Hij zou in oktober al het jubileumjaar van 55 jaar Podium De Piek openen, maar privéomstandigheden gooiden roet in het eten. Dus volgt er deze zaterdag alsnog een glorieuze revanche. En hoe. In een bomvolle zaal viert Hans Dulfer – die in 2025 ook zijn 85ste verjaardag met een tournee markeerde – zijn speelplezier met een set die even eigenwijs als energiek is.

De Piek is gevuld met Dulfer-diehards. Zodra gitarist Jerôme Hol zijn versterkers aanslingert, stijgt de spanning. We beginnen relatief ingetogen met ‘Riding West’, een knipoog naar Dulfers held Sonny Rollins. Hol soleert soepel en trefzeker, terwijl Dulfer zijn bandleden voorstelt. Kenmerkend voor de rest van de avond: hij staat niet erboven, maar ertussen. Als een opperstalmeester dirigeert hij met korte aanwijzingen, blikken en grijnzen zijn mannen naar grote hoogten én hij geniet van het publiek.

Die mannen – opererend onder de naam Total Response – zijn in topvorm. Bassist Ishaq van Niel stuitert over het podium en bespeelt zijn instrument alsof het een volbloed Arabier is. Hans Eijkenaar laat het ritmemotortje diep in de botten doordreunen; het is heerlijk surfen op dat strakke fundament. In ‘Spanish Boots’ schuurt een weemoedig intro langs bossa nova-achtige sferen, waarna het nummer uitwaaiert in melancholie. Even later funkt Van Niel alsof hij een rodeostier berijdt, salvo’s uit zijn bas schietend alsof het ding behekst is.

Dulfer praat via zijn tenorsaxmicrofoon de boel aan elkaar met droge humor. Een regenachtig avontuur in de ‘Sahara’ (“Het is weleens beter gegaan ook”) vormt de opmaat naar een muzikale reis met flarden van ‘Rawhide’ en zelfs een glimp ‘Paint It Black.’ Hol schakelt moeiteloos van gillende solo’s naar lieflijke passages met een randje distortion.

Hoogtepunt is ‘Candy Clouds’ (1970), geschreven voor zijn dochter Candy Dulfer. “Ik heb hier acht keer gespeeld en zij nog nooit,” grapt Dulfer – wat kenners in de zaal onmiddellijk ontkrachten. “1988!” Baritonsaxofonist Koen Schouten krijgt een glansrol in de ballad, zelfs even handsfree. De onderlinge lol spat ervan af; solo’s worden elkaar gul gegund.

Er is ruimte voor een knipoog naar Golden Earring (“Ze zeggen dat ik dit intro gejat heb, maar eigenlijk is het andersom”) en Hendrix-achtige erupties. Niets wordt ooit gemakzuchtig: het moet schuren, ontsporen of ontploffen, om vervolgens weer strak op de rails te landen.

Halverwege volgt een ‘commercial’: straks lp’s en cd’s ver onder de prijs van de platenmaatschappijen. “Ik ben al op leeftijd – voor je het weet is het een collector’s item.” Tijdens ‘I Didn’t Ask’ knapt er plots een snaar van Van Niels bas. Onverstoorbaar speelt hij verder op drie snaren. “Zelfs met één snaar gaat hij door,” lacht Dulfer.

Met ‘Mickey Mouth’ verandert De Piek in een dansvloer. De zeventiende danser wint een lp. In ‘Finger Poppin’ Daddies’ proberen Dulfer en Schouten een quasi-choreografie uit, waarna Hol nog een flard ‘Let It Be’ door de zaal slingert. De toegift ‘Big Boy’ is razendsnel. “Willen jullie het langzamer?” Natuurlijk niet. Er wordt gedanst en meegewiegd.

Na afloop is het nog lang gezellig bij de merch. Foto’s, handtekeningen, zelfs een zoen voor de maestro. Hij kwam, zag en overwon. Zo kreeg 55 jaar De Piek alsnog een feestelijk randje van een saxofonist die nog lang niet is uitgeblazen.

Dulfer! Total Response is: Hans Dulfer (sax), Jerôme Hol (gitaar), Hans Eijkenaar (drums), Koen Schouten (baritonsax), Ishaq van Niel (bas).

Hans Dulfer

Hans Dulfer

Hans Dulfer

Hans Dulfer