Benny Sings: ‘Het succes kwam eigenlijk te laat’
Van een roze kraakpand naar een huis met drie kinderen

Drie jaar na zijn Young Hearts album is Benny Sings terug met 22 Durnham Dew, een album waarin hij zijn leven als vader van drie kinderen bezingt. Het klinkt allemaal weer feelgood, maar wie goed luistert hoort helemaal geen zorgeloze doorzonpop. ‘Ik hoop dat er doorschemert dat ik een onhandig iemand ben die het ook maar probeert.’
‘Hé!’
...
‘Nee, is die thuis dan? Is die niet bij de boerderij?’
…
‘Hoezo niet? Is hij gewoon met jou meegegaan?’
…
‘Nee, nee, hij moet gewoon naar voetbal. Oké, doei.’
Je hebt soms supersterren die met een zonnebril op zitten bij daglicht. Die tijdens een Zoom-gesprek met hele andere dingen bezig zijn. Die te dronken zijn om coherente antwoorden te geven. Een interview met Benny Sings daarentegen wordt gestoord door zijn oudste dochter, die de kastanjes uit het vuur moet halen voor haar broertje. Hinderlijk? Nee hoor, het past wel bij het gesprek en bij het album dat Benny Sings deze week uitbrengt: 22 Durnham Dew, een album over zijn leven als echtgenoot en als vader van drie, vertrokken uit de stad en gesetteld in Durgerdam. ‘Los van het feit dat het goed voor hem is om te sporten is het ook voor ons een community. Daar zijn we hongerig naar.’
Jarenlang woonde Benny Sings hartje centrum in Amsterdam, en zijn studio zit daar nog steeds. Je hoeft vanuit het Centraal Station maar een beetje naar links te leunen en je rolt zo de lage bogen binnen waar de zanger zijn studiootje heeft. Laag is niet zo’n bezwaar, want Benny Sings is geen lange vent. Het is een slordige boel, van het creatieve soort, met overal instrumenten, een gouden plaat van Rex Orange County collab ‘Loving Is Easy’, en als hoofdattractie de computer waar Benny Sings zijn beats op maakt. ‘Beats’ ja, dat woord gebruikt hij niet toevallig, in plaats van ‘liedjes’. Het is misschien wel het grote geheim van zijn sound. ‘Het is meer op het lijf, meer fysiek dan cerebraal. Minder een verhaal vertellen, meer beweging.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.
Het zijn op het eerste gehoor lieve liedjes, die Benny Sings maakt, met invloeden uit soft rock, yachtrock, citypop, een beetje jazz. Feelgood, zeggen mensen wel eens. Maar achter de aangename eerste kennismaking schuilt vaak iets dat schuurt. Dat contrast zoekt hij heel bewust, en het is zeker op dit nieuwe album, dat niet per se een droombeeld van het gezinsleven beschrijft, maar eerder de alledaagse worsteling die hand in hand gaat met het geluk. ‘De tegenstelling zit hem erin dat ik gewoon wel worstel met het leven, en dan hele zorgeloze muziek maak. Als een zorgeloze jongen zorgeloze muziek maakt, wordt het al snel irritant. Dus ik hoop dat er doorschemert dat ik een onhandig iemand ben die het ook maar probeert. Mijn grote voorbeeld is Chet Baker: helemaal kapotgeslagen door een dealer, alle tanden uit zijn mond, en dan zingt hij My Funny Valentine.’
Ik ben een brave jongen. Maar in mijn hoofd niet.
Chet Baker, de jazzmuzikant die op steenworp afstand van Benny Sings’ studio uit het raam viel en zijn einde vond op een Amsterdams trottoir. Zo’n einde is Benny Sings niet gegund. Zo aan lager wal als de Amerikaan is hij natuurlijk ook niet. Een dealer heeft hij niet nodig, want sinds hij jaren geleden ontdekte dat drugs slecht samengaan met een angststoornis heeft hij het nooit meer aangeraakt. ‘Ik ben een brave jongen’, zegt hij. ‘Maar in mijn hoofd niet.’
‘Ik dacht dat ik echt een topvader zou zijn. Dat schud ik zo uit mijn mouw. Ik ben toch lief, ik ben toch aardig. Weet je wel? Nou, dat is wel eventjes een andere koek hoor. Drie kleine kids in je huis.’ Zo kan hij zichzelf wel schieten als hij weer eens uit zijn vel gesprongen is, iets wat menig ouder herkent. ‘Wat die woede triggert? Gewoon het ‘nee’ zeggen van kinderen op alles wat jij wil. Kom je aan tafel? Nee. Op een gegeven moment word je een keer boos, terwijl je dat zó niet wil. Maar het gekke is dat ik ook heel trots ben op mijn kinderen, dat ze zo irritant zijn. Ze zijn heel erg weerbaar, mijn kinderen.’ Zelf groeide Benny Sings op in een conflictloos gezin. Juist dat was misschien wel cruciaal voor de scheiding van zijn ouders, toen hij twaalf was, denkt hij. ‘Want een huwelijk zonder conflict gaat gewoon kapot. Je hebt nu eenmaal woede naar elkaar toe, en dat moet er soms gewoon uit, hoe kut dat ook is. Maar voor mij was het hemels. Er was nooit ruzie thuis. Dus ik heb ook helemaal niet geleerd om met conflicten om te gaan.’

Niet te zemig
Zo komen we op deze ogenschijnlijke feelgood-plaat een hoop te weten over de man achter het alias. Begrijp het niet verkeerd, het album is geen klaagzang van iemand die het gezinsleven liefst zo snel mogelijk uit stapt. We horen de stemmen van zijn vrouw (een heus duet!) en kinderen ook op het album. En er is een liedje over de angsten van zijn moeder, ‘Parachute’, het eerste liedje ooit dat Benny Sings ook in het Nederlands opnam. ‘Ik vond 'papapaparachute' op een vreemde manier leuk, een beetje onverwacht, tegendraads. Normaal wordt Nederlands schrijven bij mij al snel te zemig, te Disney. Maar dit gaat over angst en depressie, en die combinatie leende zich er blijkbaar juist wél voor.’
Toch begon het liedje in het Engels. ‘Met het zinnetje: 'I'm in a state of emergency, because the state of you is the state of me.' Dat ging over mijn moeder, ze had ernstige, psychotische depressies, maar hield dat voor ons verborgen, zodat wij daar niet in meegesleept zouden worden. Ik merkte dat dus niet als kind, maar ik denk dat het toch in de lucht hing. Zelf heb ik een angststoornis ontwikkeld, ik denk dat ik eigenlijk die staat van haar heb overgenomen.’ Hij hapert even, zegt dan: ‘Ik zou je nu allemaal dingen willen vertellen, maar dat moet niet in het stuk komen. Dat is haar privacy.’
Zelf was hij totaal niet op de grote wereld voorbereid, herinnert hij zich. En dat terwijl de scheiding van zijn ouders hem daar wel direct in slingerden. ‘Ik ging kraken in Dordt, daar ging het er ruig aan toe. Tegelijkertijd maakte ik toen al van die softe liedjes. Onze band heette The Love Boat, en ons kraakpand was helemaal roze en blauw geschilderd. Daar is die tegenstelling al begonnen.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Gebonden mens
Terug naar nu, of in elk geval naar de afgelopen jaren. Heeft het gezinsleven zijn muziek geremd? Die logische vraag ligt voor de hand. Het antwoord is tweeledig. ‘Ik denk eigenlijk wel dat het me ten goede is gekomen. Toen mijn eerste kind geboren werd, kwam ineens Stones Throw in beeld en ging het groeien. Dat is allemaal tegelijkertijd gegaan. Het lijkt er dus op dat die kinderen het in ieder geval niet hebben tegengegaan.’
Tegelijk: toen het internationale succes eenmaal kwam, zo'n tien jaar terug - met dank aan de vele coffee morning playlists die zijn liedjes toch echt feelgood genoeg vonden, met dank aan samenwerkingen met Mac Demarco, Rex Orange County en Kenny Beats - maar een groot deel van het jaar op tour gaan om dat te verzilveren, dat zit er niet in. ‘Het succes kwam eigenlijk te laat. Ik was al 40, volgens mij was ik 39 toen ik mijn eerste kind kreeg. Ik was al een gebonden mens. Maar: het leven is voor mij toen pas echt begonnen. Daarvoor was er van alles: diepe vriendschappen, feest, maar ook een zwevend gevoel. Wie ben ik, hoe zit het leven in elkaar? Nu word je gewoon naar de aarde toe gesleept, en dat vind ik een heel fijn gevoel.’