De Staat trekt een ijzeren gordijn op in Carré

Frontman met autocratische trekjes

de staat concert in carre
  • Atze de Vrieze

The only way is op een gegeven moment down voor Torre Florim bij het eerste van twee concerten in theater Carré. Liedje voor liedje heeft hij de roestvrijstalen trap beklommen, steeds hoger is hij verheven boven het volk. Dan klinkt de onvermijdelijke aankondiging van de val: The king is dead. The king is dead!

Meer dan ooit kruipt de frontman van de Staat vanavond in een rol, meer dan ooit ook is de naam van de band op zijn plaats. Dit hele optreden gaat over een wannabe demagoog, gespeeld door de zanger zelf in een net iets te losjes zittend grijs pak, dat grauw afsteekt bij de dieprode huiskleur van Carré. Hij komt de arena binnen van achter in de zaal, knipoogt, geeft kushandjes, maakt selfies en slaat zichzelf op de borst: Who's gonna be the Goat? Deze alphaman! Zijn bandgenoten staan links en rechts van de stalen trap op het podium klaar om hem te begeleiden. De Staat is een hechte band die vanavond voor het eerst een serieuze wijziging in de line-up laat zien (toetsenist Rocco Hueting gaat niet mee op tour). Maar toch voelt De Staat vanavond meer dan normaal de Torre Florim show.

Wie goed gekeken heeft naar politici met autocratische fantasieën zal opgevallen zijn dat de slechteriken van nu vaak goedlachs en charmant zijn. Ze fileren hun tegenstanders met vileine grapjes, niet met strakke blikken, marcheergeluiden en monotoon geschreeuw ('Ey! Ey! Ey!). Ze willen hun eigen aanhang inpalmen door hun rivaal belachelijk te maken, niet door ze schrik aan te jagen. In die zin is de schurk Florim nogal old school, zoals hij achter het katheder staat te blaffen. Of in elk geval een beetje eendimensionaal. ‘Build the wall, burn the witch, push the left to right’, klinkt het manifest ‘Burn The Flag’  Vooral de eerste helft van de set is expres kortaf, met straffe, staccato riffs in onder meer ‘Kitty Kitty’ en ‘Input Source Select’.

Opvallend genoeg wordt het juist met de nieuwe liedjes wat losser. Ja, ‘The King’ is spijkerhard en eindigt in een gevecht om de troon op de hoogste trede (voorafgegaan door een dronken van machtswellust gelalde jazz standard ‘Autumn Leaves’). Maar in ‘The Underdog’ horen we Torre Florim's kopstem vol mededogen en in set-afsluiter ‘Freedom’ (over de gevaren van AI) neemt de band voor het eerst écht gas terug en permitteert men zich zelfs een grapje. ‘Nothing is real!’, klinkt het luid en duidelijk door de zaal, terwijl Florim en zijn mannen al verdwenen zijn. Snap je?

En toch, na 70 minuten show die duidelijk naar een hoogtepunt toewerkte - letterlijk én figuurlijk - voelt deze avond net niet helemaal bevredigend. Er is veel tijd en aandacht gestoken in de scenografie en opbouw van de set, maar wat ze vergeten zijn is het oh zo belangrijke verrassingselement. Het verhaal verloopt in een rechte lijn, naar een onafwendbare val, terwijl het nieuwe album juist een verrassende wending kent door hoopvol te eindigen. ‘Who's gonna be the goat?’, vraagt Florim nog maar eens, zijn volgelingen opzwepend. Harder dan een uur geleden scandeert het gepeupel meem. Zo zie je maar, een demagoog heeft ook wat tijd nodig om in de mood te komen.