DIJON laat Paradiso opstijgen met technisch vernuft
Prachtige jaarlijstjesplaat wordt met virtuositeit vertaald
Hoe vertaal je een album dat zozeer om radicale productiekeuzes en studiotechniek gaat naar het podium? Tja, da’s de grote vraag bij DIJON, hé? In Paradiso verzilvert de Amerikaanse zanger/producer de hype van zijn doorbraakjaar: eerder smeedde hij met muzikale sparpartner Mk.Gee al een avontuurlijke doch supertoegankelijke sound van alternatieve r&b, lo-fi pop en indierock, ergens tussen Prince, Frank Ocean en Bon Iver, ze drukten hun stempel op de laatste plaat van Bon Iver en produceerden mee aan het SWAG-tweeluik van Justin Bieber (DIJON staat er zelfs op als featuring artiest). Maar terwijl grote sterren aan de haal gaan met zijn signature sound, denkt DIJON alweer twee stappen verder: op zijn jaarlijstjestoppende album BABY trekt hij die sound volledig uit elkaar, husselt en plakt het weer aan elkaar in verknipte, experimentele r&b-collages.
Live brengt hij dat met een virtuoze 6-koppige band, die in een ontspannen jamcirkel om hem heen staat. Hijzelf middenvoor in het witte licht, omringd door synths, samplers. De rest heeft ook al zo’n berg gear aan de voeten, en gaan daarmee weer totaal aan de haal met de arrangementen: ‘FIRE’ bijvoorbeeld, met z’n maniakale sounddesign een nogal bizarre compositie om live te spelen, klinkt live gevoelsmatig nog intenser, uitgebouwd met een Boards of Canada-esque outro. 'Many Times' wordt veel opgefokter gespeeld, en die geweldige gitarist op links? Die pakt bij oudje ‘Rodeo Clown’ ook nog eens de klarinet erbij.
Maar de secret sauce? Dat is mix engineer Andrew Sarlo in het linkerhoekje, die DIJON’s stem bespeelt alsof het een instrument is. DIJON heeft sowieso een waanzinnige stem (in ‘Another Baby’ hoor je de invloed van Michael Jackson, en ook zeker die van Frank Ocean!), maar nu worden de vocals live gemixt op een manier die je nooit eerder hoorde. Zo’n beetje iedere frase hangt-ie aan de schuiven: nu weer klinkt DIJON als een veelkoppige echo, dan weer alsof zijn stem óók door een distortionpedaaltje wordt gehaald. En ja, ook de koortjes van zijn achtergrondzangers worden soms robotisch geprocessed. In vergelijking is de productie juist ontzettend sober: enkel wat witte lichten, pas bij ‘YAMAHA’ lichten extra spots in het dak op.
Ondanks al die vernuftigheid is het toch echt het emotionele slotakkoord, wanneer de band relatief meer naar de zijlijn stapt, dat écht binnenkomt. Muisstil is het bij ‘Kindalove’, gezongen met vertrokken gezicht, slotliedje ‘Rodeo Clown’, met klarinet en gitaar, wordt ademloos ontvangen. Heel fijn om DIJON nog eventjes zo dichtbij te zien komen, want de volgende keer staat hij vast in een veel grotere zaal.
Foto's: Alicia Karsonopoero