliefde voor plagende dancetracks. Dat gaat van de kippengeluiden in Mu’s ‘Paris Hilton’ (een fantastisch hysterische productie op Output Records) tot Justice’s ‘Stress’, maar net zo goed weer terug naar een gospel-house-plaat met Candi Staton vocals en een euforische hedendaagse italo tune van Terr. Nerdy fun.
Positief uit de toon vallen twee Latijns-Amerikaanse gasten in de Pit vandaag. Allereerst Ramon Sucesso, een 24-jarige knul (ja, echt een knul) die zijn hot cues werkelijk staat te mishandelen: razendsnel mept hij erop terwijl hij de pitch omhoog en naar beneden gooit, om zo zelf breaks te creëren in nogal wilde baile funk. En dan DJ Playero, de 61-jarige Puerto Ricaan. Je zou kunnen zeggen dat het ordinair is hoe hij van Daddy Yankee’s ‘Gasolina’ naar Bad Bunny overspringt, hoog discothekengehalte heeft z’n set en het helpt ook niet mee dat-ie zichzelf constant glunderend staat te filmen met z’n smartphone. Maar geen disrespect, deze king heeft de reggaeton nota bene uitgevonden. Veel van de artiesten die hij draait, bouwen voort op wat Playero ooit is begonnen met straat-mixtapes.

Eén stap op de maan
En dan kruipen we zoetjes aan naar de finale van Draaimolen. Via nog maar weer een sterke live-set van OK Eg (bijzonder trippy minimal uit Australië) arriveren we bij het moment dat het Moon podium zich definitief bewijst als een plek waar je niet meer weg wilt. De kraan die al de hele dag achter het podium torent spuwt nu licht een rook, draait in het rond, een zoeklicht zoekt de echte maan (vorig jaar vond ie hem, dit jaar niet). In charge zijn Garçon en Adiel, een Zwitser en een Italiaanse, die elkaar vanavond vinden in hypnotiserend pulserende techno, af en toe neigend naar proto goa-trance. Complex, intens, maar ook buitengewoon bedwelmend. De Moon loopt steeds voller en voller, en het lijkt wel of niemand die hier ook maar een voet binnen zet, nog lonkt naar andere podia.
Toch nog maar even kijken bij de Japanse hype ¥ØU$UK€ ¥UK1MAT$U dan? Die is gekoppeld aan Lena Willikens. Een extraverte shirtloze showman naast de serieus ogende große alte Dame van de Salon des Amateurs. Yukimatsu (die gekke tekens denken jullie er zelf bij, goed?) maakte naam met energiek gooi en smijtwerk, en met een nogal theatrale delivery van zijn tracks. Sommige puristen hier vinden hem dan ook een aansteller, en het is grappig om te zijn hoe Willikens er ook met een zeker genoegen naar staat te kijken hoe de Japanner hun allerlaatste plaat staat op te pompen alsof het een zwembadje voor de achtertuin is. Achter hem draait de enorme golvende plaat die dit jaar het visuele pronkstuk van de main is. Toch is het nu ook weer geen opportunistische hitjesparade, zoals sommigen voorspelden. De tracks in de finale zijn donker, best wel traag en cool. Een kwartier voor het einde noteren we een hele mooie Villalobos-remix van Shackleton’s ‘Blood On My Hands’. Maar de echte finale vibe, die ontbreekt.
Wat een aangename verrassing: naast Forest Rave en Aura mag ook Moon tot 01:00 uur door. Het warme bad is nog niet afgekoeld, snel terug dus, tussen de dolende zielen op weg naar de uitgang, op zoek naar hun vrienden of naar de laatste stages waar nog muziek klinkt. Adiel en Garçon begonnen hun set ook al met Shackleton, met de heftige gebroken plaat ‘Hamas Rule’. Ze besluiten de avond en het festival met een negen minuten klokkende track van Steve Moore (‘Zero-Point Field’) die juist perfect flowt, met een filmische ruimtelijkheid en een waanzinnige open break in het midden. Een echte landingsplaat, die zowel voor degenen die diep in het zakje gewroet hebben als voor de broodnuchteren tot tranen toe roert.
Wat hebben we toch weer allemaal gezien en gehoord dit weekend. Draaimolen was dit jaar vroeger uitverkocht dan ooit, met nog geen enkele naam op de line-up. Daarmee gaf het publiek eens te meer de sleutel aan Milo van Buijtene en zijn eigenwijze team. Geef ons uitdaging, geef ons nieuws, geen ons oude dingen die we misschien wel vergeten waren of waar we niets van wisten. Het festival gaat niet gemakzuchtig met dat mandaat om. Op hoofdpodium Strobe na (dat redelijk van hot naar her gaat) levert dat allemaal stages op met een flow en een eigen karakter, waar je de hele dag zou willen blijven om het hele verhaal mee te krijgen. En tegelijk werkt het ook goed om kruislings die verhalen in en uit te stappen. Een prikkelshock halen in de Pit, je laten overweldigen in de Tunnel, dansen met een glimlach in de Forest Rave, je brein laten ontploffen in Aura en weer laten lijmen in Moon. Dit was een zeldzaam complete festivaldag.
(Tekst: Atze de Vrieze, foto's: Timo Pisart en Alicia Karsonopoero)




































