Het is zaterdagavond, eind februari. De winterdip heeft zijn diepste dal misschien al gehad, maar een extra medicijntje kan geen kwaad. Terwijl buiten nog een miezerige sluier over Utrecht hangt, ruik je binnen de lente al een beetje. Of is dat gewoon het bier van de bar?

De kleffe jas die de regen ternauwernood heeft overleefd verdwijnt bij de garderobe en de ontdekkingstocht kan beginnen. Vijftien acts wisselen elkaar af, vrolijk schommelend tussen wereldjazz, psychedelica, electro en alles daartussen. Tijd om de roltrappen te nemen richting Pandora, één van de vier zalen waar zowel bekende namen als nieuwe parels het podium delen.

De menigte is net zo divers als de line-up: lange millennialmannen met muts, hippe Gen Z’ers in zorgvuldig uitgekozen outfits, stelletjes, ouders met twintigers. Niet verrassend dat de avond uitverkocht is. Op Ticketswap gingen ruim tweehonderd tweedehandskaartjes als warme broodjes de deur uit. De belofte van vanavond: een kleurrijke remedie tegen de laatste restjes winterblues.

Don Melody Club

We duiken Pandora in, waar de avond wordt geopend door een act van eigen bodem. De band oogt bij opkomst nog wat verlegen. "Welkom Tivoli, wij zijn Don Melody Club uit Amsterdam", zegt frontman Donald Madjid, terwijl de toetsenist een groovy synthmelodie inzet. Naast een enthousiaste Gen Z’er die vanaf noot één zijn beste dansmoves etaleert, staat de rest van de bezoekers er stijfjes en op veilige afstand bij.

Madjid laat het er niet bij zitten. "Kom allemaal wat dichterbij, we moeten hier een ongemakkelijke ruimte vullen", zegt hij, voordat hij ‘Stilte Voor De Storm’ aankondigt. Een titel die de sfeer in de zaal op dat moment aardig samenvat. De kleinkunstfunk van de Amsterdamse band leunt hoorbaar op de jaren zeventig. In het publiek vooral groepjes vijftigplussers, met hier en daar een jonger gezicht ertussen. Ze knikken goedkeurend op de nostalgische klanken: strak gespeeld, maar nog wat ingetogen.

Laatkomers druppelen langzaam binnen en eten hun avondhap uit het vuistje. De Pandora, ondertussen helemaal gevuld, ruikt naar falafel en haloumi. Er worden voorzichtige danspassen ingezet. Ook Madjid begint de smaak te pakken te krijgen en schudt bijdehand zijn kont naar het publiek. De baslijnen worden dominanter en de uptempo synthmelodieën leiden de danspas. Bij ‘Verandert‘ blijkt zelfs een enkeling de tekst te kennen en voorzichtig mee te zingen. Pandora is inmiddels goed op temperatuur, dus voor ons het moment om door te schuiven richting de Hertz.

Don Melody Club

Hamraaz

De Hertz is half gevuld wanneer Hamraaz het podium betreedt. Het duo bestaat uit de Iraanse Khorshid Dadbeh en de Franse Lucie Lelaurin. Ze zitten zelfverzekerd naast elkaar, nemen hun tijd en laten stiltes vallen alsof het vanzelfsprekend is. Dit is een dynamiek die teruggaat op hun ontmoeting in 2021 op het conservatorium in Rotterdam, en die zich inmiddels vertaalt in een haast natuurlijke podiumchemie.

Dadbeh begint met spelen, en de zaal zwijgt vol verwachting. Haar tanbur klinkt hol en warm, een eeuwenoud langhalsluitinstrument uit Perzië dat laag voor laag de ruimte vult. Met gesloten ogen weeft ze het publiek langzaam in een lichte trance. Wanneer Lelaurin haar fluitmelodie inzet, halen meerdere bezoekers hun telefoon omhoog: "We zijn het collectief eens: dit is bijzonder mooi." We horen het geluid van de duduk, een dubbelrietblaasinstrument uit Armenië, waarmee ze ons als een soort slangenbezweerder hypnotiseert.

Na het eerste stuk vertelt Dadbeh rustig over hun inspiratie uit Iraanse en Armeense tradities, terwijl Lelaurin een kopje inschenkt, zo kalm dat het lijkt alsof het publiek nauwelijks bestaat. Die ingetogen zelfverzekerdheid was ook al zichtbaar in hun debuut op ITGWO in 2024, dat met lovende kritieken werd ontvangen. Het is muisstil in de zaal; deze vrouwen weten precies hoe ze een ruimte moeten bespelen. Tijdens de set lijken ze enkel oog voor elkaar te hebben, en dat is genoeg: het publiek hangt aan hun lippen.

Hamraaz

NIJI

Terug naar Pandora, waar de energie meteen wordt opgeschroefd. De zaal is goed gevuld en opvallend jonger dan eerder op de avond. Men lijkt langzaam te ontwaken uit de winterslaap: tijd voor NIJI. De Brits-Nigeriaanse producer en pianist stond afgelopen juli nog op North Sea Jazz en tourde in het verleden met artiesten als Harry Styles en Stormzy. Maar vanavond is het tijd voor zijn eigen repertoire. Ondersteund door een vijfkoppige band met blazers schakelt NIJI tussen jazz, gospel en soulvolle pop. Met een brede glimlach achter zijn piano is meteen duidelijk: deze man heeft er zin in. En het publiek schijnbaar ook, dat luidkeels op zijn commando "Yeah, yeah" terugkaatst.

Van enthousiasme kan NIJI nauwelijks stilzitten. Hij springt op van zijn kruk, probeert de piano gebogen te bespelen en nestelt zich dan weer op zijn stoel. Ondertussen harmoniseren de saxofonist en trompettist vrolijk op een funky jazznummer. Ergens tussendoor lijkt hij te besluiten dat het publiek nog een tandje losser kan, en dirigeert hij hen in een ritmisch gezang: "I have to move. We have to move." De zaal gehoorzaamt braaf en gooit de heupjes los. Tegen het einde doet de band wat er van jazzmuziek wordt verwacht: een solo-intermezzo volgt. Met hoofd in de nek en vingers over twee keyboards tegelijk geeft NIJI ons een uitgebreid pianospel. Zelfs zijn blazers kijken lachend en goedkeurend toe.

NIJI

NIJI

Tomo Katsurada & Jonny Nash

Wij gaan door naar de volgende act. Om even te ontsnappen aan de drukte bij de Turkse rockband Derya Yıldırım & Grup Şimşek, zoeken wij de rust op in de Hertz. Tijd om weg te zakken bij Tomo Katsurada & Jonny Nash, een setup die timide aanvoelt tussen alle festivalchaos. De Britse Nash begint te spelen op zijn elektrische gitaar. Met een looppedaal bouwt hij een gelaagde ambient-sfeer die door de ruimte galmt. De Japanse Katsurado ondersteunt hem met dromerige klanken. Het klinkt haast als een soort walvisgezang.

Halverwege staat er iemand op. “Ik vind het heel knap, maar als dit nog een uur zo doorgaat val ik in slaap”, mompelt een licht aangeschoten man nét iets te hard. Hij schuifelt richting de uitgang. Misschien heeft hij gelijk, de muziek van het tweetal heeft ook wel iets weg van een gemoedelijk slaapliedje. Hun recente EP Dream of the Egg (2024) is geïnspireerd op het Japanse kinderboek Yume No Tamago uit de jaren twintig. Het brengt daarmee een kalme atmosfeer die afsteekt tegen de chaotische festivalhectiek. Maar als je door het geroezemoes van in- en uitlopende bezoekers heen kunt luisteren, hoor je een doordacht samenspel. Nash voegt de elektrische gitaar toe, en hun stemmen vallen warm en breekbaar samen. Even voelt de Hertz als een warm bad. Adembenemend mooi en onze persoonlijke favoriet van de avond. Helemaal rozig verlaten we de zaal.

Tomo Katsudara & Jonny Nash

Halfpastseven

We staan klaar bij Club Nine. Voor de deur staat een kliekje wachtenden. Eenmaal binnen voelt het alsof je een hemelse poort passeert: donker, bomvol, harde elektronische muziek. Hier is het gaande. Op het podium staat de Duitse solo-act Halfpastseven, volledig ingebouwd tussen een wirwar van kabels en instrumenten. Wat hij daar allemaal achter die knopjes doet? Geen idee. Maar het klinkt fantastisch, en de zaal is het er volledig mee eens. “Utrecht, make some noise!”, roept hij terwijl U-vormige handgebaren trots de lucht in gaan. Hij zet een remix van ‘Wanna Be Startin’ Somethin’ van Michael Jackson in en playbackt de woorden speels mee.

Om goed te kunnen zien wat er achter de knoppen gebeurt, wagen we een plek in de eerste rij. De setup bestaat uit toetsen, synths en beatpads: een soort Boiler Room-sfeer, maar dan met eigen live-instrumentatie. De genres gaan van house en elektronische jazz naar hints van breakbeat. Iedereen zit er lekker in. Of men hier nou echt staat te luisteren of vooral komt bijkletsen, lijkt weinig uit te maken. De energieke tracks snijden toch moeiteloos door het geroezemoes heen. En Halfpastseven zelf lijkt zich sowieso nergens iets van aan te trekken. Sterker nog: hij danst het hardste van iedereen. Dan is het tijd voor zijn eigen werk: hij kondigt zijn track ‘Hyperpop’ aan. Het publiek reageert uitbundig met een ‘woohoo’ en een festivalfluit. Als finale slingert hij nog een heerlijk smerige baslijn de zaal in, live ingespeeld. Wanneer de set eindigt, ruikt de zaal naar bier en zweet. Missie geslaagd.

Halfpastseven

Halfpastseven

Kaba & Hyas

Terwijl headliner Islandman Pandora laat uitpuilen, glippen wij nog even Club Nine binnen voor Kaba & Hyas. De opkomst is bescheiden (veel publiek kiest voor de grote naam), maar daar trekken de twee zich zichtbaar niets van aan. “I hope you are ready to dance and swing“, klinkt het door de mic, en Kaba vuurt zijn snelle, old-school flow de zaal in alsof hij voor een volle bak staat. Kaba’s teksten gaan over het nachtleven, zelfbewustzijn en sociale scherpte, al is de vraag hoeveel van zijn Franse statements hier echt landen. Gelukkig spreekt de groove voor zich: op de UK-garage- en acidhousebeats beweegt iedereen moeiteloos mee. Bij de track ‘Up and Down' vliegen de vingers van het publiek van het plafond naar de grond. Gelukkig spreken we nog wel een woordje Engels. Wanneer Hyas even het podium claimt, vermaakt Kaba zich met een lollige danspas. “Get lower and lower“, nodigt hij ons uit. Wij zakken, springen op commando omhoog en volgen blindelings. Geen volle zaal, wél een volwaardig feestje.

Kaba & Hyas

Kaba & Hyas

Islandman

Om onszelf wat FOMO te besparen, werpen we nog een snelle blik in Pandora, waar hetzelfde trucje wordt uitgehaald. De bomvolle zaal staat onhandig gehurkt, te wachten op het signaal van de gitarist, die inmiddels ergens in de menigte is verdwenen. Het Turkse trio Islandman mixt psychedelische gitaarklanken met hypnotiserende beats. Het publiek kijkt afwachtend om zich heen, vindt een klein moment van verbondenheid in de gezamenlijke ongemakkelijkheid, en springt een laatste keer de lucht in. Hiermee wordt de avond energiek afgesloten.

Onze eindconclusie: een geslaagde avond, met een waargemaakte belofte.

Islandman

Gezien: Footprints 2026, zaterdag 21 februari 2026 @ TivoliVredenburg, Utrecht